Ze zijn Al Gore de hele dag dankbaar

De milieubeweging hoeft niet meer telkens alarm te slaan sinds de ‘groene boodschap’ van Al Gore furore maakt. Bedrijven willen allemaal het predikaat ‘milieuvriendelijk’. Maar het blijft wel „greenwashing.”

Klimaat is hot en milieu is booming. Sinds de rapporten van het Klimaatpanel van de Verenigde Naties en de ongemakkelijke waarheden van Al Gore staat global warming hoog op de maatschappelijke en politieke agenda. Gelukkig maar, zei prins Willem-Alexander vorige week op een congres. Want de gevolgen zijn niet alleen catastrofaal voor de wereld als geheel, maar kunnen ook Nederland zwaar treffen. „Ik moet er niet aan denken wat er bij ons zou gebeuren als dijkring 14, zeg maar de Randstad met zo’n vier en een half tot vijf miljoen inwoners, dreigt te bezwijken.”

De boodschap is overgekomen. Alles waar de milieubeweging veertig jaar geleden op begon te hameren, namelijk dat milieuvervuiling kan leiden tot het einde van Moeder Aarde, is nu gemeengoed. Wouter van Dieren, een van de pioniers van de Nederlandse milieubeweging: „Ik zat laatst te luisteren naar een toespraak van Bill Clinton. Hij zei precies wat wij in de jaren zeventig deden. We vroegen ons af of we daar blij om moesten zijn. Het antwoord is ja. Het heeft kennelijk al die jaren moeten duren voordat grote machten onze boodschap konden overnemen.”

Vandaag is op Bali de internationale klimaatconferentie begonnen over afspraken voor beperking van de milieuvervuiling.

Het was eind jaren vijftig dat zich het eerste onbehagen over het milieu deed voelen. Bij Sietz Leeflang bijvoorbeeld, oprichter van De Kleine Aarde, een zelfvoorzienende werkgemeenschap in het Brabantse Boxtel waar vanaf begin jaren zeventig een milieuvriendelijke leefwijze werd beproefd. Leeflang: „Ik kreeg een afkeer van de grootschaligheid die begon op te komen. Ik was bang voor de onbeheersbaarheid van kernenergie, voor grootschalige processen zoals de komst van chemische industrie waartoe besloten werd door een paar mannetjes, met verhalen die achteraf vaak niet bleken te kloppen. Het idee van de Kleine Aarde was te laten zien hoe mensen kleinschalig konden leven, in een omgeving die beheersbaar is.” Na vijf jaar droegen Leeflang en zijn vrouw de gemeenschap over aan anderen, teleurgesteld over de naar hun indruk doorgeschoten democratisering. Zij zelf begonnen een centrum voor ecologische technieken, De Twaalf Ambachten, eveneens in Boxtel, en eveneens volgens de principes van kleinschaligheid.

Het onbehagen over de prijs van de vooruitgang is door Nobelprijswinnaar Gore samengevat in het begrip klimaatverandering. Het is sinds twee jaar politiek correct om iets tegen klimaatverandering te doen. Zonder Al Gore was de klimaatverandering niet zo prominent in het regeerakkoord terecht gekomen. Het huidige kabinet streeft naar „een duurzame leefomgeving, om de wereld beter achter te laten dan we haar aantroffen”. Parlementariërs ruziën over de vraag of en hoe Nederland het voortouw moet nemen in het klimaatbeleid of beter kan wachten op Europa. Gemeenteraden bespreken bijna wekelijks de voortgang van plannen om hun gemeente klimaatneutraal te maken. Universiteiten onderzoeken mogelijkheden om klimaatveranderingen tegen te gaan, de gevolgen ervan te beperken en, als het niet anders kan, de samenleving aan te passen aan de gevolgen. Zoals door de aanleg van eilanden voor de kust. Of door concepten als cradle-to-cradle; leven zonder afval in een nieuwe kringloopeconomie waarin voor bijna elk probleem een oplossing is.

De pioniers hebben gelijk gekregen. Voormalige milieuactivisten werken als klimaatadviseurs en schrijven rapporten voor overheden en bedrijven. Met klimaatbeleid kan geld worden verdiend. „Het is een miljardenbusiness geworden”, zegt Jaap ’t Hooft. Hij werkt als adviseur bij SenterNovem, overheidsagentschap voor duurzaamheid en innovatie. Begin jaren zeventig woonde hij in een bolwoning (‘Nederlands oudste ecomonument’) op het terrein van De Kleine Aarde. Het experimentele éénpersoonshuis staat er nog steeds maar is buiten gebruik. Een windmolen produceerde ooit elektriciteit. Gekookt werd er op biogas. Regenwater werd met zandfilters gezuiverd en vervolgens als drinkwater gebruikt, zo meldt een bordje. Jaap ’t Hooft: „Ik deed daar metingen. Alles wat ik daar heb geleerd, heb ik in mijn latere werkzame leven goed kunnen gebruiken. Onze kreet was destijds dat het anders moest. Er moest energie worden bespaard en er moest naar alternatieve energie worden gezocht, duurzame energie heet dat nu.”

Iedereen wil vrienden worden met de milieubeweging. Bedrijven staan te popelen om een bijdrage aan klimaat en milieu te leveren. Waar vroeger lege Wereldwinkels het hoofd boven water probeerden te houden, zitten nu op internet postorderbedrijven als Gubba. Daar „winkel je met respect voor mens en milieu”, aldus de slogan. Gubba werkt samen met Triodos Bank, KPMG, PGGM, Eneco, Careon Levensloopregeling en dagblad Trouw. Ook de belangstelling voor milieusubsidies is enorm. Staatssecretaris Jan Kees de Jager (Financiën, CDA) moest vorige week het budget voor drie milieusubsidies tijdelijk stopzetten omdat te veel bedrijven er gebruik van willen maken. Bij De Kleine Aarde gooien de fabrikanten bij wijze van spreken de energiezuinige apparaten naar binnen om te mogen worden aangeprezen. „De markt is rijp”, glundert marketingmanager Hetty Straus van de Kleine Aarde, die zich inmiddels heeft omgevormd tot marktplaats, waar goederen worden tentoongesteld en aangeprezen als die een kleine mondiale voetafdruk hebben, dat wil zeggen dat er weinig ruimte op aarde voor is gebruikt om deze te vervaardigen. „Vroeger moesten wij de milieuvriendelijke producten zelf maken, nu laten we de producten van de bedrijven zien”, zegt beleidsmedewerker Jan Juffermans, al bijna dertig jaar werkzaam in Boxtel. Er zijn lichtkoepels te zien die lampen overbodig maken. Een kegelvormige regenton. Een apparaat dat warmte én stroom levert. Een compost-wc. De Kleine Aarde krijgt provisie op verkochte producten. Jan Juffermans: „Wij sluiten contracten met bedrijven, met als voorwaarde dat wij de producten vervangen zodra er iets op de markt komt dat nóg milieu- en klimaatvriendelijker is.”

Bedrijven zijn nu welkom in Boxtel. Snoepfabrikant Mars houdt er bezinningsdagen. Zo dadelijk komt een delegatie van Philips praten. Hetty Straus kleedt zich in mantelpakjes en sluit samenwerkingscontracten. „Ik zeg het in alle eerlijkheid. We zijn Al Gore de hele dag dankbaar want hij heeft de boel bij de man in de straat gebracht, dankzij hem hebben de wind mee.” Eerder regelde ze met een auto-importeur dat ze één maand gratis rijden in een milieuvriendelijke Toyota Prius kon verloten onder lezers van het eigen magazine. En onlangs stapte ze naar Rabobank Nederland om een overbruggingskrediet te regelen voor Eco Villa, een nieuw te bouwen huis op het terrein om te laten zien dat het mogelijk is om aantrekkelijk én energiezuinig te wonen. „Ik had binnen twintig minuten vier ton binnen.” Ook Essent, DHV, Eiffel, Ballast Nedam zijn partners in het project. De omroep KRO gaat de bewoners van het huis acht weken lang volgen. De televisieserie is één van de „communicatieve kansen” van Eco Villa, zo staat in de aanvraag voor steun van de Nationale Postcode Loterij.

De wereld is veranderd. De toekomst is, zo lijkt het, aan de allianties tussen milieuorganisaties en bedrijven. Het Wereld Natuur Fonds is daar lang geleden al mee begonnen. Er lopen samenwerkingsverbanden met onder meer Es4sent dat met groene stroom begon, KLM dat CO2-reducties belooft en Rabobank, dat alle aankopen van een creditcard die CO2 veroorzaken, compenseert. Niet met het planten van bomen, maar met geld voor schone energie. Woordvoerder Clarisse Buma van het Wereld Natuur Fonds: „We werken graag samen met overheden, lokale gemeenschappen, charitatieve instellingen en ook bedrijven. Het is sinds Al Gore drukker geworden met bedrijven die iets met ons willen. We zouden daardoor achterover kunnen gaan leunen, maar dat doen we niet. We kiezen liefst grote bedrijven waarmee we doelen kunnen afspreken die de natuur ten goede komen, met de kans dat zo’n bedrijf een hele branche meetrekt.”

Denk niet dat de traditionele rol van de milieubeweging is uitgespeeld. Vervuiling gaat mondiaal gezien onverminderd door en juist nu is het zaak de politiek en de bedrijven hinderlijk te volgen, zeggen de milieuorganisaties zelf. Greenpeace en Milieudefensie voeren nog acties, méér zelfs dan vroeger. Tegen ‘fout hout’ bijvoorbeeld, of de aanleg van overbodig geachte bedrijventerreinen. Stichting Natuur en Milieu was altijd sterk in het lobbyen in politiek Den Haag, en ziet in de huidige klimaat-hype geen aanleiding daar mee te stoppen. Directeur Mirjam de Rijk: „Al Gore heeft duidelijk gemaakt dat er radicale keuzes moeten worden gemaakt. Maar de politiek moet dan wel spijkers met kopen slaan. Als je een forse CO2-reductie wil bereiken, dan kom je er niet met een beetje gedragsverandering van burgers en bedrijven. Dan zullen er maatregelen op het gebied van belastingen en prijzen moeten worden genomen. Mensen zijn enerzijds bezorgd om de rapporten over klimaatverandering maar ze denken anderzijds dat als ze even een spaarlampje indraaien, dat ze er dan al zijn. Het trekken van consequenties lijkt niet te gebeuren. Het blijft greenwashing.”

De milieubeweging heeft ook een belangrijke rol, aldus Wouter van Dieren, bij het controleren van alle contracten, convenanten en afspraken die over het klimaat worden gemaakt. „Hou eens in de gaten of het geld goed wordt besteed uit het fonds dat is vrijgekomen in ruil voor het openhouden van de kerncentrale in Borssele.” De milieubeweging moet ook zorgen dat de belangstelling niet verflauwt, vindt Wouter van Dieren. „De milieubeweging is geen alarmcentrale meer. Maar ze heeft de plicht om de toorts door te geven op het moment dat de belangstelling inzakt.” Want hoed je voor de gedachte dat de belangstelling voor het milieu blijvend is. „Overdrijf het niet”, waarschuwt oud-minister voor milieu Pieter Winsemius (VVD). „Eind jaren tachtig is het tweede kabinet-Lubbers gestruikeld over het reiskostenforfait voor forensen, wat een milieuprobleem was. Maar een paar jaar later begon de interesse te zakken. Wat stom was, omdat het klimaatprobleem toen al bekend was.”