Stoppen na bachelor moet normaal worden

De master moet niet langer vanzelfsprekend volgen op de bachelor, vindt minister Plasterk. En weer zijn de studenten boos. Maar meer flexibiliteit in het hoger onderwijs is ook gewenst.

Rotterdam, 3 dec. - Lef kan hem niet worden ontzegd. Twee weken geleden kondigde minister Plasterk (Onderwijs, PvdA) aan dat alle studenten jaarlijks 22 euro meer collegegeld gaan betalen, tien jaar lang. Nu kondigt hij een nieuwe ingreep aan die de studenten onwelgevallig is. Het collegegeld voor de masterstudie moet omhoog, of de studiefinanciering voor de master moet omlaag. Overigens, voegde hij later toe, moet er ook ruimte zijn voor láger collegegeld – dat heet ‘collegegelddifferentiatie’.

Daarmee raakt Plasterk aan een discussie die al speelt sinds de invoering van het bachelor-masterstelsel, in 2002. Vóór die tijd volgden universitaire studenten een ondeelbare vier- of vijfjarige opleiding. Met de opdeling van studies in een driejarige bachelor en een één- of tweejarige master kopieerde Nederland het Angelsaksische systeem. In heel Europa zijn studies nu volgens dit principe onderverdeeld.

In het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, waar het bachelor-masterstelsel al veel langer bestaat, is de status van een bachelorstudie bepaald anders dan in Nederland. In die landen zien veel meer studenten de bachelor als een afgeronde opleiding, die hun voldoende toegang biedt tot de arbeidsmarkt. De master wordt er vooral gevolgd door studenten met ambities in de wetenschap.

In Nederland geldt de universitaire bachelor als onvolwaardig. De driejarige studie wordt afgesloten met een kleine scriptie en dient in de praktijk vooral als opstapje naar de master. Pas met de ‘grote’ masterscriptie zou de studie echt zijn afgerond.

Die vanzelfsprekende doorstroming is Plasterk een doorn in het oog. Geciteerd in de Volkskrant: „Nu stroomt 80 procent van de bachelors door naar een master, terwijl je met een bachelordiploma prima de arbeidsmarkt op kunt.” Verhoging van het collegegeld of omzetten van de studiebeurs in een lening zou studenten beter moeten laten nadenken of volgen van een master wel meerwaarde heeft. Daar staat tegenover dat Plasterk het geld dat deze ingreep hem bespaart, wil inzetten voor een verbetering van het onderwijs.

Dan zou die verbetering wel heel stevig moeten uitpakken, reageert voorzitter Lisa Westerveld van studentenbond LSVb. „Op dit moment is een driejarige bachelor absoluut niet voldoende voor toetreding tot de arbeidsmarkt.” Volgens de studenten wil Plasterk hen „zo snel mogelijk de arbeidsmarkt op jagen”.

Dat was precies de bedoeling van het bachelor-masterstelsel. Een afgeronde bacheloropleiding moest, volgens het Bologna-akkoord dat de Europese landen sloten, „relevant voor de arbeidsmarkt” zijn. Plasterk wil, aldus zijn woordvoerder, vooral „een moment van bezinning tussen bachelor en master”.

Hoogleraar hoger onderwijs Marijk van de Wende van de Vrije Universiteit vindt het goed dat Plasterk de discussie opent. „Flexibiliteit was een van de doelen van het systeem. Je kunt ook eerst werken en later een master doen. Of een master gaan volgen van een andere studierichting. Dat is ook in de Angelsaksische landen gebruikelijk.”

De studenten moeten niet zo bang zijn voor hoger collegegeld in de masterfase, zegt Van de Wende. „We moeten het per opleiding bekijken. Wie veel geld gaat verdienen, mag best wat meer betalen. Maar misschien moeten studenten natuurkunde wel betaald wórden, gezien de schaarste op de arbeidsmarkt.”

Onder het ministerschap van Plasterk hebben tot nu toe vooral studenten het moeten ontgelden. Westerveld: „Plasterk gooit een baksteen door onze ruit, en als we net de scherven opruimen, komt er een nieuwe.”

Wel zagen de studenten het aankomen. In besloten kring had de minister al vaker laten weten de masterfinanciering te willen afschaffen.