Scherpere blik EU op speelgoed

De laatste maanden bleek dat speelgoed uit China regelmatig onveilig is. Het drukt de sinterklaas- en kerstverkoop niet. Intussen werkt de EU aan de veiligheid.

Brussel, 3 dec. - Met Sinterklaas en Kerst in zicht bereiden de speelgoedwinkels zich voor op topdrukte. De games, playstations, Lego-dozen, treinen en Playmobil-sets zijn niet aan te slepen. Te oordelen naar de rijen bij de kassa is de kooplust niet getemperd door berichten van de afgelopen maanden over ondeugdelijk en onveilig speelgoed uit China.

„We stellen vast dat er geen sprake is van daling van de speelgoedverkopen of van de verkoop van speelgoed uit China”, zegt Emilia Ferreira, woordvoerster van de Toy Industries of Europe (TIE), de brancheorganisatie van de Europese speelgoedindustrie.

De Europese Commissie maakt zich wel zorgen. Vorige week kondigde Meglena Kuneva, de Bulgaarse eurocommissaris voor Consumentenzaken, aan dat de EU vanaf 1 januari een waarschuwing verplicht gaat stellen op de verpakking van speelgoed waarin kleine magneetjes zijn verwerkt. Niet dat zich daarmee in Europa ooit ongelukken hebben voorgedaan, maar in de VS hebben peuters wel losgeraakte magneetjes van speelgoed ingeslikt.

Bovendien, zei ze, gaat de Commissie een ‘veiligheidspact’ sluiten met de speelgoedindustrie. Gezamenlijk zullen ze in 2008 de veiligheidsaspecten van speelgoed doornemen. Daarbij zal gebruik worden gemaakt van RAPEX – het Europese Rapid Alert System voor gevaarlijke goederen.

TIE liet in een verklaring weten het hier helemaal mee eens te zijn en extra aandacht te besteden aan de veiligheid van speelgoed.

Deze zomer begon de onrust over onveilig speelgoed. Mattel, de Amerikaanse speelgoedgigant (onder meer: Fisher Price, Barbie-poppen) liet Chinese speelgoedtreintjes uit de winkels halen omdat in de verf een te hoge concentratie lood was ontdekt. In snel tempo volgden er meer terugroepacties van speelgoed, ook al moest Mattel later toegeven dat niet alle fouten gemaakt waren bij de Chinese producenten, maar ook bij de Amerikaanse specificaties van het speelgoed.

Het Europees Parlement sloeg op tilt. Het kwam goed uit dat de herziening van de richtlijn (Europese wet) voor speelgoed in behandeling was. De Europarlementariërs eisten in de nieuwe speelgoedrichtlijn extra waarborgen voor veiligheid en een verbod op het gebruik van kankerverwekkende stoffen in speelgoed.

Ondertussen haastte de Duitse eurocommissaris voor Industrie, Günter Verheugen, om zich voorstander te verklaren van „de verplichte certificering” van speelgoed.

Voorstellen voor de verbetering van de ‘interne markt’ (de vrije handel in goederen in de EU) werden deze zomer abrupt terzijde geschoven om plaats te maken voor het belang van consumentenbescherming. CE, het Europese kwaliteitsmerk, is geen officieel veiligheidsmerk. Vooral Duitse Europarlementariërs pleitten voor een nieuw Europees Consumenten veiligheidsmerk. Niet toevallig gemodelleerd naar de Duitse GS-standaard.

„Dit heeft niets met verbetering van de interne markt te maken. Het is de invoering van een nieuwe handelsbelemmering”, zegt Vincent McGovern, medewerker van Business Europe, de werkgeverslobby in Brussel. „De speelgoedkwestie blijkt een welkom excuus voor de bescherming van gevestigde belangen.”

Eurocommissaris Kuneva ziet dat anders. Ze maakte vorige week bekend dat tussen juli en september 184 gevallen van onveilig speelgoed uit China zijn onderzocht. Daarbij zijn in 43 procent van de gevallen maatregelen getroffen. De import van onveilig of ongezond speelgoed uit China moet volgens haar tot een minimum worden teruggebracht.