President Chávez overspeelt zijn hand

De Venezolaanse kiezers hebben de linkse president Hugo Chávez gisteren een pijnlijk verlies toegebracht. Het is zijn eerste electorale nederlaag in de negen jaar dat hij president is.

Bij de afsluiting van zijn campagne voor een wijziging van de grondwet, die zijn macht aanzienlijk had moeten uitbreiden, zei Hugo Chávez vrijdag nog dat hij Venezuela wel tot 2050 zou willen regeren. De president zou dan 95 jaar zijn. Maar vannacht bleek dat Chávez met deze bluf zijn hand had overspeeld. Voor het eerst in zijn negenjarig presidentschap leed de links-nationalistische leider gisteren een nederlaag bij de stembus.

Door zich in een referendum af te keren van de grondwetswijziging, gaf een nipte meerderheid (51 procent) van de kiezers gisteren aan niets te voelen voor de drastische machtsuitbreiding waarmee Chávez van Venezuela een socialistische staat wil maken. Als zijn voorstel was aangenomen had hij zich onbeperkt herkiesbaar kunnen stellen. Nu is zijn huidige termijn, die afloopt in 2012, zijn laatste.

De afgelopen weken bleek al uit peilingen dat Chávez het misschien niet zou redden. Hierop bond de president evenwel niet in, hij voerde de inzet van de volksraadpleging juist op. Hij maakte haar tot een toetsing van zijn hele presidentschap.

Daardoor was hij vannacht, na de erkenning van zijn nederlaag, meteen gedwongen om aan damage control te doen. Op voor hem ongebruikelijk kalme en korte wijze sprak Chávez de tv-kijker toe. „Ik zal luisteren naar de stem van het volk, zoals ik daar altijd naar heb geluisterd. Het is hier geen dictatuur.” Hij noemde de uitslag ‘een fotofinish’, maar riep op tot kalmte en feliciteerde zijn tegenstanders – die hij nog maar kort geleden had uitgemaakt voor verraders van het vaderland.

De oppositie in Venezuela, die de president al jaren met alle mogelijke middelen bestrijdt, claimde Chávez’ stembusnederlaag vannacht als ‘haar’ succes. Maar de winst van ‘nee’ komt vooral op het conto van een geheel nieuwe maatschappelijk oppositiegroep: protesterende studenten. Alleen zij wisten het verzet tegen de grondwetswijziging de afgelopen maanden een geloofwaardig gezicht te geven.

In een land waar het grootste deel van de bevolking – ondanks negen jaar Bolivariaanse revolutie – nog steeds in armoede leeft, zijn het opvallend genoeg jongeren uit de middenklasse geweest die Chávez een nederlaag hebben bezorgd. Zij wisten voor het eerst een tegengeluid te laten horen dat ook enige ingang vond bij de arme achterban van Chávez.

Dit in tegenstelling tot de ‘oude’ oppositie. Die combineerde de afgelopen negen jaar een groot gebrek aan strategisch inzicht met een teveel aan rancune. In april 2002 zette ze Chávez af in een coup – die maar 48 uur duurde. Na die mislukking legde ze hetzelfde jaar de olie-industrie twee maanden lang plat met een staking.

[Vervolg CHÁVEZ: pagina 5]

CHÁVEZ

Studenten bestreden Chávez met argumenten

[Vervolg van pagina 1] Vervolgens dwong ze, in 2004, een referendum over zijn aanblijven af – en verloor dat. Uiteindelijk boycotte ze in 2005 de parlementsverkiezingen en bracht zo de wetgevende macht geheel in Chávez’ handen.

Elke keer kwam Chávez sterker uit de strijd. En daardoor ging hij zich ook steeds grotere risico’s veroorloven. Zo ontstond de studentenbeweging, die hem nu zo dwars zit, pas toen de regering in mei een populaire commerciële tv-zender sloot. Dat kanaal was in de nieuwsvoorziening fel anti-Chávez, maar zond ook veel populaire entertainment uit. Het werd ingeruild voor een stichtelijk, educatief overheidskanaal dat nu op primetime rolstoelballet en volksdansen programmeert.

Onder de nieuwe grondwet zou Chávez nog veel meer macht krijgen om zulke maatregelen door te voeren, waarschuwden de studenten. Venezuela zou terugkeren naar een dictatuur, zoals het er in het verleden al zo veel kende.

Een handjevol studentenleiders wist met deze boodschap in korte tijd uit te groeien tot nationale bekendheden. De twintigers zagen er leuk uit (jonge meisjes vielen voor hen in zwijm, omaatjes wilden met ze op de foto) en waren goedgebekt.

Maar de politieke idols braken vooral door omdat ze nu eens niet voortkwamen uit de corrupte elite die Venezuela vóór Chávez regeerde. Anders dan de rest van de oppositie bestreden ze Chávez’ niet vanuit rancune, maar met inhoudelijke argumenten. Hun snelle politieke opmars tekent daarmee tegelijk ook de neergang van de oude oppositiekopstukken.

Chávez’ belangrijkste kritiek op de studenten – dat het „rijke pappakindjes” uit „de extreemrechtse oligarchie” waren, namen veel Venezolanen niet serieus. De meeste studenten bleken afkomstig uit de middenklasse. En sommigen kwamen zelfs uit een zeer links nest – zoals studentenvoorman Stalin Gonzalez, wiens ouders hem niet zomaar die voornaam meegaven.

Tot gisteren bleef echter onduidelijk of de middenklasse-studenten ook bij de arme achterban van Chávez gehoor vonden. In het zeer gepolariseerde Venezuela schotelen zowel de staatsmedia (voornamelijk televisie) als de oppositiemedia (veelal kranten) hun publiek zo veel valse beeldvorming en leugens voor, dat elk kamp zijn eigen waarheid heeft. Het was de vraag of de armen de boodschap van de studenten wel zouden geloven – als die hen al bereikte.

Bovendien komen de twee groepen uit zeer verschillende werelden. De Venezolaanse economie bulkt al jaren van de oliedollars, waardoor de middenklasse er een zeer Amerikaanse, consumentistische levenstijl op na kan houden. En hoewel Chávez’ met zijn uit olieopbrengsten betaalde sociale projecten ook de levens van de arme Venezolanen de afgelopen jaren minder miserabel heeft gemaakt, kunnen zij zich de levenstijl van de middenklasse nog lang niet veroorloven.

Lang liet de zelfverklaarde ‘anti-imperalist’ Chávez die tegenstelling redelijk onaangetast. Tot hij afgelopen jaar steeds actiever het zogeheten ‘Socialisme van de 21ste Eeuw’ begon te verkondigen. Hij nam hiertoe eerst Fidel Castro’s slogan ‘Vaderland, Socialisme of de Dood’ over. En met de grondwetswijziging moest de socialistische revolutie ook daadwerkelijk fors worden opgevoerd. Een artikel voorzag er bijvoorbeeld in dat privébezit onteigend kon worden voor „het collectieve welzijn”.

De studenten betoogden dat Venezuela daarmee Cuba achterna zou gaan. Niet alleen zouden net als in het land van Fidel democratische instituties alleen nog een cosmetisch doel gaan dienen, stelden ze. Ook de economie zou onder dit nieuwe regime vastlopen, net zoals op het sinds 1959 socialistisch geregeerde Cuba.

Dat die boodschap ook bij delen van de armen doorkwam, betekent nog geen einde aan de polarisatie. Het verschil was gisteren miniem: 51 procent stemde tegen, 49 proccent voor de plannen van Chávez (bij het ter perse gaan van deze krant was 88 procent van de stemmen geteld). 'Juist door op de polarisatie in te spelen, heeft Chávez tot nu toe altijd zijn achterban massaal naar de stembus weten te krijgen. Gisteren was de opkomst een relatief lage 56 procent.

De tot nog toe altijd verdeelde oppositie kan zich nu optrekken aan de eerste officiële nederlaag van Chávez. Deze impliceert dat verkiezingen, in tegenstelling tot wat de oppositie zelf vaak beweert, in Venezuela nog steeds eerlijk en transparant kunnen verlopen. Die wetenschap zou veel apathie kunnen wegnemen bij oppositiestemmers die bij voorgaande verkiezingen uit angst voor fraude en represailles niet kwamen opdagen.

Wat de oppositie echter nog mist is een aansprekende kandidaat. Hoewel de studenten de afgelopen weken het voortouw namen, is nog geen van de jongeren op dit moment al een geschikte presidentskandidaat. Drie namen doen de ronde als mogelijke uitdager van Chávez: Manuel Rosales, gouverneur van de deelstaat Zulia, die bij de presidentsverkiezingen 37 % procent (CHECK) van de stemmen haalde; Leopoldo López, een jonge oppositiepoliticus (35) die burgemeester is van een rijk deel van de hoofdstad Caracas; en ten slotte is er de generaal b.d. Baduel, een voormalige bondgenoot van Chávez die tot zijn pensioen eerder dit jaar minister van Defensie en opperbevelhebber was. Hij keerde zich tegen de grondwetswijziging en zou nu de politiek in willen als een soort ‘Chávez-light’. Alle drie hebben ze nog alle tijd zich te profileren: de volgende presidentsverkiezingen zijn in 2012.

De kiezer heeft Chávez niet meer macht gegeven, maar zijn greep op het staatsapparaat blijft groot. Of hij deze invloed zal aanwenden om verder te koersen op het ‘Socialisme van de 21ste Eeuw’ is na vannacht twijfelachtig. Zoals de wet nu is mag hij zich in 2012 niet herkiesbaar stellen. Chávez zal nieuwe manier moeten vinden om 2050 te halen.

Meer op het weblog van Merijn de Waal: nrc.nl/latino