‘Musea die werk weigeren – dit land lijkt op een dictatuur’

Een deel van haar werk wordt niet geëxposeerd in het Haags Gemeentemuseum, en nu wordt Sooreh Hera naar eigen zeggen ook bedreigd. „We zijn het in dit land aan het verliezen.”

Rosan Hollak

„De laatste dagen word ik vaak gebeld. Dan zeggen ze dat ik een ‘vieze, vuile vrouw’ ben. Ook ’s nachts zijn er bedreigingen. Ik krijg sms-en in talen die ik niet kan lezen.”

De Iraanse kunstenares Sooreh Hera (34), die vorige week te horen kreeg van het Haags Gemeentemuseum dat een aantal foto’s uit haar serie Adam en Ewald, zevendedagsgeliefden, niet zal worden geëxposeerd, is verrast dat haar werk zulke hevige reacties uitlokt. „Als je een kunstwerk maakt ga je niet van tevoren al bedenken of het wel politiek correct is.” Hera, die grafische vormgeving in Teheran studeerde en zeven jaar geleden naar Nederland kwam, studeerde in juli af aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (KABK) in Den Haag. Samen met het werk van zes anderen werd haar fotoserie geselecteerd door Wim van Krimpen, directeur van het Haags Gemeentemuseum, voor de komende expositie 7up.

Nu Van Krimpen weigert om een aantal foto’s met daarop de afbeeldingen van Mohammed en zijn schoonzoon Ali in het museum op te hangen, is Hera boos en beledigd. „Ik kan begrijpen dat hij bang is. Maar dit klopt niet. Eerst word ik met anderen geselecteerd omdat mijn werk het beste is van 2007. Het wordt dus beoordeeld op de artistieke waarde. Vervolgens wordt het geweigerd vanwege de inhoud. Omdat het ineens ook iets te vertellen heeft.”

Ook is Hera verbaasd over andere opmerkingen die Van Krimpen het afgelopen weekend maakte op het NOS Journaal. „Ik vind het bizar dat hij zegt dat hij mijn foto’s niet wil tentoonstellen maar wel wil kopen om te exposeren als de tijd rijp is. Waar sta je dan voor?”

Ondanks bedreigende telefoontjes heeft Hera geen zin om zich stil te houden of haar werk terug te trekken. „Integendeel: ik heb al aanbiedingen van een ander museum gehad om daar te exposeren. Ik weet hoe het is om in een land zonder vrijheid te leven. Als er nu hier ook al werk uit een museum wordt weggehaald, begint ook dit land op een dictatuur te lijken.”

U heeft zelf voorgesteld om de twee mannen maskers met Mohammed en Ali te laten dragen. Waarom?

„Het zijn Iraanse Nederlanders met een islamitische achtergrond. Ze waren bang om herkend te worden en wilden maskers op. In Iran staat op homoseksualiteit de doodstraf. Maar de keuze voor Mohammed en Ali was mijn idee.”

Maar wat wilt u ermee zeggen?

„Achter deze religieuze gezichten schuilt een andere boodschap, de islam is namelijk enorm hypocriet over seks. Homoseksualiteit komt veel voor onder moslimmannen. Ik wil deze kwestie aan de kaak stellen. Kunst is bedoeld om te irriteren.”

Maar irriteren is wel wat anders dan een deel van de bevolking bewust beledigen.

„Beledigen? Dat woord maakt me echt gek. Wij moeten in Nederland onze mond houden over de hypocrisie van de islam. Maar wie is wie nu aan het chanteren? Ik mag niet provoceren omdat het een manier is om aandacht te trekken? De moslims zorgen zelf voor aandacht met al hun bedreigingen. ”

Hoe bent u op dit onderwerp gekomen?

„Seks en religie is al jaren een thema waar ik mij mee bezighoud. In Iran heb ik destijds gedichten gepubliceerd die zijn verboden. Deze zijn later wel in Duitsland uitgegeven. Hoe de dichtbundel heet kan ik niet zeggen uit veiligheidsoverwegingen.”

Geert Wilders maakt op dit moment een film waarin hij kritiek wil uiten op de koran. Is dat ook een goed idee?

„Hij moet geen film maken. Hij is een politicus, laat hij zijn partij op orde brengen. Mensen uit de Tweede Kamer moeten zich niet met kunst bezighouden, net zoals ik niet moet proberen de Tweede Kamer in te gaan.”

En Ayaan Hirsi Ali dan? Zij maakte als politica de film ‘Submission Part I’.

„Dat is anders. Zij heeft die film samen met Theo van Gogh gemaakt. Hij is wel een kunstenaar. Ze moet vooral blijven doen wat ze doet. Ik vind haar geweldig.”