Koek en zopie in een zwembroek

Komt dat zien: een kunstijsbaan van vijf kilometer lengte, koek en zopie langs de kant. Uniek in de wereld! Warme winters of niet, FlevOnice brengt het ouderwetse natuurijsgevoel terug, in een polder bij Biddinghuizen. Alleen was er bij de opening nog geen ijs.

Aan de rechterkant van de weg staan de schuimkoppen op de golven van het Veluwemeer, waar in lang vervlogen tijden legendarische marathonschaatsers schitterden: ‘Dolle’ Dries van Wijhe, de keizer van het Kerkdorp; Jan Roelof Kruithof, de architect uit Havelte; Erik Hulzebosch, de kraandrijver en later het orakel van Gramsbergen.

Aan de linkerkant van de weg staat in de lege polder een bordje: FlevOnice. Even later weer een bord: It giet oan, de toverformule waarmee ijsmeester Henk Kroes in de vorige eeuw het doorgaan van de Elfstedentocht aankondigde. Maar na de laatste Tocht der Tochten, in januari 1997, is natuurijs in Nederland ver te zoeken. Kwakkelwinter op kwakkelwinter. Warmt de aarde op, zal ‘het’ er ooit nog van komen? „Straks wijzen ze me in het bejaardenhuis na als de laatste winnaar van de Elfstedentocht”, is de nachtmerrie van Henk Angenent (40). Nooit meer natuurijs?

In de Flevopolder hebben ze er iets op gevonden. Over een kwartier is het zover. Zaterdagochtend 1 december om 9.00 uur, in een weiland bij Biddinghuizen, opent FlevOnice voor het eerst de poorten voor het publiek. Een kunstijsbaan van maar liefst vijf kilometer lengte, als een autocircuit slingerend door het land. Koek en zopie langs de kant, voor het ouderwetse natuurijsgevoel. Rietkragen worden nog aangeplant, de bouwvergunning voor het ‘bruggetje van Bartlehiem’ is binnen. „Dit wordt de mooiste ijsbaan van de wereld”, had marathonschaatser Jan Maarten Heideman vrijdag nog door de telefoon gejubeld, nadat hij alvast wat baantjes had getrokken.

Even voor negenen staan er verdacht weinig auto’s op de parkeerplaats. Er komt een schaatser uit de gloednieuwe kantine gelopen, die de ijzers met veters aan elkaar geknoopt om zijn nek heeft hangen. „Heb je de zwembroek bij je”, vraagt hij met een glimlach. „Schaatsen kun je vergeten. Er ligt alleen maar water! Hele stukken ijs zijn weggewaaid, zeggen ze. Ik ga weer naar huis.” Kees Groenendijk is die ochtend vroeg vertrokken uit zijn woonplaats Ermelo. „Ik stapte enthousiast in de auto. Tot ik onderweg op de radio hoorde dat het niet doorging. Stom dat ze de opening al weken aankondigen terwijl ze nog lang niet zover zijn.”

Binnen probeert FlevOnice-manager Roel Ketelaar de schade te beperken. De koffie is gratis, en net als alle medewerkers legt hij geduldig uit wat er is mis gegaan. „Gisteren hadden we hier drie kilometer ijs. Zouden we nog één zo’n nacht hebben gehad als de nacht hiervoor, dan hadden we prima kunnen schaatsen. Dan zouden er nu al honderden schaatsers op het ijs hebben gestaan. Alleen zit het weer ons enorm tegen. Dit is te vergelijken met het echte natuurijsgevoel, ja. ’s Ochtends wakker worden en constateren dat de dooi is ingevallen.”

Zijn vader Henk, directeur van het conferentie- en recreatiecomplex Dorhout Mees in Biddinghuizen, legt uit wat het probleem is. „Donderdagavond waren we blij, vrijdagochtend ook. We konden schaatsen. Maar ’s middags steeg de temperatuur van zeven naar elf graden, er kwam een warme wind opzetten. Toen het ’s avonds ging stormen, wist ik: nu gaat het fout. Ik had nog wat schilferijs bijbesteld voor een paar wakjes. Gistermiddag heb ik nog stikstof gehaald om dat mooi bij te vriezen. Helaas is de natuur sterker dan de wetenschap. Een groot deel van het ijs was nog te jong. De ondergrond is te warm. Dan vliegt de baan eruit.”

Intussen druppelen nog altijd schaatsers de kantine binnen. Iedereen heeft één ding gemeen: de hunkering naar natuurijs. „Het gevoel dat je buiten rijdt is zo mooi”, zegt Martin den Heijer uit Heerenveen. „Hoe langer het uitblijft, hoe mooier het wordt”, vult zijn plaatsgenoot Gerrit van der Ham aan. „Weet je nog hoe iedereen in 1985 stapelgek werd van de Elfstedentocht? Die heb ik gereden, jazeker, net als die van 1997. Nu schaats ik zes dagen in de week in Thialf. Dat is eigenlijk ideaal, qua snelheid en constante omstandigheden.” Den Heijer, die in 1985 en 1986 de Elfstedentocht reed en al jaren meedoet aan de Alternatieve tocht op de Oostenrijkse Weissensee, houdt niet van de 400 meter-baan. „Ik zit altijd te klooien met de bochten. Voor mij is deze baan in Biddinghuizen ideaal. We hadden gepland om op 5 december met een hele groep te komen. Maar als het ijs dan nog zo is, maken we er maar een zwemwedstrijd van. Dit is dood- en doodzonde. Toch kan het in de toekomst een nationale attractie worden.”

Zes jaar geleden zat Jan Maarten Heideman met wat andere marathonschaatsers en de wedstrijdorganisatie na te praten over de zojuist verreden marathon in Noord-Laren. „De vraag was hoe we zo’n wedstrijd op een ondergelopen baantje wat mooier konden maken. Toen kwam voor het eerst het idee op tafel om een ijsbaan over een lang traject te maken. Via de stichting Hendrick Avercamp werd contact gelegd met Essent en twee grote ingenieursbureau’s. Er kwam een stukje in de krant dat toevallig werd gelezen door Henk Ketelaar.”

De ondernemer, zelf een verwoed schaatser, zag een gouden kans om zijn recreatiecomplex, met onder meer een golf- en kleiduivenschietbaan, uit te breiden met de langste kunstijsbaan ter wereld. „Mijn vader heeft het plan al in de jaren negentig bedacht”, zegt Roel Ketelaar. „We kenden de techniek van de mobiele ijsbaantjes bij winkelcentra en zijn van daaruit gaan door-filosoferen. Het buizenstelsel is hetzelfde als van de kleine baantjes. We hebben gekozen voor een baan met een breedte van vijf meter, ongeveer hetzelfde als een geveegd sneeuwspoor op natuurijs. Dat is voldoende om goed te kunnen schaatsen. Vervolgens is het simpelweg een kwestie van antivries door de leidingen.”

Weggestopt achter zandwallen staan op zeven plekken langs de baan 25 koelmachines, die per uur driehonderd liter glycol door de buizen pompen. Op de baan ligt drieduizend kuub water, waarvan zaterdagochtend maar een klein deel is bevroren. „Ik heb voorspeld dat het niet zou lukken”, zegt Jan Bredewoud, een vriend van Heideman die het hele bouwproces vastlegt voor de website www.oldebroek.net. „De directie voert nu de wind als oorzaak aan, maar als insider weet ik dat één ding nog belangrijker is. Vijf kilometer ijs is teveel. Voordat het van onderaf helemaal doorgekoeld is... daar moet zoveel vermogen in. Een komma’tje verkeerd en de berekeningen kloppen niet. Ik heb de machteloosheid van de technici gezien gisteren. We weten niet waardoor het ineens omslaat. Dat is verontrustend.”

Directeur Henk Ketelaar wil van geen twijfel weten. „Ons systeem is subliem. We gaan gewoon door met ijs maken. Op 22 december is hier het NK kortebaan en in januari worden er marathons geschaatst. Ik heb afgesproken met de NOS dat ik gelijk op het Journaal mag als we weer ijs hebben. Man, het lijkt wel de gekte van de Elfstedentocht! Ik had nooit durven geloven dat er zoveel pers op af zou komen. Het Journaal, Hart van Nederland, Erik Hulzebosch in De wereld draait door, NOS sport, RTL 4. We hebben iets losgemaakt. Het is net als met de Elfstedentocht. Iedereen zegt dat het kan, maar ijsmeester Henk Kroes zegt dat het nog even wachten moet. Nou, ik moet vandaag dan maar een keer Henk Kroes zijn.”