James Blake is X-factor voor Amerikanen

De Verenigde Staten wonnen dit weekeinde de Davis Cup door in de finale in Portland Rusland met

4-1 te verslaan. „Sinds 2001 heb ik hier naartoe geleefd.”

In de aanloop naar de Davis-Cupfinale tussen de Verenigde Staten en Rusland, afgelopen weekeinde in het Amerikaanse Portland, waren alle ogen op Andy Roddick gericht. De Amerikaanse nummer zes van de wereld, die de laatste weken in bloedvorm verkeert, toonde de bravoure die van een kopman verwacht mag worden. Zo hekelde hij kort voor het treffen de recente beslissing van spelersvakbond ATP om Nicolai Davidenko een boete van ‘maar’ tweeduizend dollar op te leggen wegens ‘onvoldoende inzet op de baan’. „Ik heb veel hogere boetes gekregen voor kleinere overtredingen”, liet de Amerikaan in een interview weten. Daarmee bracht Roddick de Russische kopman – die sinds enige tijd het onderwerp is van een grootschalig onderzoek naar gokfraude – nog wat verder in het nauw.

Roddick was – op papier – de man waar het in Portland allemaal om zou gaan draaien. En toch was het zijn collega James Blake die afgelopen weekeinde de meeste lof kreeg toegezwaaid na de 4-1 overwinning op Rusland. In zijn spannende enkelpartij tegen Mikhail Joezni (6-3, 7-6, 6-7 en 7-6) bewees hij vrijdagnacht niet alleen over een groot technisch arsenaal te beschikken, maar ook over mentale veerkracht. Want hoewel de mondiale nummer dertien een paar treden hoger staat op de wereldranglijst, had hij zijn handen vol aan de taaie Rus. En in zijn enkelpartij tegen Dmitri Toersoenov trok hij gisteren na een belabberde eerste set alsnog de partij naar zich toe: 1-6, 6-3 en 7-5. „James is onze X-factor”, zei dubbelspecialist Bob Bryan na afloop van de cruciale wedstrijd. „Als hij zo speelt als hij de afgelopen dagen heeft gedaan, is dit team moeilijk te verslaan. Hij is voor niets of niemand bang.”

Toch moest dezelfde Bryan een dag later toegeven dat het nog een hele toer zou worden om de titel te prolongeren. Want hoewel de Amerikanen op het hardcourt van Portland oppermachtig waren, lieten zij op gravel de afgelopen jaren niet hun beste spel zien. Zo verloren zij op het Moskouse steengruis vorig jaar in de halve finale met 3-2 van de verliezend finalist van dit jaar. Niet voor niets kostte het de Verenigde Staten – die dit jaar geen enkele mannelijke enkelspeler in de finale van een grandslamtoernooi hadden staan – twaalf jaar om de beker te heroveren. „Het zal heel moeilijk worden om volgend jaar twee enkelspelen van gravelnaties als Spanje of Argentinië te winnen”, concludeerde Bryan. „Ze hebben een aantal monsterlijk goede spelers. Als we een van die teams treffen, zijn we zonder twijfel underdogs.”

Dat nam niet weg dat de vreugde bij het team van captain Patrick McEnroe groot was. De nacht van zaterdag op zondag hadden de Amerikanen geen oog dicht gedaan, vertelde Bryan, die gisteren als enige teamlid een wedstrijd verloor (van Igor Andrejev). „Een paar uur lang hebben we champagne over elkaar heen gegoten. Toen zijn we naar een plaatselijke discotheek gegaan en hebben we gedanst. We wisten soms van gekkigheid niet wat we moesten doen. Er leek geen einde te komen aan het feestgedruis.”

Volgens Roddick krijgt het landentoernooi niet de erkenning die het verdient. „Voor mij staat deze prijs gelijk aan alles wat ik eerder heb bereikt in het tennis”, verklaarde de opgeluchte kopman tijdens een druk bezochte persconferentie. „Sinds mijn debuut in het nationale team in 2001 heb ik hiernaar toegeleefd. Het is een reis van zeven jaar geweest en ik kan niet zeggen dat het me zoveel jaren heeft gekost om de US Open te winnen.”

In een grandslamtoernooi spelen egoïstische motieven volgens Roddick een hoofdrol, maar Davis-Cuptennis is iets van een geheel andere orde. „Met mijn teamgenoten heb ik vriendschappen ontwikkeld en alles wat daarbij hoort. Het is gewoonweg geweldig.”