Ja hoor, alle hout dat hier langsrijdt is legaal

In Indonesië is letterlijk te zien hoe de mens de natuur vernietigt.

Maar op Bali wordt vanaf vandaag ook naar oplossingen gezocht.

Een vrachtwagen vervoert hout door een verwoest bosgebied bij Pekanbaru, 1 november. Foto AFP TO GO WITH: INDONESIA-ENVIRONMENT-CLIMATE-DEFORESTATION by Aubrey Belford This picture taken 01 November 2007 shows a truck transporting timber as it drives on a damaged swampy peat forest area in Pelalawan, outside Pekanbaru, Riau. Riau during 25 years have lost four million hectares (nearly 10 million acres), or more than 60 percent its forest. Indonesia which is the third biggest emitter of greenhouse gases in the world willhosting a major international climate change conference next month.AFP PHOTO/Ahmad ZAMRONI AFP

De gebeurtenis is plechtig. De president van Indonesië, Susilo Bambang Yudhoyono, opent een tweedaagse conferentie in Bogor (1 op het kaartje) – schuin tegenover de tuinen van het vroegere Buitenzorg, vijftig kilometer van Jakarta.

Indonesië wil geld van het rijke Westen, om het milieu te beschermen. De rekensommen van het rapport van de Britse econoom Nicholas Stern over de economische gevolgen van klimaatverandering dienen als maatstaf. Twintig dollar verlangt Indonesië voor elke hectare bos die het land níet kapt. Te betalen uit het kooldioxidefonds dat rijke landen hebben ingesteld om nuttige projecten in arme landen te financieren.

De deelnemers aan de conferentie in Bogor zijn ministers uit landen als Brazilië, Kameroen en Costa Rica. Ze zijn er om de grote Bali-conferentie voor te bereiden. Het applaus duidt erop dat ze wel wat zien in het idee. Het is ook verstandig. Volgens een studie van de Wereldbank is Indonesië de derde grootste vervuiler ter wereld.

Elke dag gaat er 51 hectare bos aan. Er wordt gekapt en verbrand – en de winst zou enorm zijn, als het land daarmee op zou houden en arme boeren daarvoor kon vergoeden. „Win-win voor de wereld”, zegt de Indonesische minister van milieu, Rachmat Witular, tegen iedereen in de wandelgangen die het maar wil horen.

Wie zal het bestrijden? Het is de sluitende redenering van een conferentie die een groep natuurrijke derde- en semi-derdewereldlanden verenigt, aan de vooravond van de grote milieuconferentie van de Verenigde Naties op Bali. De Bali-conferentie begint vandaag.

Een uur vliegen noordwaarts – een andere werkelijkheid. In een onberoerde hoek van Kalimantan, niet ver van Long Alongo (2), staan eertijds ondoordringbare oerbossen: mango, tropische eik, ratan, maagdenpalm, schroefpalm, hier en daar een eucalyptus.

Een tijdje terug tekende de Indonesische president Yudhoyono in Peking een contract van enkele miljarden dollars. De Chinezen zullen het hardhout verwijderen en vervangen door palmolieplantages. Dan snijdt het mes aan twee kanten: hout voor de tomeloze bouwwoede van China én palmolie voor bakolie, shampoo, zeep en wellicht biobrandstof. Voor het waterpeil van de tientallen riviertjes zal het dramatisch zijn. De bosbranden benedenloops zullen de rest doen.

Het dorpshoofd van de dayaks, Anyie, is een oude, wat weemoedige man. Hij is verknocht aan zijn oerwoud en heeft zich jarenlang met succes tegen de commercie verzet. Hij zegt nu: „Wij willen ook vooruit komen. Onze kinderen willen wegen, industrie, werkgelegenheid.”

Long Alongo heeft zich intussen ontpopt tot test case. Opgejaagd door milieuorganisaties is de minister van Milieu nu tegen de plannen met de Chinezen, de opperbevelhebber van het leger blijft voor en de minister van Economie heeft het over nadere studie. De uitkomst laat zich raden: de plannen zullen doorgaan, maar een beetje minder, een beetje langzamer en een beetje onopvallender – na ‘Bali’ dus.

Een uur vliegen westwaarts: Pekanbaru (3) op Sumatra. De eertijds slaperige provinciehoofdstad van Riouw beleeft een economische boom. Dankzij de democratisering mogen regionale autoriteiten meer geld van de bodemschatten zelf houden. Chevron pompt er olie en er wordt driftig gebouwd, vooral kantoren voor functionarissen. Langs de onverharde weg naar Medan rijgen palmolieplantages zich aaneen. Op de weg hobbelen zwaar beladen vrachtauto’s met hout.

Sam Suardi is hier actief in de dierenbescherming, olifanten vooral. We rijden een stuk voorbij Pankalan Kercini, een splinternieuwe districtshoofdstad, en komen bij een houtzagerij – weer een andere werkelijkheid.

Je zou deze zagerij illegaal kunnen noemen, maar dat is een nogal hoekige aanduiding. Want de firma mag hout zagen en zal ook vragen waar de gekapte boom vandaan komt, dus de boekhouding klopt. Alleen weet natuurbeschermer Sam Suardi zeker dat het nabije natuurpark voor zijn 98 olifanten, Tesso Nilo, het laatste jaar minstens vierduizend hectaren kleiner is geworden. Maar in restaurant Equator (het staat op de evenaar) melden boswachters en onderofficieren van het leger die daar overdag vaak rondhangen, dat alle hout dat hier op vrachtauto’s voorbij rijdt volkomen legaal is.

De werkelijkheid is: een boer kapt een boom, zaagt die in stukken van drie meter, laat een vrachtauto komen en krijgt zo’n tweehonderd euro. Vanaf dat moment is de boom legaal, tenzij de mannen in Equator anders beschikken. Maar zij worden betaald om er rond te hangen en te bevestigen dat het hout dat langskomt legaal is.

Vaak zit het nog ingewikkelder in elkaar. Dan hebben verschillende instanties verschillende vergunningen afgegeven. Het Environmental Investigation Agency in Londen weet zeker dat tweederde van alle houtkap in Indonesië illegaal gebeurt. Maar wat is legaal en wat is illegaal in zo’n bestuurlijke warboel?

Het leger speelt een cruciale rol. Maar precies inzicht ontbreekt, want de defensiegeldstromen onttrekken zich grotendeels aan de waarneming van de minister van Defensie zélf. Dat komt doordat de krijgsmacht via allerlei bedrijven een deel van zijn eigen inkomsten genereert.

Feit blijft dat achtereenvolgende luchtopnames van de provincie een drama onthullen. Tot 1982 was er nog helemaal niets aan de hand, met 6,5 miljoen hectare bos. Pas de laatste vijftien jaar gaat het ineens heel hard en is de helft verdwenen. Over zeven jaar zal in dit tempo alles weg zijn in Riouw.

Een stuk verder noordwaarts in de provinciehoofdstad van Noord-Sumatra, Medan (4), is het dringen voor de rechtbank. Adelin Lis staat voor zijn rechters in hoger beroep. Hij is de financieel directeur van Keang Nam Ontwikkelingsmaatschappij. Zijn arrestatie op 7 september vorig jaar was spectaculair.

Op het Indonesische consulaat in Peking werd hij aangehouden en naar Sumatra afgevoerd – de eerste vangst van een grootschalige handelaar in illegaal hout. Tien jaar gevangenisstraf en een fikse boete eiste de officier van justitie. Indonesië zou met Adelin Lis als levend bewijs de grote ommekeer in het decennia durende drama van de houtkap verwezenlijken. Keurig op tijd voor ‘Bali’.

Maar Adelin Lis heeft geld, veel geld. En in het leger heeft hij vele vrienden. Rechtbankpresident Arwan Birin leest het vonnis voor, pagina na pagina. Het komt erop neer dat Adelin Lis ook niet kan weten waar elke boom vandaan komt die zijn fabriek wordt binnengereden. En al helemaal niet als de papieren van de chauffeur kloppen en de boswachter ook heeft gezegd dat het in orde is.

Kortom, „overtreding van wet nr.31/1999 en nr.41/1999 – corruptie en illegale houtkap – acht de rechtbank niet bewezen”. Adelin Lis is zichtbaar opgelucht – dat wel, want in de aanloop naar ‘Bali’ weet je het maar nooit. Ook al heb je – en dat zegt hij er uiteraard niet bij – de rechtbank stevig betaald voor een prettige uitspraak.

Terug naar de werkelijkheid van de vergaderende ministers in Bogor, die volgende week ook allemaal aanwezig zullen zijn in Bali (5). In geen enkele toespraak in Bogor kwam het drama van de onbeheerste houtkap aan de orde. Niets over de vraag of die twintig dollar van westerse landen per niet-te-kappen hectare zouden kunnen worden besteed aan niet-kappen. Of dat het gewoon een douceurtje zal blijken.

Hoe je met andere woorden vanuit Bogor de sprong zou kunnen maken van illegaal kappen naar legaal laten staan. De directeur van de belangrijkste landelijke milieuorganisatie, Farah Sofa van de organisatie Walhi, kwam nog het dichtst bij het delicate thema met de behoedzame woorden: „Wij zouden graag wat meer leiderschap op lokaal niveau zien, voordat Indonesië de boodschap internationaal uitdraagt.”

Lees het milieurapport van Stern via nrcnext.nl/mijnnext