‘In Rusland is toch geen oppositie’

Rusland koos gisteren voor Vladimir Poetin, want ‘ons land heeft stabiliteit nodig’ en ‘het is toch allemaal om het even’. De Russen kozen vooral voor veiligheid.

„Die deuren uit de Stalintijd zijn een nachtmerrie”, briest de bejaarde dame in bontjas als ze met veel moeite stembureau 155 verlaat. Eenmaal buiten weigert ze te zeggen op wie ze heeft gestemd. „Wat denk je?” roept ze geërgerd, als het haar voor de tweede keer wordt gevraagd.

In stembureau 155, gevestigd in de beroemde Stalintoren aan de Ketellapperskade in Moskou, zweeft de chic van de Sovjet-Unie rond. Plafondschilderingen wijzen de weg naar de schitterende toekomst van het socialisme. Marmeren beelden van stoere arbeiders sieren de centrale hal, die voor de gelegenheid met ballonnen in het wit-blauw-rood van de Russische vlag is opgefleurd. „Mooi gebouw, hè?” zegt de politieagent die hier voor het eerst is. Vanaf het witmarmeren bordes houdt hij goeiig toezicht op de twee al even witte stemhokjes en stembussen. Elders in het stembureau hangen nog zes van zijn wapenbroeders rond.

Op het tafeltje van de secretaris van stembureau 155 staan zeven rozen in een vaas. De secretaris, Tatjana Nikolajevna Sjestoekova, is opgewonden en trots. Als een schooljuf inspecteert ze de zeven andere gepensioneerde vrouwen achter hun bureaus die vandaag haar collega’s zijn. Ze delen stembiljetten uit aan de buurtbewoners, nadat die hun paspoort hebben overlegd.

„Dit is tiende verkiezing die ik leid”, zegt de voorzitter van stembureau 155, de gepensioneerde chemica Inga Konstantinovna Sinitsina. „De bewoners van dit gebouw stemmen bijna allemaal op de Communistische Partij.” Ze verwijst naar de beroemdheden die in het verleden in het gebouw hebben gewoond: schrijvers, componisten, kunstenaars, geleerden, regisseurs, acteurs, circusartiesten, kortom de echte elite van de Sovjet-Unie.

Sinitsina ziet erop toe dat alles goed verloopt. „Stemmen is het belangrijkste dat we voor onze kinderen kunnen doen”, zegt ze. „Het is voor hun toekomst. Daarom is het dom om niet naar de stembus te gaan als je bijvoorbeeld Poetin niet wilt steunen. Je kunt toch gewoon op een andere partij stemmen. Dat is nou democratie.”

Zelfs stemt ze wel op Poetins Verenigd Rusland. „Waarom? Dat is toch duidelijk. Verenigd Rusland heeft veel ervaring en ons land heeft stabiliteit nodig. Tien jaar geleden durfden we gewoon de straat niet meer op, zo gevaarlijk was het. In Moskou stikte het toen van de hooligans. En het is onzin om Verenigd Rusland te vergelijken met de Communistische Partij van de Sovjet-Unie, want we hebben nu ook een nieuwe Communistische Partij die als tegenwicht in de Doema kan dienen.”

Dan gaat de telefoon op haar bureau. „Ja, we komen eraan”, schreeuwt ze door de hoorn. „Mag ik uw adres en telefoonnummer?” Als ze heeft opgehangen, zegt ze: „Dat was een invalide oorlogsveteraan. We gaan zo met een draagbare stembus naar haar huis, zodat ze gewoon kan meedoen.”

Een assistente komt binnen met een waslijst van adressen die moeten worden bezocht. Driftig begint ze namen af te strepen. „Het is nu een moeilijke tijd voor Rusland”, zegt Sinitsina. „Maar dat is altijd al zo geweest. We hebben ook zo’n enorm land.”

Op de Ketellapperskade druppelen de kiezers naar buiten. De meeste ouderen hebben op Verenigd Rusland gestemd. Een enkele dertiger stemt op de kleine liberale SPS.

„Op Poetin”, zegt een vriendelijke dame trots.

„Een betere keuze dan die gek van een Zjirinovski”, zegt een wijkgenote van haar.

„Geheim”, zegt een welgesteld ogend jong echtpaar met kind.

„Op Poetin”, zegt een ouder echtpaar. „In ons land bestaat toch geen echte oppositie.”

„Op de Agrarische Partij”, zegt een bejaarde ingenieur die een gedicht van Sergej Jesenin begint te citeren waarin het boerenleven wordt geloofd. „Ik kom van het platteland, dan moet je wel op een boerenpartij stemmen.” Zijn vriend Sergej, die oogt als een Engelse majoor, zegt dat hij weliswaar op Poetin heeft gestemd, maar dat het allemaal om het even is: „Rusland is een vervloekt land. Daarom is het hier al eeuwen zo’n puinhoop.”

Precies om acht uur ’s avonds beginnen de agenten de metaaldetectiepoortjes af te breken. De stembussen worden weggehaald. Het is voorbij. Voorzitter Inga Sinitsina roept tegen haar medewerksters: „Meisjes, vooruit, ruim jullie papieren op.” Zelf vouwt ze de Russische vlag op, die enkele minuten geleden nog aan de muur hing. „Wij gaan nu een verslag schrijven voor het kiescomité van de wijk. Daar worden straks de stemmen geteld.”

Een man in een duur leren jack komt nu binnen, vergezeld door vrouw en twee kinderen. Hij heeft een gezicht dat altijd de macht zal steunen. Als hij zijn stembiljet opeist, duwt Sinitsina haar horloge onder zijn neus. „Het is zeven over acht. U bent te laat. We zijn gesloten.”