In Indonesië verdwijnt 51 hectare oerbos per dag

Op Bali is vandaag een grote conferentie begonnen om te praten over klimaatbeleid na ‘Kyoto’. Indonesië zelf blijft intussen illegaal hout kappen voor palmolieplantages.

De gebeurtenis is plechtig. De president van Indonesië, Susilo Bambang Yudhoyono, opent een tweedaagse conferentie in Bogor. Indonesië wil geld van het rijke Westen om het milieu te beschermen. Twintig dollar verlangt Indonesië voor elke hectare bos die het land niet kapt. De aanwezige ministers komen uit landen als Brazilië, Kameroen, en Costa Rica. Ze zijn er om de grote Bali-conferentie voor te bereiden.

Vandaag is die klimaatconferentie begonnen. Een paar duizend deelnemers uit vrijwel alle landen van de Verenigde Naties zullen de komende twee weken proberen een richting aan te geven voor het klimaatbeleid na 2012, als het Kyoto-protocol afloopt. De stemming is optimistisch, al was het maar omdat de nieuwe Australische premier vandaag ‘Kyoto’, dat als basis moet dienen voor de gesprekken op Bali, heeft ondertekend. Daardoor staat de Amerikaanse regering nog geïsoleerder in de afwijzing van een internationaal klimaatbeleid.

In Bogor voelen de deelnemers er wel wat voor dat ze betaald worden voor het behoud van hun bossen. En het is ook verstandig. Ga maar na: Indonesië is volgens een recente Wereldbankstudie de derde grootste vervuiler ter wereld. Elke dag gaat er 51 hectare bos aan. Er wordt gekapt en verbrand en de winst is enorm als het land daarmee zou ophouden en arme boeren ervoor konden worden vergoed. „Win-win voor de wereld”, zegt de Indonesische minister van Milieu, Rachmat Witular, in de wandelgangen tegen iedereen die het maar wil horen. Wie zal het bestrijden? Het is de sluitende redenering van een conferentie die een groep natuurrijke derde- en semi-derdewereldlanden verenigt aan de vooravond van ‘Bali’.

Een uur vliegen noordwaarts – een andere werkelijkheid. In een onberoerde hoek van Kalimantan, niet ver van Long Alongo, staan eertijds ondoordringbare oerbossen: mango, tropische eik, ratan, maagdenpalm, schroefpalm, her en der een calyptus.

Een tijdje terug tekende president Yudhoyono in Peking een contract van enkele miljarden dollars. De Chinezen zullen het hardhout verwijderen en vervangen door palmolieplantages. Dan snijdt het mes aan twee kanten: hout voor de tomeloze bouwwoede van China en palmolie voor bakolie, shampoo, zeep en wellicht biobrandstof. Voor het waterpeil van de tientallen riviertjes zal het dramatisch zijn, en de daarop volgende bosbranden benedenloops zullen de rest doen. Het dorpshoofd van de dayaks, Anyie, is een oude, ietwat weemoedige man. Hij is verknocht aan zijn oerwoud, heeft zich ook jarenlang met succes tegen de commercie verzet maar zegt nu ook: „Wij willen ook vooruit komen, onze kinderen willen wegen, industrie, werkgelegenheid.”

Maar inmiddels is het een half jaar verder – Long Alongo ontpopt zich tot een testcase. Opgejaagd door milieuorganisaties is de minister van Milieu nu tegen de contract-intentie met de Chinezen, de opperbevelhebber van het leger blijft voor en de minister van Economie heeft het over nadere studie. De uitkomst laat zich raden: het zal doorgaan, maar een beetje minder en een beetje langzamer en ook een beetje onopvallender – dus pas na ‘Bali’.

[Vervolg BALI: pagina 4]

BALI

Wat is legaal als het zo’n janboel is?

[Vervolg van pagina 1] Een uur vliegen westwaarts: Pekanbaru op Sumatra. De eertijds verslapen provinciehoofdstad van Riouw beleeft een economische boom. Dankzij de democratisering mogen regionale autoriteiten meer geld van de bodemschatten zelf houden en er wordt driftig gebouwd, vooral kantoren voor functionarissen. Chevron pompt olie, langs de onverharde weg naar Medan rijgen palmolieplantages zich eindeloos aaneen, op de weg hobbelen zwaar beladen vrachtauto’s met hout.

Sam Suardi is hier actief in de dierenbescherming, olifanten vooral. We rijden een stuk voorbij Pankalan Kercini, een splinternieuwe districtshoofdstad, en komen bij een houtzagerij. Het is weer een andere werkelijkheid. Je zou deze zagerij illegaal kunnen noemen. Maar de firma mag hout zagen, zal ook vragen waar de gekapte boom vandaan komt en zodoende klopt de boekhouding. Alleen weet natuurbeschermer Sam Suardi heel zeker dat het nabije natuurpark voor zijn 98 olifanten, Tesso Nilo, het laatste jaar zeker 4.000 hectaren kleiner is geworden. In restaurant Equator melden boswachters en onderofficieren van het leger dat alle hout dat hier op vrachtauto’s voorbij rijdt volkomen legaal is.

De werkelijkheid is anders: een boer kapt een boom, zaagt stukken van drie meter, laat een vrachtauto komen en krijgt zo’n tweehonderd euro. Vanaf dat moment is de boom legaal, tenzij de mannen in de Equator anders beschikken, maar zij worden betaald om er rond te hangen en te bevestigen dat het hout dat langs komt legaal is. Vaak zit het nog ingewikkelder in elkaar. Dan hebben verschillende instanties verschillende vergunningen afgegeven.

Het Environmental Investigation Agency in Londen weet zeker dat tussen de 67 en 70 procent van alle houtkap in Indonesië illegaal geschiedt. Maar wat is legaal, wat is illegaal in zo’n bestuurlijke warboel? Het leger speelt een notoire rol hierin, maar precies inzicht ontbreekt, want de hele defensiebegroting onttrekt zich voor bijna tweederde aan de waarneming van de minister van Defensie zelf.

Feit blijft dat opeenvolgende luchtopnames van het provincie een drama onthullen. Tot 1982 was er nog helemaal niets aan de hand, met 6,5 miljoen hectare bos. Pas de laatste vijftien jaar gaat het ineens heel hard en is de helft verdwenen. Over zeven jaar zal in dit tempo alles weg zijn in Riouw.

Een stuk verder noordwaarts in de provinciehoofdstad van Noord-Sumatra, Medan, is het dringen voor de rechtbank. Adelin Lis staat voor zijn rechters in hoger beroep. Hij is de financieel directeur van Keang Nam Ontwikkelingsmaatschappij en zijn arrestatie op 7 september vorig jaar op het Indonesische consulaat in Peking was spectaculair – een eerste vangst van een grootschalige handelaar in illegaal hout. Tien jaar gevangenisstraf en een fikse boete had de officier geëist – Indonesië zou met Adelin Lis als bewijs de grote ommekeer in het decennia durende drama van de houtkap verwezenlijken. Keurig op tijd voor ‘Bali’.

Maar Adelin Lis heeft geld, veel geld. En in het leger heeft hij vrienden, vele vrienden. Rechtbankpresident Arwan Birin leest het vonnis voor, pagina na pagina. En het komt erop neer dat Lis ook niet kan weten waar elke boom vandaan komt, die zijn fabriek wordt binnengereden. En al helemaal niet als de papieren van de chauffeur kloppen en de boswachter ook heeft gezegd dat het in orde is. Corruptie en illegale houtkap acht de rechtbank niet bewezen. Lis is zichtbaar opgelucht – dat wel, want in de aanloop naar Bali weet je het maar nooit. Ook al heb je – en dat zegt hij er uiteraard niet bij – de rechtbank stevig betaald voor een prettige uitspraak.

Terug naar de werkelijkheid van de vergaderende ministers in Bogor. In geen enkele toespraak kwam het eigenlijke drama van de onbeheerste houtkap aan de orde. Zou die twintig dollar per niet-te-kappen hectare worden besteed aan niet-kappen? Of zou het gewoon een douceurtje blijken?

Hoe je met andere woorden vanuit Jakarta de sprong zou kunnen maken van illegaal kappen naar legaal laten staan? De directeur van de belangrijkste landelijke milieuorganisatie, Farah Sofa, van de organisatie Walhi, kwam nog het dichtst bij het delicate thema met de behoedzame woorden: „Wij zouden graag wat meer leiderschap op lokaal niveau zien, voordat Indonesië de boodschap internationaal uitdraagt.”