Hoe de missie het best verkocht kon worden

Hoe gaan zulke dingen? Balkenende IV moest eindelijk over de brug komen met het besluit om onze jongens en meisjes („u bedoelt onze kerels en kenaus”, corrigeerde Dick Berlijn) nog tot Sinterklaas 2010 in Uruzgan te houden. Daar waren ze het toentertijd in Lauswolt natuurlijk al over eens geweest, en de grauwe veldprediker van Defensie had in juni z’n mond al voorbijgepraat, maar de geraadpleegde fractievoorzitters van CDA, PvdA en ChristenUnie logen vorige week niettemin nog met een stalen gezicht dat ze van niks wisten.

Op het moment van de waarheid moest tegenover de Nederlandse samenleving in ieder geval de indruk worden herbevestigd dat de ministerraad al sinds februari geen oog meer had dicht gedaan, en al die tijd had gewikt en gewogen hoe ze hun verantwoordelijkheid moest nemen ten opzichte van de NAVO, de gekwelde Afghaanse medemens, en de kerels plus kenaus. Dus belde Balkenende IV z’n vaste adviesbureau op met de vraag hoe je dat allemaal het geloofwaardigst en fijngevoeligst kon overbrengen.

Goede raad was duur, maar ook snel.

„Dit is vanzelfsprekend niet een itempje als de invoering van het rekeningrijden in 2011”, zei het adviesbureau meteen. „Dat kan Eurlings heel goed alleen af.”

En inderdaad hoorde ik op de cruciale vrijdagavond een triomfantelijke stem in z’n eentje zeggen: „De keugel is door de kark.”

Waaruit we konden begrijpen dat de files in Juinen binnenkort helemaal tot het verleden behoren.

„Wat Uruzgan aangaat”, was het adviesbureau intussen doorgegaan, „adviseer ik een vernissage als bij de aanbieding van het coalitieakkoord in februari jongstleden. Ernstiger natuurlijk. Grapjes en geestige soundbites die de ambiance toen op een heel relaxte manier konden opvrolijken, geven nu waarschijnlijk geen pas. Maar doe het weer samen, nu met z’n vieren, maar weer elk in z’n eigen rol. En op de locatie waar de toelichting wordt gegeven, zou ik de billboards van Samen Werken Samen Leven een prominente plaats geven, zodat als het ware de continuïteit van het beleid – ook in dit dossier – via het logo tot uitdrukking wordt gebracht. En het honorarium graag als vanouds op de bekende bankrekening.”

Zo gaan zulke dingen.

De uitvoering laat daarna soms enigszins te wensen over. Ook in dit geval. De katheders waarachter de vier heren moesten toelichten deden sterk denken aan plaatjes in een catalogus van Goed Wonen uit de jaren vijftig van de vorige eeuw. Het leesblad was bovendien iets te hoog afgesteld, zodat het op het eerste gezicht wel leek alsof Verhagen, de minister-president, Middelkoop en Koenders – benen iets uit elkaar, armen langs het lichaam, geen handen te zien – met een op niets gerichte blik die Gerard Reve ooit omschreef als ‘van een kat op zijn bak’, gekiekt waren in het herentoilet.

Maar los van zulke vervelende gedachtesprongen (het hele weekeinde is het me niet gelukt dat beeld kwijt te raken) kunnen vier mannen die ons om beurten iets komen vertellen wat we al maanden wisten, tot maar twee achterdochtige reacties leiden. Ze hebben iets te verbergen. Of ze proberen ons iets wijs te maken.

Dat is vaak het nadeel van adviesbureaus. Hoe ontspannen zou het niet zijn geweest als Balkenende, met hooguit Gerard van der Wulp naast zich, langs z’n neus weg tegen de pers had gezegd: „U heeft natuurlijk al meegekregen dat we nog twee jaar in Uruzgan blijven. Maar zoals ik tegenover de NAVO heb aangegeven: geen dág langer.”

Gewoon in Balkenendetaal. Die moeten we weliswaar ook altijd blijven wantrouwen, maar die is nog heilig vergeleken met wat ik onlangs ergens las of hoorde over een instelling voor ‘zorgbrede transparantie’.

Daar moet een hele maffia van adviesbureaus achter hebben gezeten.

Jan Blokker

Lees alle columns van Jan Blokker op de website nrcnext.nl/opinie