Het bloed moet wel groen zijn, hoor!

De Tweede Kamer wil het computerspel Manhunt 2 verbieden. Zo gek is dat niet.

Maar niet alle games met geweld zijn hetzelfde. Soms is vechten een vorm van satire.

Fanatieke gamers zullen een zucht van moedeloosheid hebben geslaakt toen bekend werd gemaakt dat een meerderheid in de Tweede Kamer „games met geweld” wil gaan verbieden (nrc.next, 28 november). Op stapel staat nu het verbod op het gewelddadige videospel Manhunt 2, dat eerder al in Groot-Brittannië door de British Board of Film Classification (BBFC) in de ban werd gedaan.

In Nederland bleek een verbod wettelijk niet haalbaar, vandaar nu de voorgenomen aanscherping van de wet speciaal voor videogames. De gamers zijn woedend natuurlijk, en meestal is dat terecht.

Maar de beslissing van de BBFC om Manhunt 2 te verbieden, kwam niet uit de lucht vallen. In de eerste Manhunt moest je als speler je tegenstanders vermoorden om te kunnen overleven. Dat kon door middel van eerlijke gevechten. Gaandeweg werd het steeds bloediger. De speler werd daardoor geconfronteerd met zijn geweten: waarom voor de bloederigste optie kiezen, terwijl het niet noodzakelijk is? Dat maakte Manhunt 1 een intrigerend spel dat onterecht in het verdomhoekje werd geplaatst.

Het BBFC heeft terecht opgemerkt dat dit element van morele bewustwording in Manhunt 2 ontbreekt: alle moorden zijn voor de lol. Dit gegeven zit zo sterk in het ontwerp van het spel verankerd, dat het zelfs na aanpassing niet geschikt werd geacht voor het grote publiek.

Een duidelijke, goed beargumenteerde beslissing. Bovendien, het is alweer tien jaar geleden dat er voor het laatst een game werd verboden (het sadistische racespel Carmageddon). De BBFC houdt er dus beredeneerde afwegingen op na.

Dat kan van de Nederlandse politici niet worden gezegd. Zo vroeg PvdA-Kamerlid Jeroen Dijsselbloem vorig jaar nog om een verbod op het spel Canis Canim Edit, ook bekend onder de naam Bully. In deze game moest de speler zijn klasgenoten pesten door ze bijvoorbeeld met het hoofd in een toiletpot te duwen. Veel verder dan dat ging het spel niet. De speler moest het zelfs opnemen tegen een bende pesters. Toch was er veel ophef over, evenals over die andere game van producent Rockstar: Grand Theft Auto.

Op deze zeer populaire spellenreeks is al jaren kritiek. Veel te gewelddadig, zeggen critici. Maar wie het speelt, ziet al gauw dat het meer is dan alleen geweld: het spel is juist een vernuftige kritiek op de gewelddadige Amerikaanse cultuur.

Rockstar mag met Manhunt 2 een grens hebben overschreden. Maar dat spel is een uitzondering.

Met twee verboden spellen in tien jaar is weinig mis. Mits het verbod wel goed beargumenteerd wordt. Maar meestal is alle ophef over games een teken dat er over het medium videospellen nog steeds erg oubollig wordt gedacht – zoals er vroeger ook zorgelijk over gewelddadige films werd gepraat. Nu we eraan gewend zijn, hoor je daar niemand nog over.

Natuurlijk vereisen spellen als Grand Theft Auto wel leeftijdsgrenzen. Jonge kinderen kunnen nog lang niet alle nuances herkennen. Maar het spel moet ook krijgen wat het toekomt: lof voor de satirische, kritische kijk op de maatschappij.

Censuur is een maatregel die niet moet worden besproken door mensen zonder kennis van zaken. Het kabinet dient een voorbeeld te nemen aan de British Board of Film Classification – om de kortzichtigheid van bijvoorbeeld de Duitse Unterhaltungssoftware Selbstkontrolle te voorkomen. Deze organisatie schrijft spelproducenten namelijk voor om al het bloed een groene kleur te geven, anders wordt het spel niet goedgekeurd. Zo’n kinderachtige kijk op hun producten verdient de game-industrie niet.

Noël Hamer (19) schrijft voor de website DS-Gamer.nl.

Meer weten over het spel Manhunt? rockstargames.com/manhunt/