Eén hobbeltje en een crisis is nabij

Onbeduidendheid, ondoordachtheid en politiek gescharrel voeren in dit kabinet de boventoon.

Het contrast met de formatie kon niet groter zijn.

Na de drie eerste kabinetten-Balkenende wilden de kiezers niet wéér een rechts kabinet. Bij de Kamerverkiezingen van 22 november 2006 veroordeelden ze daarom het CDA en de PvdA tot elkaar.

Tijdens de formatieonderhandelingen bloeide er onder de ingetogen leiding van informateur Wijffels iets moois op. Nadat Wijffels het speelveld had verlaten, vervielen de spelers echter al gauw in hun oude gewoontes. Na negen maanden regeren zijn de blijdschap en het enthousiasme van Beetsterzwaag verdampt. Het kabinet-Balkenende IV straalt geen allure, gezag en visie uit. Onbeduidendheid, ondoordachtheid en partijpolitiek gescharrel voeren de boventoon.

Hoe kon dit gebeuren? Er zijn drie oorzaken aan te wijzen: in het regeerakkoord werden de puntjes soms onvoldoende op de ‘i’ gezet, tijdens de formatieonderhandelingen waren Bos en Tichelaar niet opgewassen tegen Balkenende en (vooral!) Verhagen, en ten slotte speelt de karakterstructuur van de hoofdrolspelers in het kabinet een belangrijke rol.

Twee actuele voorbeelden van onduidelijke passages in het regeerakkoord. Veertig stedelijke probleemwijken moeten worden omgetoverd tot prachtwijken. Hét paradepaardje van de PvdA. De financiering daarvan bleef in de lucht hangen. De verantwoordelijke minister Vogelaar verzeilde daardoor in een loopgravenoorlog met de woningbouwcorporaties en (haar) minister Bos van Financiën. De kans bestaat nog steeds dat ze een keizerin zonder kleren blijkt te zijn.

Het tweede voorbeeld. In het verkiezingsprogramma keurde het CDA de versoepeling van het ontslagrecht geen woord waardig. De PvdA en de ChristenUnie waren er op tegen. In het regeerakkoord werd er een weinigzeggend zinnetje aan gewijd. Minister Donner ging ermee aan de haal door er een eigen interpretatie aan te geven, waar hij als een orthodoxe gereformeerde dogmaticus aan vasthield. Het leidde vorige maand bijna tot een kabinetscrisis.

De tweede oorzaak van de afbladdering van het kabinet ligt ook in de kabinetsformatie en is vooral van psychologische aard. Als in een onderhandelingsproces een belangrijke eis van één van de partijen integraal wordt gehonoreerd, is het wenselijk dat de andere partij iets vergelijkbaars wordt gegund. Daar kwam tijdens de formatiebesprekingen – dit kan ook Wijffels deels worden aangerekend – niets van terecht. Bij twee zeer belangrijke en politiek gevoelige onderwerpen kreeg het CDA volledig zijn zin: handen af van de hypotheekrenteaftrek en onder geen beding een parlementair onderzoek naar de redenen waarom het eerste kabinet-Balkenende de invasie in Irak politiek steunde. Bovendien was het voor de goede lezer van het regeerakkoord duidelijk dat er geen referendum over de aangepaste Europese ‘Grondwet’ zou komen. Dus drie tot de verbeelding sprekende trofeeën voor het CDA, nul voor de PvdA.

Dit beroerde onderhandelingsresultaat speelt Bos en Tichelaar parten. Om hun geloofwaardigheid bij de achterban niet verder te verliezen, is de politieke speelruimte van de twee PvdA’ers vrijwel nihil geworden. In deze delicate politieke verhoudingen is een uitgekiend politiek leiderschap een must. Daar ontbreekt het aan.

Hiermee ben ik bij de derde oorzaak. Balkenende is de tegenpool van zijn christen-democratische voorganger Lubbers, die zich met van alles en nog wat bemoeide. Balkenende houdt zich bij binnenlandse onderwerpen het liefst zo lang mogelijk op de vlakte. In de eerste drie kabinetten Balkenende lette vicepremier Zalm er op dat de knopen toch tijdig werden doorgehakt. Bos, een controlfreak met ook nog eens meerdere zielen in de borst, kan de rol van Zalm niet overnemen.

Een en ander heeft ertoe geleid dat het kabinet bij het eerste het beste hobbeltje – de versoepeling van het ontslagrecht – in onmacht verviel en niet verder kwam dan het instellen van een onduidelijke, overbodige commissie.

Het gekift in het kabinet en in de coalitie kon moeiteloos worden geregistreerd door de media. Het contrast met de formatie, toen Wijffels met succes de beslotenheid zocht, kon niet groter zijn. Het zou het kabinet Balkenende IV geen kwaad doen als het eens een dagje aan de voeten van Wijffels zou plaatsnemen voor een college sociale psychologie. Misschien voelt Wijffels zich daar zelf ook wel een beetje toe verplicht. Hij heeft immers als informateur ook een paar dingen laten gebeuren die zich nu wreken: onheldere formuleringen in het regeerakkoord, de PvdA die het vel over de neus werd gehaald. Aan de attitudes van de hoofdrolspelers Balkenende en Bos zal ook hij echter weinig kunnen veranderen.

Dr. Sytze Faber is voormalig hoofdredacteur van het Friesch Dagblad en volgde vanuit de binnenkamers van de ChristenUnie de laatste kabinetsformatie. Hij deed daarvan verslag in het boek ‘De wet van de koestal, gereformeerden in Den Haag’.

Lees meer over Fabers boek ‘De wet van de koestal’ op nrcnext.nl/mijnnext