Debat

Debat is voor patsers. Mensen die serieus willen nadenken en echt met elkaar van gedachten willen wisselen, gaan niet met elkaar in debat. Het debat verhoudt zich tot de gedachtewisseling als pornografie tot de liefde.

Ik heb niets tegen pornografie. Maar er is een tijd voor, en een plaats. Niet voor niets tolereren we porno alleen in de late uurtjes en in seksshops zonder al te aanstootgevende etalages. Een stevig potje porno tijdens het avondmaal heeft iets treurigs, iets ziekelijks, zoals een stevige mening iets treurigs heeft.

Bij een debat gaat het erom de ander te vloeren, ongeveer als bij een partijtje worstelen. Alle middelen zijn geoorloofd. Oké, je mag geen dodelijke wapens gebruiken, geen messen of hamers – dat is geen porno meer, maar grof geweld. Daarom stellen we dat strafbaar. Een snuffmovie is strafbaar. Maar de ander beledigen, kwetsen, een beetje pijnigen en vernederen, dat levert heerlijke porno op.

Ik sprak een keer een maker van pornofilms in India, die mij wist te vertellen dat Indiase porno in de Arabische wereld beter verkoopt dan zeg maar de Thaise, of de Filippijnse, of de Amerikaanse.

De verklaring? Arabieren houden meer van Indiase types (lees: bruine vrouwen van bescheiden bouw), dan van geligen met spleetoogjes of blondjes die geiligheid op hun voorhoofd geschreven hebben staan.

Want, en dit is pikant: in Indiase pornofilms moeten de vrouwen vooral niet doen alsof ze het lekker vinden. Ze moeten het mannelijke geslachtsorgaan in de mond nemen alsof ze het weerzinwekkend vinden, anders is het niet vernederend of sadistisch en heeft de kijker er niks aan.

Je moet er maar op komen, maar er zit iets in.

Adriaan van Dis was geen debatleider. Hij was een heer, hij bedreef liefde, geen porno. Dat is ook het verschil tussen, wie weleens naar BBC kijkt, Jeremy Paxman van Newsnight en pakweg Michael Ignatieff, vroeger presentator van het culturele programma The Lateshow. Paxman staat bekend om zijn neiging tot porno. Het is fantastische televisie, moet ik toegeven, zoals hij zich in sommige politici vastbijt en niet loslaat en er geen moeite mee heeft om dezelfde vraag twaalf keren te stellen (sommige hilarische momenten staan op YouTube).

Ignatieff was anders. Eens interviewde hij de Egyptische schrijfster Nawal El Saadawi, vlak na het uitbreken van de Golfoorlog. Zij vond dat de Amerikanen zich niet moesten bemoeien met de bezetting van Koeweit door de Irakezen, dat was een strikt Arabische kwestie. En Ignatieff bleef zo overdreven fatsoenlijk, dat hij haar met de handen in de lucht vroeg „hem te helpen zoiets merkwaardigs te begrijpen”.

Paxman zou het anders hebben opgelost. Hij zou zeggen: vindt u wel of vindt u niet dat u onzin uitkraamt. Ook leuk, misschien leuker, maar alleen in de late uurtjes en niet toegankelijk voor minderjarigen. In Nederland is het debat zeer in trek geraakt, ten koste van de gedachtewisseling. Je hoeft de televisie maar aan te doen, of je hebt een debat. Hoe steviger, hoe beter. Andries Knevel vind ik een enorme pornograaf. Ischa Meijer was dat ook, maar dan met kwaliteit.

Voor alle duidelijkheid, ook het verschil tussen porno en liefde behoeft nuancering: Matthijs van Nieuwkerk doet niet aan pornografie. Hij is altijd dol op zijn gasten en kwispelt zo enthousiast dat het geen kwaad kan. Hetzelfde gold voor Barend en Van Dorp, en nu voor Pauw & Witteman. Ze doen alsof het porno is, maar het is soft, geschikt voor de vroegere uurtjes en jeugdige kijkers.

Porno kan heel geestig zijn. Begin jaren zeventig verbood de toenmalig minister van Justitie, Dries van Agt, de vertoning van de film Deep Throat in zalen met meer dan 49 stoelen. De VARA liet een paar seconden van de film op televisie zien en een presentatrice stopte bananen, frikadellen en augurken in de mond alsof het een lieve lust was.

Het debat hoorde bij de linkse politiek. Dat nu Geert Wilders en Rita Verdonk het verst durven gaan in het debat, is een godswonder dat alleen in Nederland mogelijk lijkt. De meest pornografische debater was natuurlijk Theo van Gogh, maar over de doden niets dan goeds. Over Ayaan Hirsi Ali maakte Salman Rushdie tijdens het Crossing Border Festival een aardige opmerking. Je zou denken dat ze geestverwanten zijn, maar Rushdie bedrijft liefde, zo anders dan Ayaan Hirsi Ali. Hij zei: tja, ze moet het hebben van die rechtse denktank waar ze werkt en het lezingencircuit. Daar moeten ze het hebben van boude uitspraken. Maar zelf deed Rushdie ook een uitspraak waar ik weinig van snap: ideeën keihard aanvallen, maar beleefd blijven tegen de persoon die ze heeft. Dat is wat de maffia doet: je een muilpeer verkopen en geld achterlaten voor de dokter.

Het meest vervelende aan pornografie is het mannelijke karakter. Ik ken niet veel vrouwen die verrukt raken van porno. Ik ken ook geen befaamde vrouwelijke pornosterren. Wie kent nu nog de hoofdrolspeelster van Deep Throat? Ja, Sylvia Kristel kennen we allemaal, maar zij was zo soft als Pauw & Witteman.

De mannelijkheid van porno hangt samen met het feit dat vrouwen bij porno niets hoeven te doen. Of de benen wijd, of de mond open, dat is alles. De man moet een erectie hebben, en dat is lang niet zo makkelijk als het lijkt. Het debat is precies daarom een typisch mannelijke aangelegenheid. De ander willen vloeren, met eigenlijke en liefst oneigenlijke argumenten, met intimidatie, blinde drift, belediging en kwetsuur. Een man wil niet wisselen van gedachten, hij wil de tegenstander tegen de grond en lekker op hem nahijgen.

Het debat, laten we er kort over zijn: een vermakelijke maar zinloze bezigheid van patsers.

ramdas@nrc.nl