De vervuiler betaalt, maar niet iedere vervuiler

De onderhandelaars bij de klimaatconferentie op Bali moeten nieuwe afspraken maken over klimaatbeleid na 2012. Het Kyoto-protocol kan daarbij als voorbeeld dienen.

Toen de wereld het in 1997 na twee jaar onderhandelen eens werd over het Kyoto-protocol, een verdrag over het terugdringen van klimaatverandering, duurde het nog acht jaar voordat het in werking trad.

Die tijd, zeggen veel wereldleiders nu, hebben we op Bali niet meer. Vandaag zijn daar de onderhandelingen begonnen over een vervolg op Kyoto, en te oordelen naar de commentaren van de afgelopen weken en maanden is iedereen doordrongen van de noodzaak om het snel eens te worden.

Zo waarschuwde Ban Ki-moon, secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de organisatie die verantwoordelijk is voor de onderhandelingen, voor een scenario „enger dan een sciencefiction film, omdat het écht is”. Als we niet snel handelen, zeggen politici, worden laag gelegen eilanden door stijgend zeewater verzwolgen, komen miljoenen mensen om van de honger, ontstaan er tekorten aan schoon drinkwater en sterven duizenden dieren- en plantensoorten uit. Als we nu niets doen zijn in de toekomst ieder jaar tientallen miljarden euro’s nodig om de gevolgen van klimaatverandering te bestrijden.

Toch zal er op Bali waarschijnlijk geen akkoord worden bereikt. De regeringsleiders zijn al lang blij als ze het eens kunnen worden over een agenda voor onderhandelingen over Kyoto II. In de hoop dat er dan in 2009 een nieuw akkoord ligt. De wereld mag haast hebben, het onderwerp is te ingewikkeld voor snelle oplossingen.

Een voorbeeld. Philips verplaatst een gloeilampenfabriek vanuit Nederland naar China. Dat is voor het bedrijf aantrekkelijk, maar niet voor het klimaat. De energie om de gloeilampen te produceren (en de CO2-uitstoot die daarvan het gevolg is) komt nu op het conto van China. Die energie wordt niet meer geproduceerd door een relatief schone Nederlandse biobrandstofcentrale, maar door een zwaar vervuilende steenkolencentrale in China. Kortom, de uitstoot van broeikasgassen neemt toe (zeker als je het vervoer van de lampen naar Europa erbij telt), zonder dat dit in de klimaatboekhouding van het Kyoto-protocol zichtbaar wordt. Want China geldt als ontwikkelingsland en hoeft daarom geen maatregelen te nemen en Nederland lijkt door het verdwijnen van de fabriek weer een stukje schoner geworden.

Het principe van het Kyoto-protocol is dat de vervuiler betaalt. Maar in het protocol is sprake van ‘een gemeenschappelijke, maar wel verschillende verantwoordelijkheid van alle landen’, dus niet iedere vervuiler betaalt. En wie is in het bovenstaande voorbeeld de vervuiler? Wordt ook de vervuiling van het vervoer in rekening gebracht? En gebeurt dat bij het land waar de spullen vandaan komen of waar ze worden afgeleverd?

Het Kyoto-protocol, erkennen ook de voorstanders, heeft een relatief bescheiden doel. De wereldwijde uitstoot van broeikasgassen moet in 2012 met 5,2 procent zijn verminderd ten opzichte van ijkjaar 1990 – op Bali wordt waarschijnlijk gesproken over een halvering in 2050, en sommige landen willen zelfs een nog verdere reductie. Maar zelfs het bescheiden Kyoto-doel zal niet worden gehaald omdat het protocol nooit goed heeft gewerkt. De handel in emissierechten is onvoldoende van de grond gekomen en rijke landen kopen te weinig emissierechten door schone technologie te delen met arme landen of door elders vervuiling te bestrijden. Dit hele bouwwerk is ingestort doordat de VS, het land dat de meeste CO2 uitstoot, het protocol hebben afgewezen. Nota bene het land dat marktwerking in het klimaatbeleid tegen de wil van de Europese Unie doordrukte.

Die fouten moeten op Bali worden vermeden. Het kader, ontwikkeld voor Kyoto, ligt er. Het systeem van emissiehandel heeft zich in Europa de afgelopen jaren voorzichtig bewezen. Een ton kooldioxide heeft nu een prijs (zo’n 23 euro, vermoedelijk de komende twee jaar oplopend naar 30 euro) en in de VS kijken individuele staten en bedrijven belangstellend naar de Europese emissiehandel. Ontwikkelingslanden profiteren langzamerhand van westerse technologie. Landen in Oost-Europa met hun verouderde economieën worden op kosten van rijke landen schoner gemaakt. De ontwikkelingslanden worden niet langer in één adem genoemd. Zuid-Korea, Mexico en Argentinië beseffen dat zij een andere rol hebben dan Tsjaad of Belize. Zelfs China neemt zijn verantwoordelijkheid. Als ze het in 2009 allemaal eens zijn is, volgens de betrokkenen, Bali geslaagd. In Amerika zit dan inmiddels een andere regering.