De ijsman leeft er goed van

Met hun karren en manden dragen zij bij aan de chaos van miljoenenstad Jakarta. Maar in de straat zijn de venters een baken. Bij het hek een gesprek met Fais.

Dit gesjouw in alle vroegte met grote blokken ijs ziet er zwaar uit. Al om half zeven hakt Fais (23) voor de kleine warung aan de overkant een stuk eraf voor de ijsthee en de vruchtendrankjes. Met de fiets gaat het dan verder, totdat een dikke dertig klanten zijn bediend.

Maar de schijn bedriegt. De tukang es – de ijsman – heeft te midden van al die mensen die langs de straat hun kost verdienen een goed leven. Want om 12 uur ’s middags is Fais klaar – vrij de rest van de dag.

En het betaalt niet slecht. Fais rijdt er zelfs een brommertje van en gaat af en toe met vrienden naar de shopping mall of naar de biljartzaal. Dan mag je niet klagen, en dat doet hij trouwens ook niet.

IJsverkoop is een wereld apart. Fais is in dienst van zijn broer en die heeft die klanten een paar jaar geleden voor veel geld gekocht van een oude familie van plaatselijke ijshandelaren. Dat kostte meer dan 4.000 euro, zegt Fais, maar dat moet je misschien met een korrel zout nemen. In elk geval geldt voor zijn klanten verplichte nering. „Zo zijn de regels”, aldus Fais en iedereen weet dat hij zich eraan heeft te houden, al staan die regels nergens geschreven. Voor ijs in de tropen heb je nu eenmaal gegarandeerde afnemers nodig.

Fais’ broer woont al tien jaar in Jakarta en heeft een huis, een vrouw en twee kinderen. En heeft naast de ijshandel ook nog een zaakje in oud ijzer. Fais woont erbij in sinds bijna drie jaar.

Ze komen van Madura, een eiland boven oostelijk Java, waar de islam nogal streng wordt beleefd. Fais heeft er zelf op een islamitische kostschool gezeten – een pesantren. „Ik kan de koran lezen”. Vijf keer per dag bidt hij en vaak ook in de moskee. Hij drinkt niet maar helemaal zonder zonde is Fais nou ook weer niet, want ze biljarten wel eens om geld.

In Madura komt hij bijna nooit meer al heeft hij er wel zijn vriendin. „Maar die zit ook op kostschool, dus ze heeft geen tijd.”

Of het ook zijn vrouw zal worden? „Dat weet ik niet zeker, dat hangt af van de Yang Mengatur” – van degene die het allemaal regelt hierboven.

Deze ijsblokken worden geproduceerd door een fabriekje in het oosten van Jakarta. ’s Avonds om tien uur rijdt een open vrachtwagen naar de stad en levert om de hoek tien tot twaalf grote ijsblokken af. Dat wordt goed afgedekt met plastic en hoewel het hier ’s nachts ook altijd wel een graad of 25 blijft, lijden die blokken er betrekkelijk weinig onder. Fais doet er weleens anderhalve dag mee. Zo’n hele blok kun je van hem kopen voor ongeveer tweeëneenhalve euro, maar meestal willen zijn afnemers maar eenvijfde deel. Soms in twee keer, om zes uur en nog een keer vijf uur later, om elf uur.

Loopt het niet langzaam terug, met de opmars van de koelkast?

„Nee, koelkasten zijn duur en stroom ook.”