De Hillaryhaatster

Ze bracht oorlogsactiviste Cindy Sheehan en gouverneur Arnold Schwarzenegger al met campagnes in diskrediet.

Nu heeft Melanie Morgan het op Hillary Clinton begrepen.

Hillaryhaat komt niet alleen van het Amerikaanse platteland. Nu onder conservatieven de benauwdheid groeit dat Hillary Clinton in 2008 de nieuwe president wordt, steekt het verschijnsel overal de kop op. En één van de effectiefste spelers in dat veld opereert in de hoofdstad van progressief Amerika: San Francisco.

Vijftien jaar geleden werd Melanie Morgan in een verslavingskliniek opgenomen. Ze was zo verslingerd aan de pokertafel dat ze niet langer voor haar baby kon zorgen. Na haar herstel belandde ze bij het rechtse radiostationnetje KSFO, waar ze tot havik transformeerde.

Nu is ze een nationale stem in de conservatieve beweging en leidt ze, naast haar radiowerk, de conservatieve pressiegroep Move America Forward. The Wall Street Journal signaleerde al in 2005 dat de groep campagnetactieken hanteert waarmee vier jaar geleden The Swift Boat Veterans for Truth de Democratische presidentskandidaat John Kerry in diskrediet bracht.

Morgan glimt als haar successen kort de revue passeren. In 2003 gaf ze de aanzet voor het referendum waarmee de Democratische gouverneur Gray Davis van Californië werd weggestuurd – hij werd vervangen door de Republikein Arnold Schwarzenegger. Ze lanceerde de bumpersticker over Guantánamo Bay die uitgroeide tot conservatief strijdmotto: I LOVE GITMO. En vorig jaar vermorzelde ze de reputatie van anti-oorlogsactiviste Cindy Sheehan: ze wist een groot deel van het land te overtuigen dat Sheehan, die een zoon in Irak verloor, nooit de moeite had genomen een grafzerk voor haar kind te kopen.

Nu is dus Hillary Clinton aan de beurt. „Haar grote zwakte wordt haar naakte ambitie”, legt Morgan uit. „Ze zal alles doen om gekozen te worden. Maar ze is zeer controlerend en onecht. En Amerikanen houden niet van mensen die hun kilte niet kunnen verbergen.”

Activisten als Morgan roepen vaak misverstanden op. Wie het campagnenieuws in de VS via de gebruikelijke kanalen volgt – de reizende kandidaten, de analyses in dagbladen, tv-shows, serieuze blogs – zal haar zelden aantreffen. Maar op talkradio, op rechtse websites en in het circuit rond FoxNews, is zij, zoals Amerikanen dat noemen, een powerhouse – een stuwende kracht. Het is een omgeving die strijd romantiseert: nuances zijn verdacht, subtiliteit wordt verafschuwd.

Het bevalt haar voortreffelijk, smaalt ze, dat „ouderwetse” media haar werk meestal negeren. Het duurde destijds maanden voordat de kranten in Californië begrepen dat Schwarzenegger ging winnen. „Ik was maar een rechtse idioot, een freak.” En Cindy Sheehan werd door The New York Times nog „absolute morele autoriteit” toegedicht, toen Morgan al uitriep dat de activiste ten onder zou gaan. „Ik vind het héérlijk als ze me onderschatten, dan ben ik op mijn best.”

Met Clinton loopt het nu weer zo, legt ze uit. Een nieuw boek van een oud-medewerker van Bill Clinton, Kathleen Willey, wordt deze dagen door de serieuze media genegeerd, maar vorige week belandde het toch in de top-vijf van best verkochte boeken op Amazon.com.

Willey, meermalen betrapt op valse verklaringen, beschrijft in het boek dat zij in de jaren 90 werd bedreigd vlak voor ze zou getuigen over een aanranding door Bill Clinton. Die beschuldiging – al tien jaar oud – wordt in het boek kracht bijgezet door, daar is ze weer, Melanie Morgan: in het boek vertelt Morgan dat de Clintons een privédetective inhuurden om Willey onder druk te zetten. De detective, Jack Palladino, die ontkent, zou dit Morgan zelf hebben toevertrouwd.

„Het bewijst opnieuw dat de Clintons zéér gevaarlijk zijn”, zegt Morgan. „Angstig gewoon. Ze pretenderen te vechten voor mensen die achtergesteld zijn, vooral vrouwen. Maar hij randt vrouwen aan en zij stelt geen grenzen aan het gedrag van haar man, zodat Hillary precies doet waar zij, als feminist, anderen van beschuldigt.”

En de hele geschiedenis zal volgend jaar, als Hillary de kandidaat wordt, eindeloos worden herhaald. Kom er bij Morgan niet mee aan dat het oude koek is, of dat beleid belangrijker is dan het seksleven van een kandidaat. „Dat is de Europese houding, een ontstellend moreel relativisme. Jullie vinden het goed dat onze president wordt gepijpt onder zijn bureau terwijl hij aan de telefoon zit om beslissingen te nemen over het bombarderen in Bosnië. Nou, wij niet.”

Ongetwijfeld, zegt ze, zullen conservatieve activisten meer feiten over de voormalige first lady weten te vinden. „Ze bespioneert nog steeds haar vijanden. Ze is inhalig, calculerend, ze is fundamenteel paranoïde ten opzichte van iedereen die een andere kijk op het leven heeft. Er is zó veel.”

Morgan erkent dat de strijd tegen Hillary Clinton wordt opgevoerd omdat Republikeinen tot nu toe onmachtig zijn een overtuigende kandidaat te produceren. „Wij hebben onze man nog niet gevonden, we zoeken.” En voor zolang is de aanval de beste verdediging. „Zo werkt dat.”

De crisis in conservatieve kringen werd eerder belichaamd door de man voor wie Morgan in Californië de weg baande, Arnold Schwarzenegger. Hij redde vorig jaar zijn gouverneurschap met een scherpe bocht naar links. Op de radio scheldt ze hem nu uit voor Schwarzenkennedy, een verwijzing naar de progressieve echtgenote van de gouverneur, Maria Shriver, kind uit de Kennedy-familie.

Maar de polarisatie die conservatief Amerika zo graag voortzet is niet alleen ideologie, maar ook een middel om de schoorsteen te laten roken. „Op ons kantoor hebben we de grap: als Hillary wint is dat fantastisch voor ons – en verschrikkelijk voor de rest van het land. Mensen zullen het belang van Move America Forward beter inzien.”

Het vergt techniek. „Tot op zekere hoogte is dit allemaal een spel”, legt Morgan uit. „Ik weet hoe ik de media kan manipuleren, uit eigenbelang. Ik kan mijn boodschap verpakken zoals ik wil. Ik kan een zachtaardige dame zijn, én een echte bitch.” Maar uiteindelijk vertegenwoordigt polarisatie vooral een mentaliteit. Consensus, zegt ze, is iets voor slappelingen – zoals Hillary Clinton. „Als je gelooft in je ideeën, vecht je net zolang je kunt. Je wint of je gaat knock-out. Dát is Amerika: wij geven nooit op.”