‘De Arabische wereld went nu aan experimenten’

Anouar Brahem brak met oude tradities: hij gaf zijn ud, een Arabische luit, een rol in de jazz. Zondag treedt hij met John Surman en Dave Holland op in Amsterdam.

Dat de Tunesiër Anouar Brahem zijn ud, een Arabische luit, als solo-instrument ging gebruiken, is geen opzienbarend nieuws in onze westerse oren. In de Arabische wereld was het echter een revolutionair besluit. Brahem brak in de jaren tachtig met een zeer oude traditie: gewoonlijk was de ud-speler slechts de begeleider van de zang en trad in het orkest nooit op de voorgrond.

,,Ik wilde meer zijn dan alleen entertainer op bruiloftsfeesten”, vertelt Anouar Brahem (50) vanuit Tunis. ,,Maar het kostte heel wat moeite mensen ervan te overtuigen dat de ud een heel speciaal instrument is met meer gezichten. Puristen verafschuwden mijn keuze. En ook de Arabische media waren destijds verdeeld. De mensen waren niet gewend aan een ud vóór op het podium. Ze vonden het er gek uit zien. Dus stond ik in kleine zaaltjes voor weinig publiek. Pas later wende men aan het idee en groeide de belangstelling voor mijn muziek.”

Anouar Brahems grote verdienste is dat hij de ud, de ‘koningin van de Arabische snaarinstrumenten’, in de jazz introduceerde. Bij hem versmelten op elegante maar ook mystieke wijze jazzimprovisaties en klassieke Arabische invloeden.

Het album Barzakh was in 1991 het begin van zijn bijzondere discografie bij het Europese jazzlabel ECM. Daarna maakte hij nog zes albums. Zijn laatste Le Voyage de Sahar, een reis door de Sahara in dertien composities, werd hier vorig jaar bekroond met de jazz/world Edison.

Zondag geeft Brahem een concert in het Muziekgebouw aan ’t IJ met zijn trio Thimar, bestaand uit rietblazer John Surman en bassist Dave Holland. Hun cd Thimar (1998) was indrukwekkend grenzeloos.

Op het conservatorium van Tunis leerde een jonge Brahem bij ud-meester Ali Sriti over de taqsim, de Arabische kunst van het improviseren, en de maqams, de verschillende soorten Arabische melodietypes. Daarbuiten nam zijn interesse voor westerse muziek toe. ,,Ik was razend nieuwsgierig. Wat was er aan de andere kant van de wereld te horen? Hongerig verkende ik alle soorten muziek.”

De ud-speler voelde zich sterk aangetrokken tot jazz, maar vond de vrije manier van spelen aanvankelijk ,,een zeer moderne ervaring”, die hij niet begreep. Toch voelde hij de jazzattitude aan. ,,Ik zag een link met de Arabische muziek omdat daarin improvisatie ook een grote rol speelt. En dat de jazz vanuit een zekere traditie is ontwikkeld vond ik ook een mooi gegeven.”

De Europese avant-garde jazz trok hem. Begin jaren tachtig vestigde hij zich in Parijs. Hij benaderde er diverse jazzmusici voor samenspel. Jaren later, terug in Tunis, durfde hij de met de paplepel ingegoten muziektraditie steeds meer los te laten. Hij gaf er zijn eigen gecomponeerde instrumentale concerten en kreeg er de leiding over een groot ensemble. Zijn baanbrekende werk bleef niet onopgemerkt. Het platencontract bij ECM was zijn internationale doorbraak.

Een ambassadeur wil hij zich niet noemen. Wel doet het hem goed dat veel jonge musici zijn spoor zijn gevolgd en nu ook componeren. Hij ziet interessante kruisbestuivingen in het schemergebied tussen Arabische muziek en de jazz, maar ook met klassieke muziek of juist pop. ,,De tijden zijn erg veranderd sinds ik begon met mijn muziek. De Arabische wereld staat meer open voor experimenten.”

Inmiddels is Brahem niet langer de vernieuwendste. Zo omarmt ud-speler, zanger èn landgenoot Dhafer Youssef met succes de elektronica in de Arabische jazz. Brahem blijft echter meester op de ud als componist. Zijn licht bedwelmende improvisatiemuziek verdiepte hij met een zorgvuldig uitgedacht instrumentarium.

,,Mijn grootste struikblok bij het componeren is uit te maken met welke instrumenten ik de ud ga combineren, al is dat op zichzelf niet moeilijk. ”

Het probleem ligt meer in zijn allesomvattende componeerstijl. Die sluit zijn eigen instrument aanvankelijk compleet uit. ,,Ik denk zo breed en open mogelijk na over het onderwerp, de emotie en de klanken die erbij horen. Ik hoor Arabische violen, sensitieve baslijnen, zinderende pianoakkoorden, prikkelende percussie, noem maar op. In mijn zoektocht vergeet ik mijn ud soms zó, dat ik de muziek weer moet aanpassen om mijn eigen instrument toch ook nog een rol te geven.”

Concert: 9/12 Muziekgebouw aan ’t IJ, Amsterdam. Inl. 020-788 2000/ www.muziekgebouw.nl