Bonenstaken

Wat moet je met een onbeduidende wedstrijd ‘live’ op televisie tussen twee onbekende Engelse clubs? Harrogate Railway en Mansfield Town stonden gistermiddag tegenover elkaar in de tweede ronde van de FA Cup.

Zappen, dacht ik in eerste instantie. Tot ik wat beter keek. Die derderangs clubs hadden eigenlijk het mooiste decor dat je je maar wensen kon: een knollenveld, omzoomd door reclameborden met de namen van regionale winkels en bedrijven erop. Op de achtergrond zag je de oude huizen van het plaatsje liggen.

De BBC was voor dit cupduel uitgerukt met veel cameramensen. Ze stonden op haastig in elkaar getimmerde steigers, niet hoger dan vijf meter boven het veld en leverden vaak vage beelden wegens condens op de lens.

Het blubbervoetbal stelde niet veel voor. Spelers gleden uit, de bal bleef steken in een plas en kappen en draaien was uitgesloten. En toch, ik zag weer eens hoe hartveroverend het voetbalspel gespeeld kan worden. Ik zag geen hangende spitsen, ik zag geen systeem, geen punt naar voren, nee, ik zag voetbal in een elementaire vorm: een vurig gevecht om de bal, een soort pupillenvoetbal door grote mannen uitgevoerd.

Alle spelers wilden zo graag aanvallen en winnen, dat alle afspraken van trainers in de vuilnisbak verdwenen. De shirts plakten aan de ruggen door de modder, broekjes kropen na een sliding via het dijbeen omhoog naar de lies. En dan die melkbenen van de magere grensrechters. Heerlijke bonenstaken.

Alles rondom het veld leek zonder duimstok en waterpas neergezet te zijn. Niets stond recht, het type materiaal wisselde om de zoveel meter. Hardboard voor een kantinedeur, gipsblokken voor de dug-out, triplex voor de reclameborden, golfplaten op het dak, gasbeton voor de muren van de kleedkamer, en wie weet, zat er wel verborgen asbest in de plafonds.

Ik was niet meer bij de televisie weg te slaan. In de pauze wapperden drie beroemde BBC-analisten aan de kant van het veld uit hun jassen. Bij gebrek aan studio bespraken ze de wedstrijd aan de zijlijn na, in de stromende regen.

Er hing een camera in de kleedkamer. Het beeld was mistig, misschien was een uitvaller al onder de douche gestapt. Het dampte binnen. Ik zag hoe de groene plank van de kapstok en de rode plint de laatste decennia al minstens vijf keer opnieuw gelakt waren. Met behoud van de oude laag.

Toen spits Davidson in de tweede helft vlak voor tijd zijn tweede doelpunt voor Harrogate Railway maakte, trokken de fans wild aan het net in het doel van de keeper van de tegenpartij. Een jongetje met een beslagen bril bleef maar doorgaan, zo blij was hij met dat doelpunt, terwijl zijn club nog altijd achterstond, met 2-3.

Waarom genoot ik zo van het kijken naar dat potje voetbal in de regen? Misschien omdat ik op de dag van de loting in Luzern wilde dat Engeland bij de laatste zestien van het EK 2008 hoorde. Engeland, waar het voetbal zo puur beleefd wordt. Dat land moet eigenlijk altijd meedoen.

Railway verloor de wedstrijd. Met treurige koppen en het zware, natte shirt uit de broek, liepen de jongens naar de kleedkamer. Achter het complex zag ik dat in de huizen de lampen al aangingen.

Douchen, drinken, eten en naar huis. Simpel. Zo gaat het daar al jaren in Harrogate Railway. En dat moet vooral zo blijven.