Boeken blijven veilig in de KB

Het plan om boeken te versnijden, heeft angstige reacties opgeroepen. Dat is onnodig. De Koninklijke Bibliotheek blijft boeken zorgvuldig bewaren, zegt Martin Bossenbroek.

Zijn onze boeken nog wel veilig in de Koninklijke Bibliotheek? Deze angstige vraag klinkt door in sommige reacties over de ‘boekversnijding’ (Opiniepagina, 27 november). Het antwoord kan kort zijn: ja natuurlijk. De KB is en blijft de veiligste plek voor al onze boeken.

De bezorgdheid is niettemin begrijpelijk, iedere boekenliefhebber voelt die emotie. Boeken zijn veel meer dan informatiedragers, boeken hebben ook gevoelswaarde. In persoonlijke levens zijn ze verbonden met het innigste lief en het schrijnendste leed. Als collectief cultuurgoed vertegenwoordigen ze juist die fundamentele waarden die, vrij naar Lucebert, weerloos zijn.

Boeken stuksnijden om de inhoud digitaal ter beschikking te stellen, dat is een lastige boodschap, zeker voor de KB, de nationale bibliotheek van Nederland. De KB heeft de wettelijke taak boeken, tijdschriften, kranten en wat dies meer zij op het terrein van de Nederlandse geschiedenis, cultuur en samenleving in internationale context zo compleet mogelijk te verzamelen, zo zorgvuldig mogelijk te bewaren, én zo volledig mogelijk toegankelijk te maken.

Het verzamelen wordt sinds 1974 vergemakkelijkt door het Depot van Nederlandse publicaties. Dat houdt in dat uitgevers van boeken één exemplaar deponeren bij de KB. Inderdaad, om te worden bewaard voor de eeuwigheid: er zal nooit één boek uit worden weggedaan, laat staan stukgesneden.

Ter bevordering van het zorgvuldig bewaren van het boekenbezit, in het bijzonder die collectieonderdelen die het meest blootstaan aan papierverval (boeken uit de 19e en de eerste helft van de 20ste eeuw), is er sinds 1997 het nationale conserveringprogramma Metamorfoze. Inmiddels zijn al meer dan 50.000 boeken, 250 collecties en archieven, 45 krantentitels en 45 tijdschrifttitels van de ondergang gered.

Verzamelen en bewaren maken deel uit van de wettelijke taak, maar het derde element, het toegankelijk maken, is zeker zo belangrijk. Daar is het plan voor de massadigitalisering van boeken uit de periode 1800 tot 1950 op gericht. Het nationale digitaliseringprogramma Het Geheugen van Nederland en grote projecten als Staten-Generaal Digitaal en de Databank Digitale Dagbladen tonen aan welke ongekende mogelijkheden digitaal doorzoekbaar materiaal biedt voor onderzoekers en andere belangstellenden.

Juist om boeken toegankelijk te maken, is het noodzakelijk om na te denken over snellere en goedkopere manieren van grootschalige digitalisering. Het plan om boeken te versnijden is daar een voorbeeld van, maar dit dient wel aan strikte voorwaarden te voldoen.

Om te beginnen zou het nationaal moeten worden aangepakt, wellicht zelfs op Europees niveau. Alleen zo valt zorgvuldig vast te stellen of er meerdere exemplaren van een boektitel aanwezig zijn en kan er één exemplaar uit de roulatie worden genomen en gedigitaliseerd. In aanmerking komt uitsluitend industrieel geproduceerd massadrukwerk zonder bijzondere kenmerken als fysiek object. Unica of exemplaren die als uniek kunnen worden bestempeld vanwege hun (kunst)historische waarde, typografie, bijzondere band, herkomst of omdat ze een integraal onderdeel uitmaken van een collectie, blijven uiteraard buiten schot, net zoals de exemplaren waarin aantekeningen staan van beroemde schrijvers als Louis Couperus.

Maar ook als aan deze voorwaarden is voldaan, blijven er nog genoeg discussiepunten over. Beperking van de scankosten is één ding, maar selecteren kost ook geld, net als het toevoegen van beschrijvingen en het garanderen van duurzame opslag. Ook over de meest geschikte scantechnieken zijn de deskundigen nog niet uitgepraat.

Wat echter overeind blijft is het lokkende perspectief van een tweede (digitaal) leven voor honderdduizenden boeken die anders uit het zicht dreigen te verdwijnen en die, als we niets doen, in ieder geval tot stof zullen vergaan.

Dr. Martin Bossenbroek is directeur Collecties & Dienstverlening van de Koninklijke Bibliotheek.

De onverkorte tekst is te lezen op www.nrc.nl en op www.kb.nl