‘Abjecte brief van een gevaarlijke man’

De oproep van Doekle Terpstra om ‘het kwaad’ Geert Wilders te stoppen, is volgens de PVV-leider ver onder de gordel. „Ik voer het debat waar het thuishoort, in het parlement.”

Toen PVV-leider Geert Wilders zondag de Telegraaf las, kon hij zijn ogen niet geloven. Daar stond het. „Wilders is het kwaad en dat kwaad moet gestopt worden.” Opgetekend uit de mond van Doekle Terpstra, CDA’er en voorzitter van de HBO-raad, die vorige week in een brief in Trouw opriep tot het bestrijden van de politieke boodschap van Wilders.

Wat vindt u van de brief?

„Het is een abjecte brief van een gevaarlijke man. Hij zegt: ‘Wilders is het kwaad, dat kwaad moet gestopt. Dat is niet alleen demoniseren. Als je labiel bent, nee, je hoeft niet eens labiel te zijn, dan kan je misschien denken, laat ik die Wilders eens wat aandoen. Als dat gebeurt, is dat mede op zijn conto te schrijven.”

Vindt u dat Terpstra oproept tot geweld tegen u?

„Hij zegt dat niet letterlijk, dus dat kan ik hem niet aanwrijven. Maar hij zou zo wel mensen op ideeën kunnen brengen. Ik kreeg een e-mail van iemand uit Gouda, dat er iemand met een spuitbus ‘Wilders moet dood’ op muren heeft geschreven. Dat bedoel ik.”

Mag Terpstra uw politieke stijl en boodschap niet bekritiseren?

„Natuurlijk heeft hij het zelfde recht om te spreken als ik. Maar wat hij zegt is ver onder de gordel. Hij zet aan tot Goudse toestanden. Hij gaat het debat niet aan, hij is een beetje aan het ophitsen. Hij doet zelf wat hij mij verwijt.”

Terpstra is verbaasd over uw reactie. Hij zegt dat u zelf ook nooit een blad voor de mond neemt.

„Ik voer het debat waar het thuishoort, hier in het parlement. Hij speelt op de man.”

U heeft toch ook felle kritiek op mensen, bijvoorbeeld moslims?

„Ik heb het nooit over individuen. Ik heb het altijd over de islam, over islamisering, nooit over moslims.”

Uw partij pleit toch voor een immigratiestop voor moslims?

„Ja, maar ik heb het nooit over Achmed of Ali, ik spreek altijd over moslims als groep. Ik val nooit individuen aan.”

Laatst noemde u minister Vogelaar van Integratie nog knettergek.

„Dat is in de Tweede Kamer. Daar hoort het debat plaats te vinden. Daar verkondig ik mijn boodschap. Terpstra zit als CDA’er via die brief buiten het parlement schandelijk partijpolitiek te bedrijven. Maar waar blijft CDA-fractievoorzitter Van Geel? Die hoor ik niet in het parlement. Die zit als een zielig muisje in de hoek.”

Terpstra verwijt u dat uw manier van politiek bedrijven leidt tot polarisatie.

„Het is een totale ontkenning en belediging van de half miljoen mensen die op mij gestemd hebben. Wat je er ook van vindt, heel veel mensen zijn het spuugzat. Wij groeien in de peilingen.”

Is de kritiek die u op de PvdA heeft, dan een belediging van de kiezers van die partij?

„Nee, want ik debatteer in het parlement.”