Zuid-Soedan gaat steeds meer zijn eigen weg

Hoewel in Zuid-Soedan over hervatting met de oorlog tegen het noorden wordt gespeculeerd, is dat nu niet waarschijnlijk. Geen van beide kanten heeft uiteindelijk belang bij nieuwe vijandelijkheden.

In de Zuid-Soedanese stad Juba is de frustratie groot over de moeizame relatie met het noorden. Foto Petterik Wiggers/Panos Juba, Southern Sudan, Soedan, November 2007 The government of Southern Sudan is trying to work on construction and its economy after years of concflict with Northern Sudan. Developments are behind schedule. The roads are a major problem, road construction and rehabillitation has just started. Meanwhile, the market places are as disorganized as three years ago. On the photograph, UN 4WD and NGO cars in a traffic jam on one of the dirt roads of Juba. Photo: Petterik Wiggers/Panos Pictures Het zuiden van Soedan is nog steeds slecht georganiseerd. Een van de grote problemen is wegenbouw. Sinds het aantreden van de nieuwe regering in het zuiden is er nog geen meter asfalt gelegd. Ook de markten zijn chaotisch en bron van criminaliteit. Op de foto rijden auto's van hulporganisaties en de Verenigde Naties in een file op een van de hoofdwegen van Juba, hoofdstad van Zuid Soedan. foto:Petterik Wiggers/HH Wiggers, Petterik

Er wordt weer driftig over oorlog gepraat in Zuid-Soedan. „We zijn er klaar voor”, zegt een parlementslid van het zuidelijke parlement in Juba. „De strijd zal dit keer kort zijn en plaatshebben in de steden”, valt een ander bij. Ze reageren op een vlammende rede twee weken geleden van de noordelijke president Omar al-Bashir waarin hij islamitische militiestrijders opriep zich te bewapenen voor een oorlog in het zuiden: „Het is duidelijk dat we klaar moeten staan om aan Allahs oproep gehoor te geven. We zeggen tegen iedereen die het oorlogvuur wil aanblazen dat we een afspraak met hen hebben op het slagveld.”

De gemoederen lopen hoog op, maar hervatting van de oorlog tussen Noord- en Zuid-Soedan is op korte termijn onwaarschijnlijk. „Ik verwacht geen oorlog. Het is wel zo dat naarmate sommigen meer gefrustreerd raken, de ontwikkelingen steeds onvoorspelbaarder worden”, zegt David Gressley, hoofd van de Verenigde Naties in Zuid-Soedan. Tegen oorlog pleit dat de zuidelijke president Salva Kirr geen oorlog meer nodig heeft om daadwerkelijk onafhankelijk te worden. Het noorden wil afscheiding voorkomen van het zuiden, waar de meeste olievelden liggen, maar president Bashir is overladen met oorlog in het noordwestelijke Darfur.

Het noorden is boos, het zuiden gefrustreerd. De twee jaar geleden moeizaam bereikte Algehele Vredesovereenkomst (CPA) tussen het zwarte, niet-islamitische zuiden en het gearabiseerde noorden loopt gevaar. „We naderen een cruciaal moment”, analyseert David Gressley. „Worden de fundamentele geschilpunten van de CPA niet snel opgelost dan zal de geloofwaardigheid van het vredespact beginnen te ontrafelen.”

Onder de CPA heeft Zuid-Soedan een eigen autonome regering, geleid door president Salva Kirr die tevens vice-president is van de nationale regering in de noordelijke hoofdstad Khartoum. Het zuiden ontvangt de helft van de opbrengsten uit de olie die wordt gewonnen langs de nog precies vast te stellen grens tussen noord en zuid. Een belangrijk element van de CPA is democratisering in zowel Noord- als Zuid-Soedan. In 2009 hebben er in het hele land verkiezingen plaats, in het zuiden gevolgd door een referendum in 2011 over onafhankelijkheid. De grootste zuidelijke guerrillabeweging, het Soedanese Volksbevrijdingsleger (SPLA), nu aan de macht in de zuidelijke hoofdstad Juba, en de heersers van de Nationale Congrespartij (NCP) van Bashir sloten met het vredespact een verstandshuwelijk.

Er heerst toenemend wantrouwen tussen beide vredespartners. Ieder meningsverschil leidt gemakkelijk tot spanningen. „Het huwelijk is van korte duur, uiteindelijk zal er weer oorlog uitbreken met de Arabieren”, voorspelt parlementslid Barri Wanji. Minister John Luk praat over een „schijnhuwelijk”. „Maar behalve wanneer ze ons aanvallen zullen wij langs politieke weg reageren op de provocaties van het noorden”, aldus Luk. Het SPLA trok vorige maand eenzijdig zijn ministers terug uit de nationale regering en volgens onbevestigde berichten versterken beide partijen hun militaire posities. „Er hadden al enkele schermutselingen plaats met noordelijke soldaten in de regio Bahr-al-Ghazal”, vertelt John Luk.

De drie hoofdzaken waarop de CPA vastloopt zijn: demarcatie van de grens tussen noord en zuid, de status van het omstreden gebied Abyei en de terugtrekking van de noordelijke troepen uit het zuiden. De zuidelijke vicepresident Riëk Machar zei vorige week tegen het presbureau Irin: „De noordelijke regering had volgens de CPA haar soldaten moeten terugtrekken uit de regio’s Unity en Upper Nile, maar er zijn nog 12.000 in Unity en 3.360 in Upper Nile.”

Het bindende oordeel van een speciale commissie over de status van Abyei wees Bashir resoluut af. Hij zei vorige week dat „Abyei altijd bij het noorden zal behoren”. Vice-president Riëk Machar: „Het draait allemaal om olie, want in Abyei zit olie in de grond. Noord-Soedan wil de CPA niet toepassen op de olierijke gebieden, het wil die gebieden inlijven.” In 2003 kwam een kwart van de Soedanese olieproductie uit Abyei.

Tot ergernis van het noorden gaat Zuid-Soedan steeds meer zijn eigen weg. „Het zuiden is in de ogen van de noordelijke kliek van machthebbers het kankergezwel van Soedan”, meent minister John Luk. De Zuid-Soedanese autoriteiten proberen sinds enkele weken in Juba eenheid te smeden tussen de rebellengroepen van Darfur, die de noordelijke regering juist uit elkaar wil drijven. Ook opstandelingen uit Oost-Soedan komen binnenkort vergaderen in Juba. En de zuidelijke president Kirr ging onlangs op bezoek in Washington zonder daarvoor toestemming te vragen van Bashir. „Ik kan me voorstellen dat ze paranoïde worden in Khartoum over deze onafhankelijke koers van het zuiden”, zegt David Gressley.

In de CPA spraken beide partijen af eenheid van Soedan aantrekkelijk te maken. Van die belofte is weinig terechtgekomen. De noordelijke regering bevordert volgens Gressley de eenheid niet. „Hadden ze nou maar een asfaltweg gebouwd van Abyei zuidwaarts, dat was een mooi gebaar geweest. En waarom houden ze hun poot zo stijf over Abyei?” De noordelijke tegenwerking van de CPA sterkt de zuiderlingen in hun wens zich af te scheiden. „Het algemene gevoelen in het zuiden is altijd vóór onafhankelijkheid geweest”, zegt John Luk, „en dat gevoelen wordt alleen maar sterker”.

De zuidelijke regering is meer gebaat bij de CPA dan haar schijnhuwelijkspartner in Khartoum. Meer dan de helft van de olievelden ligt in het zuiden en de onafhankelijkheid komt binnen handbereik in 2011 bij het afgesproken referendum. De zuidelijke president Salva Kirr heeft zich niet laten provoceren. Na de vlammende rede van Bashir riep hij vorige week zijn aanhangers in Juba op niet te luisteren naar „oorlogsstokers”. David Gressley: „Zuid-Soedan probeert alles volgens de regels van de CPA te doen om de internationale gemeenschap aan zijn zijde te houden.”

Amerika, dat de hoofdrol speelde bij de totstandkoming van de CPA, leidt SPLA-soldaten op en ook invloedrijke buurlanden als Oeganda en Kenia hebben altijd grote sympathie gehad voor de opstand van de zuiderlingen. Washington, dat sinds tien jaar sancties toepast tegen de regering van Bashir wegens vermeende terroristische activiteiten en de oorlog in Darfur, sloot daar onlangs het zuiden van uit. „We zijn het met Amerika eens dat Zuid-Soedan ligt in de frontlinie tegen het terrorisme”, merkt Barri Wanji op. Met die internationale steun hoopt Zuid-Soedan het te kunnen uitzingen tot het referendum in 2011, zonder opnieuw oorlog te hoeven voeren.