Zijn Plan, onze toekomst

Twee Russische sociologen over een charismatische leider, onverschilligeburgers en de farce van de democratie. „Als ze ons maar met rust laten.”

‘We leven in een compleet ander land. Er is hier veel veranderd sinds de Sovjet-Unie niet meer bestaat”, zegt Tatjana Zaslavskaja. In dat andere land ligt nog altijd een poes op het bed in haar studeerkamer. Haar twee schoothondjes en bejaarde echtgenoot dribbelen door de gang. Met dat rumoer op de achtergrond vertelt de eminente, vlijmscherpe sociologe en econome in haar Moskouse appartement over dat andere land, het Rusland van Poetin.

De inmiddels 80-jarige Zaslavskaja werd in 1983 beroemd met een lezing over de dramatische situatie van de landbouw in de Sovjet-Unie. In die lezing – die met het oog op haar kritische inhoud geheim was maar desondanks naar het Westen uitlekte – adviseerde Zaslavskaja de regering omvangrijke sociale, politieke en economische hervormingen door te voeren, die ze perestrojka (reconstructie) noemde. Partijleider Gorbatsjov liet zich erdoor inspireren voor zijn hervormingspolitiek. Over hem praat ze nog altijd met sympathie. „Gorbatsjov is nooit erg geliefd geweest bij de gewone Russen. Ze vonden hem maar een ouwehoer, een man van veel woorden en weinig daden. Begrippen als rechtsstaat en mensenrechten zeiden hun niets. Alleen het merendeel van de intelligentsia was dol op hem.”

Zaslavskaja groeide op onder Stalin. Na diens dood in 1953 zag ze zijn opvolgers komen en gaan. Tegenwoordig heeft ze te maken met Poetin en diens regering. Nonchalant haalt ze haar schouders op. „Poetin is het product van het systeem waar hij uit voortkomt: de KGB”, zegt ze vastberaden. „Zijn plannen houdt hij geheim. Hij deelt ze niet met anderen en slaat dan plotseling toe. Niemand in zijn omgeving weet wat hij morgen zal doen. Hij zegt dat hij de politiek verlaat, maar ook dat hij blijft. Iemand die ik ken – nee, ik noem geen namen – ging bij Poetin op bezoek en liep in het Kremlin premier Zoebkov tegen het lijf. Zoebkov die als een vriend van Poetin geldt, vroeg hem: ‘Kun jij niet even voorzichtig aan Poetin vragen waarom hij mij als premier heeft benoemd?’ Zoiets zegt alles over onze president.”

En dan de democratie. Ook daarover heeft Zaslavskaja uitgesproken meningen. Als ik vraag waarom Poetin Rusland toch steeds als een democratisch land wil voorstellen, zegt ze lachend: „De democratie? Die is hier één grote farce. Er wordt hoogstens geprobeerd dat systeem te imiteren. Onafhankelijke kranten als Novaja Gazeta en internet vertellen hun lezers hoe iedereen gedwongen wordt om op Poetins Verenigd Rusland te stemmen. Iemand van Verenigd Rusland gaat bijvoorbeeld naar een ziekenhuis en zegt tegen de geneesheer-directeur dat al zijn artsen lid van die partij moeten worden. Zo niet, dan wordt gedreigd met ontslag of andere represailles. In de Sovjet-Unie gebeurde zoiets niet. Om toen lid te kunnen worden van de Communistische Partij, moest je je toch eerst echt bewijzen. Het was een eer.”

Zaslavskaja raakt op dreef. Al druiven etend haalt ze de ene na de andere mythe van Poetins Rusland omver. Zo zegt ze bijvoorbeeld dat het kabinet in Rusland geen politieke institutie is, maar een economische. „Alleen de presidentiële staf houdt zich met politiek bezig. De Doema stelt niets voor, de parlementariërs stemmen zoals de president het wil. Poetin heeft alleen een kleine mate van democratie in het leven geroepen, omdat hij weet dat je als een democratie moet overkomen om in de Raad van Europa, de wereldhandelsorganisatie WTO en de G8 te kunnen zitten.”

Maar Zaslavskaja wijt de huidige politieke ontwikkelingen in haar land ook aan de gewone Russen die volgens haar geen behoefte hebben aan een maatschappelijke dialoog. „Met veel moeite heeft het Kremlin één partij geschapen, Verenigd Rusland, die nu de baas is. En bijna iedereen vindt het prima. Niemand vraagt zich bijvoorbeeld af wat er in dat zogenaamde Plan van Poetin staat. De leuze ‘Poetins Plan is Onze Toekomst’ die je overal tegenkomt, betekent alleen maar dat wij klaar staan om voor Poetin in het water te springen. Het lijkt soms wel of we niet genoeg aan Stalin en Brezjnev hebben gehad om ons te laten inzien hoe dom het is om alles te geloven wat de leider zegt. Mijn leven lang maak ik die blinde volgzaamheid al mee.”

Toch is Zaslavskaja niet over alles pessimistisch. Tal van positieve ontwikkelingen winnen het van de negatieve. „Er is een nieuwe generatie dertigers opgekomen, die veel actiever is dan de vorige. Ze zijn onafhankelijker en initiatiefrijker, vooral in het zakenleven. Dat bestond vroeger niet. Mijn studenten staan opener voor de ontwikkelingen in het zaken- en bedrijfsleven dan ik. Nieuwe technologie betekent voor hen: op naar de toekomst. Mijn pessimisme wijten ze aan mijn leeftijd.”

De meeste Russen denken volgens Zaslavskaja dat alles tegenwoordig beter is doordat ze nu kunnen kopen wat ze willen. In de Sovjet-Unie kon je alleen maar dromen van een nieuwe auto of een wasmachine. „Er heerste de mentaliteit van ‘waar ik ook werk, laat me niet werken’. Het is vreselijk dat een hele natie zo denkt. Maar tegenwoordig wil iedereen werken, omdat ze consumptiegoederen willen hebben.”

Zaslavskaja meent dat Poetin zijn omvangrijke steun onder de bevolking dan ook voor een belangrijk deel dankt aan die nieuwe welvaart. Brood en spelen dus, in ruil voor politieke onverschilligheid. „Het merendeel van de bevolking is conservatief, vooral de laagopgeleiden. En dankzij de hoge olieprijzen kan men zich steeds meer veroorloven. De regering maakt zich ook nog eens populair met nationale projecten om werklozen aan de slag te krijgen. Zelfs als je daar zelf niets aan hebt, dan nog weet je dat je buurman ervan heeft geprofiteerd. En dan vind je de regering al gauw prima.”

En de armoede dan die je in Rusland overal om je heen ziet? Zijn de Poetinstemmers daar dan soms blind voor? Zaslavskaja: „Jeltsins hervormingen uit de jaren negentig hebben een grote inkomensdifferentiatie veroorzaakt, die nog steeds doorgaat. Veel Russen beschouwen de nu bestaande inkomensongelijkheid als iets doodnormaals. Ze vinden een verschil van een factor tien tussen rijk en arm heel acceptabel. Terwijl er in werkelijkheid een factor vijftien bestaat. Vijftig procent van de inkomens is bovendien zwart. En maar één procent van de bevolking is schatrijk.”

„Daar komt nog bij dat de overheid gepensioneerden niet als mensen ziet, maar als beesten die je gerust aan hun lot kunt overlaten. Alleen dat kan verklaren waarom de pensioenen zo erbarmelijk laag zijn. Wij hebben hier nooit een civil society gehad, waar mensen maatschappelijke verantwoordelijkheid dragen. Misschien krijgen we die ooit, maar het zal nog zeker twintig jaar duren voordat het zover is.”

Ook de cultuur van zelfverrijking door Kremlinbestuurders kan op de kritiek van Zaslavskaja rekenen. Ze ziet het vooral gebeuren waar bedrijven die onder Jeltsin zijn geprivatiseerd opnieuw in handen van de overheid vallen, zoals oliebedrijf Joekos. Vervolgens worden ze geherstructureerd tot staatscorporaties. „Misschien is dát wel een onderdeel van Poetins Plan”, zegt ze schertsend. „De staat steekt veel geld in die bedrijven. Maar onduidelijk is wie al dat geld uiteindelijk krijgt. Het is verontrustend. Want in de praktijk is er geen sprake van renationalisatie, maar van reprivatisering. Zo’n bedrijf gaat via duistere manoeuvres van de ene oligarch over in de handen van een andere die in het Kremlin zit.”

Op de vraag of de gewone Rus hier niet tegen protesteert, antwoordt ze: „De Novaja Gazeta schrijft er openlijk over, maar de oplage van die krant stijgt niet. De mensen willen het dus gewoon niet weten. Ze denken: laat de staat het privébezit gerust overnemen, als ze ons maar met rust laten. En in ruil voor die rust houden ze hun mond.”

Ondanks de afwezigheid van een omvangrijk maatschappelijk protest vreest Zaslavskaja geen terugkeer van een dictatuur. „De regering kan alles tegenwoordig met machtspolitiek af. En voor het geval het toch moet, hoeven ze slechts zo’n 2.000 mensen op te sluiten, dat is alles. Voor hen die democratie willen is de huidige situatie natuurlijk vreselijk, maar zij vormen nu eenmaal een kleine minderheid. Bedenk dat we in Rusland nog nooit een onafhankelijke rechtbank hebben gehad. De mensen zijn aan dat soort dingen gewend. Voor de liberale intelligentsia is de enige troost dat ze tegenwoordig het land in en uit kunnen reizen wanneer ze willen.”

Als we het over de oppositiepartijen krijgen, zegt Zaslavskaja dat die geen enkele kans hebben in de komende verkiezingen. De voornaamste reden daarvoor is dat ze maar geen eenheid weten te vormen. „Daar komt nog bij dat de liberale politici, die onder Jeltsin verantwoordelijk waren voor de economische shocktherapie, nu de schuld krijgen van de ellende van toen. Ze hebben hun geloofwaardigheid verloren. Daarom maken hun oppositiepartijen geen enkele kans in de verkiezingen.” De kritiek op de liberale politici is volgens Zaslavskaja niet geheel terecht. „Iedereen vergeet dat ze in de jaren negentig geen constructieve uitgangspositie hadden. Jegor Gajdar, die als minister verantwoordelijk was voor de shocktherapie, heeft zijn fouten toegegeven. Maar hij zegt te hebben gedaan wat hij kon. Misschien zou hij meer succes hebben gehad als hij tien jaar de tijd had gekregen.”

Zaslavskaja bewaart gemengde herinneringen aan de politiek van de liberalen. „In het begin van de hervormingen toonden ze zich van hun beste kant. Maar toen ze klaar waren en nog van alles voor de mensen hadden kunnen doen, voerden ze niets meer uit. Wel waren ze bezig met het opdelen van het staatseigendom ten behoeve van zichzelf. De meerderheid is in die tijd schatrijk geworden, terwijl de helft van de bevolking in armoede leefde. Veel democraten hebben zich toen gecompromitteerd.”

Haar stemming wordt nu somber. Alsof ze wil zeggen dat het eigenlijk een grote puinhoop is in haar land. Pas als ik haar vertel dat Rusland volgens mensenrechtenactivisten zo’n 130 politieke gevangenen telt, veert ze weer op. Er komt nog een poes binnengewandeld. Het is die van de uitvergrote portretfoto op haar bureau. „Honderddertig?” vraagt ze, terwijl ze de poes op schoot neemt. „Dat is een heel aardig aantal. In de Sovjet-Unie hadden we er miljoenen.”

Aan de andere kant van Moskou huist de vijfentwintig jaar jongere politicologe Lilia Sjevtsova in een bovenkamer van het Carnegie Moscow Center. Een maand geleden verscheen haar studie Russia: Lost in Transition. The Yeltsin and Putin legacies. Het boek, dat door een Amerikaanse uitgever is gepubliceerd, is in Moskou niet verkrijgbaar, waarschijnlijk omdat het nog niet in het Russisch vertaald is. Twee jaar na haar spraakmakende Putin’s Russia, laat ze zich hierin opnieuw uit over de Russische president. Haar voorspellingen van toen zijn grotendeels bewaarheid. „Poetin had na zijn herverkiezing in 2004 de keuze uit een streng autoritair, een zacht autoritair of een hybride regime zoals dat van Jeltsin. Hij heeft gekozen voor het zacht autoritaire. Poetin-waarnemers als ik hebben indertijd de fout gemaakt te denken dat dit regime een kind van Poetin zelf is. Maar in werkelijkheid was het gemaakt door Jeltsins minister Gajdar en zijn collega’s. Bij het doorvoeren van hun hervormingen in de jaren negentig konden zij geen democratische instituties gebruiken, terwijl zij als liberalen de meeste kans hadden om die op te richten.”

Volgens Sjevtsova is er dan ook sprake van een logische ontwikkeling naar het huidige systeem. Poetin heeft aan hun schepping hoogstens iets toegevoegd. „Poetin bestuurt Rusland heus niet alleen samen met de voormalige KGB, wat iedereen denkt, maar ook met gematigde bureaucraten als de postcommunistische pragmaticus en vice-premier Medvedev.”

Over de ontwikkeling van de civil society is Sjevtsova veel kritischer dan Zaslavskaja. Voor haar bestaat de politieke cultuur van de Sovjet-Unie nog volop. „De schrijver Fazil Iskander zegt altijd: ‘Hoe meer alles verandert, hoe meer het hetzelfde blijft’. En dat is precies wat er volgens haar in Rusland aan de hand is. „Het probleem is alleen hoe de regering het aan de mensen op straat moet vertellen. Nu zitten oud en nieuw nog samen in een cocktail. Maar het werkelijke machtssysteem is nog net als vroeger een piramide, met aan de top de baas die bepaalt wat er gebeurt.”

Poetin zal er volgens Sjevtsova dan ook alles aan doen om zijn macht te behouden. „Russische leiders hebben altijd al een monarchale status gehad. De kunst is om deze traditie voort te zetten. Kijk maar naar al die banieren in de stad met ‘Voor Poetin’ erop. Iedereen is Verenigd Rusland vergeten, maar steunt op hem. Hij kan rekenen op 85 procent van de stemmen, terwijl tegelijkertijd 56 procent zegt dat de regering niet deugt.”

Ook over Ruslands machogedrag in de internationale politiek heeft Sjevtsova een stelling. Het komt volgens haar voort uit Poetins kwetsbare persoonlijkheid, hij is een onzekere man. Vandaar die foto’s waarop hij in zijn blote torso staat. „Kijk maar naar het neerslaan van de binnenlandse oppositie tijdens de demonstraties van Ander Rusland en die houding jegens de verkiezingswaarnemers van de OVSE. Zo zou iemand die zeker van zichzelf is nooit doen”, zegt ze. „Maar het zegt wel iets over het gevoel van onzekerheid en angst bij de heersende elite over de mogelijke afloop van de verkiezingen. Uit die torsofoto’s kun je goed opmaken dat Poetin zich bedreigd voelt. Vergeet niet dat hij een charismatische figuur is. Alle vrouwen in de provincie zijn verliefd op hem. Hij drinkt niet, slaat niet en is toch sterk. Op de website van het Kremlin staat een geweldige foto van hem in blote torso met een kruis om zijn nek en een bloemetje in zijn broekriem. Het is allemaal bedacht door de spindoctors in het Kremlin.”

En dan is er natuurlijk de vraag of Poetin echt de man bovenop die piramide is. „De macht in het Kremlin berust zowel bij het kabinet – de uitvoerder van het beleid – als bij de clans rond bijvoorbeeld vicepremiers Medvedev en Ivanov, minister Jakoenin en Gazprom. Poetin is van hen de beste en de slimste. Hij begrijpt als geen ander wat zijn rol is. Keer op keer verzint hij bijvoorbeeld een nieuwe list om de vriend dan wel de vijand van het Westen te zijn. Enerzijds heeft hij de elite van het land in staat gesteld om in de westerse zakenwereld te integreren en anderzijds zit hij het Westen voortdurend dwars. Dat is Poetin ten voeten uit.”

Hoe het met Poetin verder moet na de presidentsverkiezingen van februari weet ook Sjevtsova niet. Het is koffiedik kijken. Toch waagt ze na enig aandringen een poging. „Poetin zal heus niet opnieuw president worden. Wel moet hij een legale niche voor zichzelf zien te vinden. Daartoe beschikt hij over verschillende mogelijkheden. Een daarvan is dat hij net als Deng Xiaoping en Khomeiny de nationale en morele leider van het land wordt. Als Verenigd Rusland de parlementsverkiezingen wint, heeft hij de legitieme steun van de bevolking om aan te blijven. Dan kan hij makkelijk een nieuwe functie creëren die boven die van de president staat.”