Wetenschappers zijn over nanotechnologie bezorgder dan leken

Koolstof nanobuisje. Deze koolstof moleculen kunnen materiaal versterken of bijzondere eigenschappen geven. Het is een relatief onbekende vorm van koolstof waarvan wetenschappers de gezondheidsrisico’s niet goed kennen. illustratie Nasa NASA

Wetenschappers zijn veel bezorgder over door nanotechnologie veroorzaakte gezondheidproblemen en milieuverontreiniging dan het algemene publiek. Dat blijkt uit een onderzoek onder 363 nanowetenschappers en 1.015 ‘gewone’ Amerikanen dat afgelopen zomer is gedaan onder leiding van Dietram Scheufele, hoogleraar wetenschapscommunicatie aan de de universiteit van Wisconsin-Madison (Nature Nanotechnology, 25 november).

Meer dan dertig procent van de ondervraagde wetenschappers maakt zich zorgen over gezondheidsrisico’s van nanotechnologie tegenover twintig procent van de leken. Meer milieuverontreiniging door nanotechnologie vreest ruim vijftien procent van de wetenschappers en dik tien procent van de leken. Scheufele benadrukt dat de wetenschappers niet zeggen dat er problemen zijn, maar dat er onvoldoende wetenschappelijk onderzoek is gedaan om de risico’s te taxeren.

Doel van de nanotechnologie is het bouwen van materialen met uitzonderlijke eigenschappen uit individuele atomen, moleculen of kleine groepjes moleculen. Deze op zeer minuscule schaal geconstrueerde materialen kunnen schadelijk zijn voor mens en milieu.

De publicatie is opvallend, omdat wetenschappers de risico’s van nieuwe technologie in hun eigen vakgebied doorgaans lager inschatten dan leken. Bij andere technologie, zoals genetisch gemanipuleerd voedsel en kernenergie, is het tegenovergestelde het geval.

Volgens Scheufele is het verschil te verklaren doordat wetenschappers al jaren intensief discussiëren over het gebrek aan systematisch onderzoek naar de risico’s van nanotechnologie. Publieke lobbygroepen krijgen het onderwerp daarentegen nauwelijks op de agenda.

Scheufele concludeert dat nanotechnologie een van de eerste snelgroeiende nieuwe technologieën is waarbij het publiek wetenschappers en het bedrijfsleven in hun informatieverstrekking vertrouwt. Ironisch genoeg, schrijft hij, is het misschien ook wel de eerste ontluikende technologie waarvan wetenschappers het publiek moeten uitleggen dat zij bezorgder moeten zijn dan ze uit eigen beweging waren.

De wetenschappers schatten niet alle risico’s rond nanotechnologie hoger in dan het publiek. Zij maken zich minder zorgen over verlies aan privacy door deze nieuwe technologie, misbruik ervan door terroristen of een nieuwe wapenwedloop die eruit voort zou kunnen vloeien. Bovendien zijn de wetenschappers optimistischer over de mogelijkheden. Negentig procent verwacht dat nanotechnologie zal leiden tot een betere behandeling van ziekten (tegenover tachtig procent van het publiek) en ruim tachtig procent denkt dat energieproblemen ermee kunnen worden opgelost (iets meer dan de helft van het publiek heeft daar vertrouwen in). Michiel van Nieuwstadt