Wat hebben we over voor geroemde kenniseconomie?

In NRC Handelsblad van 25 november lees ik `Kabinet wil uitval onder studenten bestrijden`. Een nobel streven, dat het kabinet en minister Plasterk denken te bereiken door vergroting van het aantal lesuren en meer begeleiding van studenten. Klinkt heel redelijk - ga zo door. Daar moet natuurlijk wel geld voor op tafel komen.

Direct daaronder: `Hoger opgeleid is niet altijd beter`. Waar de kop op slaat is niet duidelijk, maar: klassen worden niet verkleind, oudere docenten verliezen hun ooit noodzakelijk gevonden taakverlichting, de gelden voor het voorgespiegelde hogere salaris kunnen door schoolbesturen naar eigen goeddunken ook anders besteed worden. En vooral: vrijwel heel die 1,127 miljard moet binnen het ministerie zelf bij elkaar worden geschraapt.

Wat hebben we als samenleving eigenlijk over voor het creëren van de veel geroemde kenniseconomie? En zou er ook maar één jonge student nu wél kiezen voor een baan in het onderwijs?