‘Voor zijn zege heeft Poetin weinig hoeven doen’

Poetin wint morgen bij de Russische Doemaverkiezingen. En daar heeft hij weinig voor hoeven presteren: hij heeft geluk gehad met hoge energieprijzen. Serieuze hervormingen zijn er de afgelopen jaren niet geweest.

„Poetin heeft gewoon geluk gehad”, zegt econome Marina Krasilnikova in haar kamer op het Levada Centrum voor opinieonderzoek in Moskou. De relatieve welvaartsstijging van de afgelopen jaren is volgens haar namelijk geen wapenfeit van de Russische president, maar een gevolg van de gunstige conjunctuur. „Eind jaren negentig trok de economie aan en daar heeft Poetin van geprofiteerd. Onduidelijk is alleen of hij ook voor continuïteit heeft gezorgd. De groei had namelijk veel groter kunnen zijn.”

Als de opiniepeilingen van het onafhankelijke Levada Centrum morgen uitkomen, schrijden president Poetin en zijn Verenigd Rusland met meer dan 60 procent van de stemmen de nieuwe Doema binnen. Voor die overwinning hebben ze dan niet erg veel prestaties hoeven leveren. Want recente cijfers geven aan dat de alom bejubelde economische groei en de rust en orde die Poetin zou hebben gebracht nogal betrekkelijk zijn. Zo is er onder Poetin meer criminaliteit dan onder zijn voorganger Jeltsin en staat Rusland wat het terrorisme binnen zijn grenzen betreft op de derde plaats na Irak en Afghanistan. Ook de economie staat er veel minder rooskleurig voor dan wordt gedacht: de inflatie en de levensmiddelenprijzen zijn de afgelopen drie jaar alleen maar gestegen, terwijl de inkomens hetzelfde zijn gebleven. De enige lapmiddelen waarmee de regering het leed tracht te verzachten zijn belastingverlaging en prijsbevriezing, een placebo uit de gebrekkige medicijnkast van de Sovjetplaneconomie.

„De meeste Russen willen niet weten wat er echt aan de hand is”, zegt Krasilnikova, die bij het Levada Centrum het onderzoek leidt naar de levensstandaard in Rusland. „Ze zijn ingedut als gevolg van de materiële welvaart en willen geen grote veranderingen. Op de televisie, hun voornaamste bron van informatie, worden grote sociaal-economische problemen niet aangesneden. Ook hebben ze lage verwachtingen voor de lange termijn. Wij hebben onlangs fabrieksdirecteuren gevraagd hoe lang van tevoren ze plannen voor de toekomst maken. Twee à drie jaar was hun antwoord. Sommigen maakten helemaal geen plannen.”

Uit een recente Levada-peiling blijkt 45 procent van de Russen te hopen dat de nieuwe Doema een afspiegeling is van hun belangen, terwijl 34 procent juist het tegenovergestelde verwacht. Ook verlangt 39 procent naar een beter leven voor zichzelf en zijn familie en droomt 33 procent van hogere salarissen en pensioenen. „Natuurlijk maken ze zich zorgen over de nabije toekomst, want ze hebben hulpbehoevende ouders en studerende kinderen voor wie ze moeten zorgen. En als er nu al geen geld is voor de pensioenen, hoe moet dan straks hun eigen pensioen worden betaald? De meerderheid van de Russen kan zelfs zijn medische zorg niet betalen en de regering heeft er evenmin geld voor.”

Dankzij de gunstige conjunctuur is de afgelopen acht jaar in Rusland ook de armoede gehalveerd. Volgens Krasilnikova is dat echter nog altijd geen reden om te juichen. „De levensstandaard gaat voor iedereen weliswaar stap voor stap omhoog, maar de verschillen tussen arm en rijk worden alsmaar groter. Een probleem voor ons bij het berekenen van die verschillen is dat de inkomens in werkelijkheid veel lager zijn dan wordt geschat.”

In zijn tweede ambtsperiode heeft Poetin amper economische hervormingen doorgevoerd. Alle aandacht was gericht op versterking van zijn autoritaire regime en op het buitenland. Als voorbeeld noemt Krasilnikova het stopzetten van de sociaal-economische hervormingen in 2005. Die hadden een einde moeten maken aan het inefficiënte systeem van staatssubsidies. Maar nadat in de grote steden massaal werd geprotesteerd tegen de afschaffing van het systeem van speciale bonussen dat vooral voor de armsten een belangrijke aanvulling was op hun inkomen, werden ze afgeblazen. „De politieke wil om die hervormingen voort te zetten verdween daarna geheel. Maar Poetins populariteit heeft er niet onder geleden. Vierentachtig procent van de bevolking steunt hem. En tegelijkertijd weet iedereen hoe groot de sociaal-economische problemen zijn.”

De voedselprijzen en de stagnerende inkomens waren in de afgelopen verkiezingsstrijd een belangrijk thema. Iedere partij had het erover, maar niemand bood een oplossing. Echte grote verschillen tussen de partijen zijn er dan ook niet. „Ze gebruiken dezelfde slogans, waarin ze de salarissen en pensioenen willen verhogen en beloven Rusland sterker te maken. Maar een eigen beleid hebben ze niet. Er bestaan bij ons bovendien geen verkiezingsprogramma’s.”

Volgens Krasilnikova kan de economie pas echt gezond worden als Rusland zelf weer gaat produceren. „Sinds midden jaren negentig roepen de opeenvolgende regeringen dat een hervorming van de economie hun voornaamste doel is en dat we onafhankelijk moeten worden van de inkomsten uit olie en gas. Maar dat kan alleen als we gaan produceren, elkaar gaan beconcurreren en echte salarissen invoeren. Nu hebben we alleen maar vluchtig kapitaal uit handel en investeringen. Vroeger produceerden we prima auto’s, vliegtuigen, hout en ga zo maar door. Maar door de shocktherapie van de jaren negentig verloren ook veel fabrieken hun kapitaal. De laatste tijd verandert die situatie gelukkig een beetje. Maar dan nog durft de regering geen geld in de economie te steken, omdat ze bang is voor een stijgende inflatie, terwijl ze dat juist wel zou moeten doen om de productie op te voeren.”

Krasilnikova twijfelt dan ook of de regering geschikt is om grote economische hervormingen door te voeren. „Ze is veel te onderdanig jegens de president. Daardoor hebben we nu hoogstens een imitatie van echte hervormingen. Het is het nadeel van een verticale machtsstructuur. Die is kwetsbaar, omdat zij een vijandbeeld moet scheppen om het volk te kunnen verenigen. Russen kiezen hun machthebbers niet om hun professionele vaardigheden, maar uit loyaliteit.”