Verdachten in zaak Holloway komen vrij

De medeverdachten van Joran van der Sloot, Satish (21) en Deepak K. (24), komen uiterlijk vandaag vrij op Aruba. De in Nederland wonende hoofdverdachte Van der Sloot (20) blijft vastzitten.

De rechter-commissaris heeft het verzoek van het Openbaar Ministerie (OM) afgewezen om de twee Surinaamse broers langer vast te houden in de verdwijningzaak rond de Amerikaanse tiener Natalee Holloway.

Volgens de rechter bevat het dossier tegen de broers wel ernstige bezwaren, zoals het vernietigen van sporen van een misdrijf en het wegmaken van een lijk. Maar deze feiten wegen niet zwaar genoeg om de twee verdachten in voorlopige hechtenis te houden.

De verlenging van de hechtenis van Van der Sloot is eind deze week aan de orde. Intussen is een bezwaarschrift tegen de hem opgelegde beperkingen grotendeels afgewezen. Hij mag nu een bijbel en lectuur lezen, maar geen kranten, brieven of tijdschriften. Ook mag hij geen televisie kijken en alleen met zijn advocaat spreken.

Van der Sloot en de gebroeders K. worden verdacht van betrokkenheid bij doodslag van Natalee Holloway, dan wel zware mishandeling met de dood tot gevolg. Ze werden vorige week aangehouden; de broers op Aruba en Van der Sloot in zijn woonplaats Arnhem. Hij werd een dag later uitgeleverd aan Aruba.

Natalee Holloway verdween in de nacht van 30 mei 2005 tijdens een korte vakantie op Aruba. Ze werd het laatst gezien met de drie verdachten buiten een uitgaansgelegenheid in de Arubaanse hoofdstad Oranjestad. Van der Sloot zou Holloway, destijds 18 jaar, rond drie uur ’s nachts alleen op een strand hebben achtergelaten. Hij ontkent iets met de verdwijning te maken te hebben.

De drie werden in juni 2005 al aangehouden, maar moesten drie maanden later worden vrijgelaten wegens gebrek aan bewijs. Het OM zegt nu op basis van een door het Nederlandse Korps Landelijke Politiediensten uitgevoerd onderzoek over nieuw bewijs te beschikken. De verdachten zijn in de afgelopen week los van elkaar met dit bewijs geconfronteerd. Van der Sloot beroept zich daarbij op zijn zwijgrecht.