Straf voor een krab en een klap

Wie staat er voor de rechter en waarom? Maryanne gaf een caissière van de Lidl een klap. Die rode plek op haar wang? „Die moet van mijn nagel zijn geweest.”

Door Rinskje Koelewijn

Het lijkt een tafereel uit de jaren zestig. Huisvrouw raakt slaags met caissière in de supermarkt. Krabt haar met haar linkerwijsvinger in het gezicht, en geeft een klap op de andere wang.

De huisvrouw heet Maryanne H. Ze is 22 en is twee dagen voor de rechtzitting getrouwd. Haar handen zitten nog onder de henna-tekeningen. In een wolkje parfum loopt ze al bellend de rechtszaal binnen, haar nieuwe man er achteraan. Haar wimpers zijn zo lang dat ze nep lijken. Een bruin vest lijkt een bol buikje te omhullen.

Ze wordt beschuldigd van bedreiging en mishandeling. In rap maar netjes Amsterdams legt ze uit wat de kwestie is. Ze was in de Lidl in Amsterdam-Noord. Met haar halfzus. Met een volle kar komen ze bij de kassa en leggen de boodschappen op de band. Ze heeft 18 blikjes Red-Bull, een energiedrankje. Eén blikje legt ze op de band, de andere laten de zusters in de kar liggen. Ik zeg dus uit mezelf, zegt Maryanne, dat ik nog 17 blikjes in mijn kar heb. Dat is heel normaal, zegt Maryanne. Ze is zelf ook caissière geweest, je kijkt gewoon in de kar om te kijken of het aantal dat de klant noemt, klopt.

Maar de caissière zei iets wat de zusters niet beviel. Wat ze precies zei, kan Maryanne zich niet herinneren, maar wel dat ze het een verschutting vond. De caissière insinueerde iets over diefstal. En ze was nog racistisch ook. De rij achter de zusters werd langer en langer. En Maryanne werd kwaad.

De rechter meldt dat ze zei: je komt hier niet levend vandaan. Nee, nee, zegt Maryanne, het was niks met moord of dood.

„Je weet niet met wie je te maken hebt?”, oppert de rechter. Kan, zegt Maryanne. En: „Ik spreek je straks buiten wel als je alleen bent”, vult de rechter aan. Ja, zegt Maryanne, zou kunnen. Ik wilde er met haar nog eens rustig over praten. Dat is wél wat anders, vindt de rechter.

Hoe dan ook, ze prikte met haar nagel in de wang van de caissière, Dat klopt. Maar een klap, nee. Hoe kan het dan, zegt de rechter, dat de politie constateerde dat mevrouw een rode plek had in haar gezicht? Dat moet van mijn nagel zijn geweest, antwoordt Maryanne. De caissière smeet het wisselgeld in het gezicht van de halfzus van Maryanne, die de munten terugsmeet. Ze kijkt alsof ze wil zeggen: logisch toch. Ze zegt: ik ben daar niet van gediend als klant.

Eigenlijk had ze nog aangifte willen doen tegen die vrouw. Maar dat heeft ze maar laten zitten. Ze had nooit verwacht dat dit nog eens een zaak zou worden. O, zegt de rechter, dus u was er niet zo van onder de indruk.

Wat het een beetje pijnlijk maakt, is dat Maryanne nogal een strafblad heeft. Drie, vier veroordelingen voor winkeldiefstal. Die zou ze niet gemeld hebben bij het verhoor door de politie na de ruzie. Onzin, zegt Maryanne, ik zat naast de computer. „Ik kon alles zo meelezen. Fraude, mishandeling, het stond er gewoon.”

Nou bent u al een paar keer gepakt voor winkeldiefstal, zegt de officier. Wie zegt dat u nu niet weer iets wilde stelen. Maryannes donkerbruine ogen blijven even aan de officer plakken. Luid en duidelijk zegt ze: er lag voor vijftig euro aan boodschappen op de band. Zou ik dan die blikjes neppe Red-Bull stelen?

Voor het laatste delict, een oplichtingszaak, had ze een voorwaardelijke straf gekregen van twee maanden cel. En de supermarktruzie gebeurde in de proeftijd. Dat betekent dat ze straf krijgt voor de krab en de klap én dat de voorwaardelijke straf kan worden opgelegd.

Maryanne mag nog even vertellen hoe het nu met haar gaat. Ze is dus getrouwd, heeft werk als planner en is zes maanden zwanger. De rechter feliciteert haar hartelijk.

De officier eist 500 euro boete voor de ruzie. En omdat ze zwanger is, eist hij niet twee maanden cel, maar 120 uur werkstraf.

Nu lopen er echte tranen uit haar wimpers. Haar man stuift op, loopt als een getergde tijger voor het hekje wat hem van zijn bruid scheidt en loopt dan weg om een prop wc-papier voor haar te halen.

Ze schrikt er van, zegt ze. Ze weet hoe zwaar een werkstraf is. Hoe moet ze dat doen nu ze zwanger is, of straks als ze een kindje heeft? Kan de rechter, vraagt ze, niet iets zachter naar haar zaak kijken?

De rechter vindt de officier heel mild, zegt hij. Hij legt de boete op en maakt er 80 uur taakstraf van. Als het maar nooit meer gebeurt. Met geknepen stem roept haar man dat hij daar wel voor zal zorgen.

De rechter wenst Maryanne veel sterkte met het mooie leven dat Maryanne tegemoet zal gaan. Met haar kind en een man die haar zal steunen. Hij lijkt het echt te geloven.