Column

Smaak

Zondagochtend keek ik naar de documentaire Als we het zouden weten over de afdeling neonatologie van het Academisch Ziekenhuis Groningen en ik kan niet anders zeggen dan dat de film een goed beeld gaf van de werkelijkheid. Een gruwelijke werkelijkheid. Ik keek op verzoek van de redactie van het televisieprogramma Pauw & Witteman omdat ik daar op maandagavond samen met kinderarts Eduard Verhagen te gast zou zijn. Verhagen is de baas van die kliniek. Over het onderwerp zelf durf ik niet zoveel te zeggen. Ik snap dat het leven van een kind gered moet worden, maar vroeg me wel een paar keer af: Wat red je? Red je een leven? Wat voor leven krijgt dit onsje rosbief?

Steeds spookt het verhaal door mijn hoofd van een mij bekend kind dat een jaar of twintig geleden in een academisch ziekenhuis werd geboren. De moeder lag nog onder narcose toen de vader moest beslissen of het kind geopereerd moest worden. Anders zou het overlijden. De vader riep in de paniek dat er alles aan gedaan moest worden om de baby te redden en de spoedoperatie werd uitgevoerd. Volgens de artsen was de operatie geslaagd. Een van hen vertelde de vader er nog bij dat ze een nieuwe techniek hadden toegepast en dat het kind een jaar eerder kansloos zou zijn overleden.

Gefeliciteerd dus. Het kind hangt inmiddels al twintig jaar in een rolstoel, is zwaar verstandelijk gehandicapt en stoot om de zoveel minuten wat kwijlende klanken uit. Dat is alles. Nogmaals: vroeger, toen de techniek nog niet zo ver was, was het kind vlak na de geboorte overleden. Dus die heeft nu mooi mazzel gehad.

Ik weet dat het niks met neonatologie te maken heeft, maar toch ook wel een beetje. Het gaat ook hier om kinderen die in leven worden gehouden terwijl je je afvraagt: wat wordt de schade? Wat voor leven krijgt dit kind? Moet de natuur niet iets meer de kans krijgen om te winnen van de machines?

Ik twijfel overigens geen seconde aan de integriteit van de artsen, maar ik mag als leek toch wel hier en daar mijn vraagtekens zetten?

In de uitzending van Pauw & Witteman heb ik dit onderwerp expres niet aangesneden omdat zelfs ik begrijp dat dit niet iets is dat je in een paar minuten van een talkshow weg walst. Hierover kan je uren van gedachten wisselen. Wanneer zit de dokter op de stoel van God? Bij hoeveel weken zwangerschap ligt de grens? Welke toekomst wordt het kind geboden? Wat is kwaliteit van leven?

Wel vertelde ik in de uitzending dat ik tijdens het kijken nogal was afgeleid door de manier waarop alles was vastgelegd. Ik doelde daarmee vooral op de emoties. De moeder die te horen kreeg dat haar kind het alsnog niet ging redden werd radeloos van verdriet en krijste al haar wanhoop bij elkaar. De camera bleef draaien en nam de wanhopige vrouw heel close. Ik zat met plaatsvervangende schaamte in mijn eigen woonkamer en vond het zo mensonterend dat dit was vastgelegd. Dat iemand op zo’n moment kan doorfilmen vind ik net zo knap als banaal.

Zowel voor als na de uitzending ontstond hierover een beetje kregelige discussie tussen mij en de makers van de documentaire, die ook in de studio waren. Het werd al snel duidelijk dat het een smaakkwestie was. Nou zegt men dat er over smaak niet te twisten valt, maar ik ben van mening dat dat wel degelijk kan. Ik vind het ronduit gênant als ik moet zien dat een vader het dode kind een kusje mag geven. Laat mij er buiten. Ik weet ook zonder plaatjes wel hoe verdrietig en ten einde raad die ouders zijn. Bespaar me de beelden. Gun die mensen hun privacy. De makers legden mij uit dat de ouders toestemming hadden gegeven en zelfs op de première waren geweest. Het dode kind had op deze manier een plek gekregen, werd er nog therapeutisch bij verteld. Maar ik wil dat die ouders helemaal niet hoeven te beslissen of ze wel of niet willen dat het wordt uitgezonden. Die keus moet er niet zijn. Het moet niet eens zijn opgenomen.

Youp van ’t Hek