Slim inviteren

Hoe de hoofdstedelijke beau monde van een bruisende mix een geldmachine werd.

Couvert bij het staatsdiner voor Elizabeth II

Weer mislukte mijn entree in het Washingtonse societyleven. Om bij Rima Al-Sabah op de thee te mogen, moet je eerst bikkelhard onderhandelen met Fay, haar assistente.

Rima Al-Sabah is de vrouw van de ambassadeur van Koeweit. „Mevrouw Al-Sabah is opgetogen over uw belangstelling”, meldde Fay, na drie eerdere pogingen per e-mail. In de eerste had ik de talenten van Rimah Al-Sabah als societyster zonder scrupules de hemel in geprezen. In de tweede had ik dit rubriekje overdreven (,,…about only the most fascinating people on world stage”). In de derde mail had ik op verzoek „exact” geformuleerd welke vragen ik haar zou willen stellen – waarbij het de kunst is risicoloos te formuleren.

Dus niet: „Wie zijn er in en uit de gratie, in Washington?”

Maar: „Hoe stelt u uw gastenlijsten toch zo voortreffelijk samen?”

Rima Al-Sabah moest bevallen van haar vierde kind en ze had het ook druk met maar liefst vier ‘babyshowers’, voor haar georganiseerd door ambitieuze Washingtonians. De kranten drukten foto’s af van obscene hoeveelheden babyspeelgoed. Laura Bush was er ook.

Het interview is dus weer voor onbepaalde tijd uitgesteld. Prompt verscheen in Vanity Fair gelukkig een uitvoerig verhaal over de Washingtonse society – of wat daar nog van over is.

Het verhaal is geschreven door Maureen Orth, die in haar studietijd al bij Bobby Kennedy thuis kwam. Zij is getrouwd met de presentator van Meet the Press. Dat tv-programma wordt hier zo belangrijk gevonden, dat politici er cosmetische ingrepen voor ondergaan. Orth kent iedereen en mocht iedereen citeren.

John en Jackie Kennedy zijn nog steeds de gouden standaard voor het societyleven in Washington. Zij gaven in één maand een diner ter ere van de Franse schrijver André Malraux; een diner voor 49 Nobelprijswinnaars en een staatsbanket voor de Shah van Iran. Het Witte Huis was het bruisende middelpunt van de stad en daarnaast had je nog twee voorname circuits: de diplomaten op Embassy Row en de journalisten in Georgetown. De Kennedy’s mengden deze groepen. Met Democraten én Republikeinen.

Fast forward naar George W. Bush. Die wil voor tien uur naar bed. Heeft in zeven jaar in het Witte huis slechts vijf staatsdiners gegeven. Het gebruik van vingerkommetjes is daarbij afgeschaft. Op Condoleezza Rice na bleek niemand nog te weten wat je ermee moest doen.

Toch is het volgens iedereen de schuld van Democraten dat bijna alle diners in de stad nu strikt partijdige geldmachines zijn geworden.

Het begon aan het einde van het tijdperk van Reagan – nog goed voor een staatsdiner per maand – toen er meer Democraten in het Congres kwamen. „It got ugly at dinner party’s”, zeggen vooraanstaande Republikeinen, zoals de latere rechterhand van Laura Bush, Lea Berman. „We lagen het hele diner onder vuur.” Democraten en Republikeinen waren steeds minder goed in staat samen aan tafel te gaan.

Toen de Clintons het Witte Huis betrokken, begonnen ze met het geven van kleine diners. Clinton gaf dan een uitgebreide rondleiding in de voormalige werkkamer van Abraham Lincoln. Later bleek – schandaal! – dat de Clintons hun rijkste geldschieters uitnodigden om daar te logeren. Het Witte Huis was geen levendige salon meer, maar een stuk onroerend goed om geld mee binnen te slepen.

Alleen bij Rima Al-Sabah’s komen voorname diplomaten, kunstenaars, journalisten en politici van alle partijen nog massaal bijeen. Condoleezza Rice én Angelina Jolie. Om ze vast te nagelen, verstuurt Al-Sabah haar RSVP’s maanden tevoren. Daarom is ze uitgelachen. „Over vier maanden moet ik naar een begrafenis”, reageerde iemand.

Verder is in Washington van een ‘mix’ allang geen sprake meer. De opmerkelijkste prestatie van de meeste genodigden bij het laatste staatsdiner, voor de Britse koningin Elizabeth II dit voorjaar, moppert de Washingtonse elite, was dat ze honderdduizenden dollars aan Bush of de Republikeinen hadden gegeven. „Tegenwoordig is het alleen afrekenen, afrekenen, afrekenen.” De meeste diners en feesten worden nu gegeven door lobbyisten.

Twee vrouwen die door vrijwel alle betrokkenen in Vanity Fair worden gehaat: Beth Dozoretz en Catherine Reynolds. „Poor Beth” pronkt te veel met haar vriendschap met Bill Clinton – dat dóe je dus niet. Ook belt ze tijdschriften om op hun ‘A-lists’ van invloedrijke personen te komen. De vrouw van de vorige Britse ambassadeur, fenomenaal hatelijk: „Poor Beth. She did try to invite us all the time”.

De steenrijke Catherine Reynolds smijt de miljoenen in het rond. Dertig miljoen voor haar eigen Gulfstream privé-jet. Vierhonderdduizend dollar voor de privéschool van haar dochter – want het is hier cruciaal je kind op de juiste school te krijgen: een school met bruikbare ouders. Honderd miljoen dollar aan culturele instellingen gaf ze ook. En dat was allemaal welkom. Maar Catherine Reynolds heeft her en der nog meer geld beloofd om zich toegang te verschaffen tot de top. Bedragen die soms niet volledig op tafel kwamen. En dat is tegenwoordig onvergeeflijk.