Sint met een ‘red nose’

Op de Europese School schakelen leerlingen moeiteloos van Engels of Frans naar hun moedertaal. Jacqueline Kuijpers

Taalles op de Europese School in Bergen. foto jørgen krielen © Jorgen Krielen / Amsterdam, 29-11-2007 / Bergen, Europese School Krielen, Jorgen

In de kantine van de Europese School in Bergen, Noord-Holland, ruikt het naar patat. In de gangen praten leerlingen Deens, Frans, Italiaans, Engels, Sloveens en zelfs Bulgaars. In het ene leslokaal is Engels de voertaal, een deur verder Nederlands. Verderop klinken Frans en Duits. Bij de kleuters is alles in sinterklaassfeer, dat dan weer wel. Maar ze vieren ook het Engelse ‘red-nose-day’, een dag voor vrijwilligers. De Europese School is er in de eerste plaats voor leerlingen wier ouders werken bij een bij de EU gelieerde instelling, in dit geval het Instituut voor Energie in Petten. Ze worden hier opgevoed tot Europese burgers.

In de muziekles van de Zuid-Afrikaanse Jenny Booyens is goed te merken wat dat ‘Europees zijn’ nu eigenlijk betekent. Moeiteloos schakelen de leerlingen over van Nederlands naar Engels en terug. “Zoals het uitkomt”, zegt Lieuwe (16). Hij heeft een Nederlandse vader, een Engels/Italiaanse moeder en woonde hiervoor in Denemarken. En dus praat Booyens over een ‘een rond geluid with an echo’ als ze het timbre van Gregoriaanse zang beschrijft en weten de leerlingen precies wat ze bedoelt.

De eerste Europese School werd in 1953 in Luxemburg geopend. De werknemers van de toenmalige Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, voorloper van de EU, wilden hun kinderen niet naar een lokale school sturen omdat ze bij eventuele terugkeer naar hun vaderland aansluitingsproblemen zouden kunnen krijgen. Een universeel onderwijsprogramma moest dat ondervangen, met een eindexamen, het Europese baccalauréat, dat op alle Europese universiteiten zou worden erkend.

Het uitgangspunt van de Europese School is dat elk kind les krijgt in één van de officiële EU-talen, bij voorkeur in zijn moedertaal. De school is verdeeld in taalsecties. De leraren zijn native speakers, die door de lidstaten voor negen jaar worden gedetacheerd en gecontroleerd worden door de onderwijsinspectie van hun eigen land.

Talen zijn belangrijk (al op zijn zesde krijgt een kind een eerste vreemde taal naar keuze), maar het bijzondere van de Europese School dat zelfs in de statuten ‘de vooraanstaande positie van de moedertaal wordt gewaarborgd’. Maar de huidige omvang van de EU (27 leden, 23 talen) maakt dat de idealen van weleer niet altijd meer even praktisch haalbaar zijn. Daar loopt de school in Bergen nu tegenaan. Voor één Bulgaarse leerling kun je geen taalsectie opbouwen. De sectie Italiaans is inmiddels opgeheven en Duits krimpt. Tegelijkertijd neemt het aantal nationaliteiten en talen toe. Dus wordt er gezocht naar nieuwe mogelijkheden. De meesten volgen nu het onderwijsprogramma in een combinatie van Nederlands, Engels of Frans. Dankzij de moderne techniek kan nog wel iedere leerling op school onderricht krijgen in zijn moedertaal. Voor die ene Bulgaarse leerling is er een videoverbinding met een school in Bulgarije.

Gevraagd naar het grootste voordeel van de Europese school antwoorden de leerlingen van Jenny Booyens eenstemmig dat er niet gepest wordt. De reden: hier is iedereen anders. Dat vraagt van de leraren vooral een ‘open mind’, vertelt Booyens. “Je moet niet te Nederlands denken. Deze leerlingen hebben veel van de wereld gezien. Als je het hebt over de Chinese opera is er altijd wel één die het in Hong Kong heeft gezien.”

Dat delen van ervaringen wordt ook benut bij een vak als geschiedenis, dat de leerlingen altijd in een andere taal dan hun eigen aangeboden krijgen. Het biedt de mogelijkheid om de wereldgeschiedenis door andere ogen te zien. En zo nationalistische sentimenten de kop in te drukken. In Bergen hebben leerlingen een project gehad rondom de tweede wereldoorlog, waarin ze de verhalen uit alle families hebben gebundeld. Waarmee duidelijk werd dat iedereen in een oorlog lijdt.

In heel Europa staan nu 14 Europese Scholen. Den Haag heeft plannen om de 15e binnen zijn stadsgrenzen te halen. Volgens wethouder Sander Dekker (Onderwijs, Jeugd en Sport) biedt de stad al het breedste scala aan internationaal onderwijs, maar hebben expats toch behoefte aan een Europese School. “In verband met het onderwijs in de moedertaal.” Welke vorm deze Europese School zou moeten krijgen staat nog ter discussie: een échte Europese School, als een soort annex van Bergen, of een afgeslankte vorm ervan (alleen voortgezet onderwijs en zonder leraren gestuurd door de lidstaten). Voor de eerste vorm is financiering nodig vanuit Brussel “en daar is men terughoudender in het stichten van nieuwe Europese Scholen”, aldus Dekker. Intussen volgt de Oudercommissie van de Europese School in Bergen de voortgang in Den Haag op de voet. “Wij als expats weten hoe belangrijk het is dat onze kinderen al van jongs af onderricht krijgen in hun moedertaal en precies dat kan Den Haag nu niet bieden. Kiest Den Haag voor een andere optie dan een échte Europese School dan zou dat een gemiste kans zijn”, zegt vice-voorzitter Carine Lingier.

http://www.europeanschool.nl/