Seks is een privézaak, maar niet in publiek toegankelijke ruimtes

Het Nijmeegse schandaal kan nu eens niet aan ‘de’ media worden geweten, vindt Maarten Huygen.

Vunzig was ik en ordinair. Samen met een stuk of vijftig collega’s die ook groen waren in de Nijmeegse politiek. Daarom kregen we het waarschuwingsbordje ‘pers’ opgespeld. We zaten op de tribune bij de vergadering van de gemeenteraad. Niet voor het debat over het bestemmingsplan Galgenveld, want toen dat begon, gingen we weg. We waren gekomen voor een pittige discussie over vermeende orale seks in de fietsenkelder tussen een raadslid uit de oppositie met sterwethouder Paul Depla. De discussie was live te volgen voor het hele land. Eindelijk was de wethouder nationaal nieuws maar niet zoals hij dat wilde. Dat was aan ons, dragers van het bordje, te wijten.

Raadsleden van de VVD, het CDA en van drie stadspartijtjes eisten duidelijkheid of de wethouder ‘het’ nou had gedaan of niet. „Waarom doet hij geen aangifte wegens smaad, als het niet waar is?”, vroeg Bea van Zijll de Jong-Lodenstein van de Stadspartij zich af. Maar burgemeester Thom de Graaf steunde zijn wethouder en vond het een privézaak. Een hechte, linkse Nijmeegse meerderheid van SP, PvdA, GroenLinks en D66 was het daarmee eens, hoewel er wel een publiek onderzoek naar strafbare feiten aan vooraf was gegaan. Overtuigend vond ik dat niet.

Het gaat niet om strafbaarheid maar om moreel verwerpelijk gedrag. Het verhaal dat de ronde deed, kan geen raadslid of kiezer onverschillig hebben gelaten. De verbazing van de PvdA-fractie over de heftige reacties moet gespeeld of wereldvreemd zijn geweest. Zeker, overal is seks te zien, van abri tot internet, maar veel onderdanen vinden het niet prettig als hun wethouder of minister daar openlijk aan meedoet. Internet maakt meer van wat de politicus doet zichtbaar. Toenmalig president Bill Clinton kon zich niet zo vrij uitleven als zijn voorganger John F. Kennedy. Daartussen ligt de strafbaarheid van seksuele intimidatie, die vroeger met kuise stilte werd omgeven. Ruud Lubbers maakte er handhandig kennis mee toen hij ontslag moest nemen bij de VN na een rapport van een onderzoekscommissie over zijn gedrag. De internationale mores bleken strenger dan de Haagse. Achteraf geeft hij niet zichzelf, de vrouw die aangifte deed of de onderzoekscommissie de schuld, maar de media.

Ik geef toe dat ik als journalist seksgeruchten niet pleeg uit te zoeken. Ze zijn onaangenaam maar niet wereldschokkend. Seks en macht liggen dichtbij elkaar. Sommige topapen houden er harems op na. Er is genoeg stof voor onthullingen om van iedere krant een lor te maken. Dat gebeurt niet, want het zijn meestal privézaken. De regionale krant De Gelderlander publiceerde aanvankelijk niets over de fietsenkelder.

Depla’s daad, zoals verondersteld, was niet privé, ook al was er geen sprake van seksuele intimidatie. De twee verdiepingen tellende fiets- en parkeerkelder van het gemeentehuis is een publieke ruimte. Daarin verschilt Depla’s verhaal van dat van collega’s. Ik daalde af tot de locus delicti en trof een door gegalvaniseerd ijzeren spijlen afgegrensd gedeelte van de parkeergarage aan met helwit tl-licht. De parkeergarage is openbaar, ook al geeft alleen een elektronisch gemeentepasje toegang. Volgens De Gelderlander is iemand die zijn auto of fiets kwam ophalen op de minnaars gestuit. Ook zouden er opnames van de bewakingscamera zijn geweest. Met decorumverlies voor de wethouder als gevolg. Dat is politiek relevant. Volgens de gedragscode van Nijmegen heeft de wethouder een ‘voorbeeldfunctie’ en moet hij zelfs de ‘schijn’ van ‘niet integer gedrag’ mijden. De PvdA-code vindt zelfs dat die plicht zich uitstrekt over het privéleven. Dat is niet voor niets. De meeste mensen kiezen een politicus niet omdat ze zijn beleid gedetailleerd kennen maar omdat ze hem persoonlijk vertrouwen.

Geenstijl.nl drijft op hoon en leedvermaak maar is dit keer niet de schuldige. Toch worden ‘de’ media van twee kanten aangevallen. De Gelderlander wordt op de site verweten dat het dit gerucht binnenskamers heeft gehouden. Depla ziet zich juist als slachtoffer van de publicaties. Dat het verhaal nu in het hele land was gepubliceerd maakte het nog niet op slag een publieke zaak, was zijn argument. De wethouder had gelijk als de veronderstelde bevrediging van lusten had plaatsgehad in een Stundenhotel. Wat hij daar doet, is privé. Een Turkse Nederlander die voor hoorzittingen over integratiebeleid in het stadhuis was en mij spontaan aansprak, reikte mij een extra argument aan: „Als een ambtenaar het had gedaan, was hij meteen ontslagen.” Hij en zijn metgezel walgden. Zijn opmerking deed mij denken aan de Schiedamse wethouder die werd ontslagen wegens het laden van internetporno op een gemeentelaptop. Of aan werkgevers die het gebruik van internet door hun werknemers superviseren. Geen van de mensen die ik aansprak, had begrip voor de privacy van de wethouder.

Hoe zwaar ik til aan een heftige vrijpartij in de fietskelder doet er niet toe. Ik bepaal de publieke moraal niet. Media mogen verrichtingen in het stadhuis als nieuws te brengen. Partijen die dat belangrijk vinden mogen de wethouder erop aanspreken. Als dat niet mocht, zou de politiek los raken van de samenleving. Het gedrag van een wethouder in het stadhuis is niet zo privé als het juridisch beschermde huiselijke leven van de kinderen van de kroonprins. Een rechterlijk verbod op publicaties over het gedrag in publieke ruimten zou neerkomen op censuur. Het zou ook niet kunnen, want de fotograferende mobiele telefoon en de blog hebben journalisten van hun nieuwsmonopolie beroofd. De publieke sfeer heeft zich uitgebreid.

De reactie van de oppositie was mild. Dit is geen affaire-Lewinsky. Toen werd een president vervolgd wegens het hinderen van rechtspraak en meineed over zijn relatie met een stagiaire. Met kwaadaardige aanklagers en regimenten advocaten. In Nijmegen verlangde de oppositie van onder andere CDA en VVD slechts een excuus over een uit de hand gelopen vrijpartij en dan zand erover. Depla had niet eens in details hoeven treden. Door vast te houden aan zijn privacy voerde Depla de verkeerde strijd. Zijn gezag is gekrenkt. Kiezers zijn boos. Een dom precedent. Ze zullen ons, journalisten, de schuld geven.