Schimmels in prachtige kleuren

Tentoonstelling: Reinoud van Vught, Naturen. T/m 6 januari in De Pont, Wilhelminapark 1, Tilburg. Di t/m zo 11-17u. Inl.: 013-5438300, www.depont.nl

De schilderijen van Reinoud van Vught roepen geen al te vrolijke associaties op. Twee grote zwarte doeken uit 1991, besmeerd met grijze hompen en cirkels, flankeren de ingang van zijn tentoonstelling in museum De Pont. Het zijn abstracte doeken waarop het gebaar van de verf een eigen leven leidt. Te efemeer voor Armando, te aards voor Pollock. De grijze hompen lijken desintegrerende gestaltes, in dikke grijze verf ontbindend tegen een zwarte achtergrond. Kleurige verfdruppels aan de zijkant van het doek verraden dat het werk ooit optimistisch begon, maar uiteindelijk heeft Van Vught dit alles afgedekt met een dikke laag zwart.

Op zijn atelier, de zolder van een oud Tilburgs klooster, vond Van Vught crucifixen en andere katholieke parafernalia die hem inspireerden. Toch hebben zijn sombere schilderingen meer weg van de donderpreek van een gereformeerde dominee dan van de weelde van het katholicisme. In recenter werk laat Van Vught meer kleur toe, maar dat is nog geen garantie voor vrolijkheid. In bruin, vaalblauw en groen schildert hij abstracte composities en verleppende flora. Door de plantensilhouetten te laten overwoekeren met dunne groene verflagen, boekt Van Vught prachtige resultaten.

Dat dit aardse leven maar tijdelijk is en de natuur vergankelijk, hebben al veel kunstenaars verbeeld. De associatie met Mondriaans bloemen is onvermijdelijk. Maar er is een groot verschil: bij Van Vught lijkt de verf zelf in bederf te veranderen. Zijn olieverf lijkt aarde, schimmel, mos, rottende plantendrab. Zoals schimmels op een oude vaat prachtige kleuren aannemen, zo verlopen hier tinten groen en paars vol aders en vlekken. Het mooiste is een titelloos doek van eerder dit jaar, waar bruine sporen van echte planten in zitten. Het is alsof ze zijn verteerd en de witte verfaura eromheen uitdijend lijkvocht is. Het zijn de herinneringen aan bloemen meer dan bloemen zelf die worden verbeeld.

Het persbericht van De Pont noemt Van Vught een schilder ‘pur sang’ en vergelijkt hem met Marc Mulders. Samen met drie vakgenoten vormden ze in de jaren negentig de Tilburgse School, gebonden door belangstelling voor techniek en traditie. Inderdaad is Van Vught een echte schilder, voor wie de verf het belangrijkste onderwerp is. Tussen het omineuze zwart van zijn vroege jaren en de stervende planten van nu, ligt een hele reeks exercities in verf. Je vraagt je af en toe af wat hij precies gedaan heeft – zijn dat afdrukken van snelbinders? Soms zijn de resultaten lelijk, zoals de mistige papierwerken uit 1997. Soms slagen ze prima, zoals de vibrerende abstracties uit 2002, vol krioelende lijnen. Ook de nieuwste werken zijn niet allemaal even geslaagd. Van Vughts recente abstracties krijgen met twee van de vier ruimtes erg veel aandacht in De Pont. Ze bestaan uit patronen van groene, paarse, rode en blauwe spikkeltjes in tamme tonen. Formica lijkt het, of vlekbestendige tapijttegels. Voor deze sterrenhemels met kantooraroma zweven organische gezwellen, vleeskleurig of bedekt met dunne pastels. Het wordt net geen kitsch. Net als bij de stervende bloemen speelt Van Vught hier met verfsluiers, toch blijkt het formicagevoel hardnekkig. En dat is nooit een best teken bij kunst.

Veel schilderijen uit de vaste collectie van De Pont, tentoongesteld naast Van Vughts expositie, zijn rijk en weelderig. Daarbij vergeleken is het werk van Van Vught soberder en somberder. Dat is subtiel, doordacht, en soms bijzonder mooi, maar uiteindelijk overtuigt bazuingeschal de ongelovige vaak beter dan soberheid.