Publiek atoomgeheim

In het uitstekende artikel `Publiek atoomgeheim` (W&O katern, zaterdag 24 november) geeft Karel Knip aan het slot een overzicht van de nasleep van het Israëlische bombardement van een installatie in Syrië. De kopijsluitingsdatum van het katern verhinderde hem de vermelding van een belangrijk nieuwsfeit waar de International Herald Tribune donderdag 22 november over bericht. Van meet af aan heb ik de lezing van deskundige David Albright van het instituut ISIS dat de gebombardeerde installatie een kernreactor betrof in twijfel getrokken. In de IHT vind ik daarvoor bevestiging in de verklaring van professor Uzi Even van de Tel Aviv Universiteit, die in het verleden heeft gewerkt in de kernreactor van Dimona. Hij meldt terecht dat in de satellietbeelden van voor het bombardement er geen tekenen waren van koeltorens en ventilatieschachten die karakteristiek zijn voor kernreactoren. Ofschoon het natuurlijk door gebrek aan gegevens blijft bij speculaties, klinkt de veronderstelling van Even dat het een voor het samenstellen van een plutoniumbom bedoelde fabriek veel plausibeler dan de verklaring van Albright. Er waren geen kernmerken van een kernreactor en na het bombardement heeft Syrië de plek met behulp van bulldozers overdekt met vele tonnen grond, kennelijk om het lekken van hoogradioactieve straling zoveel mogelijk tegen te gaan.