Peking turnt op toestellen uit Nederland

Het Nederlandse Janssen en Fritsen levert de toestellen voor het turnen op de Olympische Spelen in Peking. „De Chinezen hechten veel belang aan veiligheid.”

Bettine Vriesekoop

Peking, 1 dec. - „De Olympische Spelen kunnen morgen al beginnen. Het toernooi is bijna overgeorganiseerd. Een enorm verschil met de Spelen van Athene.” Dat zegt Jacques Janssen, directeur van Janssen en Fritsen (J en F), een toonaangevend bedrijf uit Helmond op het gebied van materialen voor de turnsport en sportzaalinrichting. Het is als enige Nederlands bedrijf gevraagd sportmaterialen te leveren voor de Olympische Spelen van volgend jaar.

Toestellen van het bedrijf zijn al in Peking, want deze week vindt het testevenement ‘Good Luck Beijing’ plaats in de olympische turnhal. Dagelijks kopen duizenden Chinezen er een kaartje voor. „Voor de echte spelen zijn de kaartjes al uitverkocht. Nu heb ik toch de sfeer even geproefd”, zegt bezoeker Zheng. Hij heeft speciaal vrijgenomen om zijn turnhelden vandaag aan het werk te kunnen zien.

Tachtig internationale turntoppers kunnen alvast wennen aan het licht, de sfeer en de toestellen van J en F. Het bedrijf leverde vier keer eerder de toestellen voor de Spelen, in 1968 (Mexico-Stad) voor het eerst. Ook in Athene haalde het bedrijf de opdracht binnen.

J en F zegt niet intensief te hebben gelobbyd voor deze order. Waarschijnlijk heeft wel meegespeeld dat de Chinezen al jaren trainen op apparatuur van J en F. „De Chinezen weten dat de details het verschil maken”, meent Janssen.

Timmerman Jacques Janssen senior, de opa van Jacques junior, startte zijn bedrijf in 1950. Omdat de Nederlandse kerken na de Tweede Wereldoorlog waren leeggeroofd, was er een gebrek aan kerkbanken. Toen die markt verzadigd was, begon Janssen senior schoolbanken te maken en toen een onderwijzer hem vroeg of hij ook turntoestellen wilde timmeren, ontstond het idee zich te specialiseren. Inmiddels levert het bedrijf aan negentig landen in de wereld en zet het jaarlijks vijfentwintig miljoen euro om.

„Vroeger leverden we alleen handwerk af, van hout. Nu is alles machinewerk. In de jaren negentig hadden we zelf een fabriek die onderdelen maakte maar die rendeerde niet. Nu geven we specifieke opdrachten aan tal van bedrijven afkomstig uit de metaal, hout en textielsector. De ingekochte onderdelen slaan we op in onze loods in Helmond”, legt Janssen uit.

Vanaf de tribune in de olympische turnhal wijst Janssen naar het paardtoestel waar de Nederlandse turnster Verona van de Leur zojuist haar laatste oefening op uitvoert. „Veertig procent van de ongelukken gebeurde vroeger op het paard. Nu die breder en steviger is gemaakt zijn de ongevallen verdeeld over alle toestellen. Zo hebben we bijvoorbeeld een onderzoek gedaan naar het gewicht van de turners. Dat bleek te variëren van 28 kilo tot 75 kilo, waardoor we het noodzakelijk achtten ook verschillende typen springplanken te ontwikkelen”, zegt Janssen.

Omdat de Chinezen veiligheid vooropstellen is het olympische testevenement niet alleen voor de turners maar ook voor J en F een vuurdoop. Het bedrijf verscheepte al elf containers met turntoestellen en matten naar China en in Peking zijn tien werknemers aanwezig om de installatie en het afstellen van de toestellen te begeleiden.

De communicatie met de Chinezen levert de grootste problemen op. Het organisatiebureau van de Olympische Spelen (BOCOG) heeft wel tolken ingezet maar volgens Janssen zijn die niet in staat de technische termen te vertalen. Dat levert erg veel misverstanden en dus tijdverlies op. „Chinezen zijn gewend alles met de hand te doen. BOCOG had 150 mensen uit het leger ingezet om ons te helpen met de opbouw van het podium. We hebben gezegd dat dat niet nodig is omdat we elkaar maar in de weg zouden lopen. Een brug weegt bijvoorbeeld 350 kilo. We gebruiken daar een heftruck voor en doen dat met acht mensen. De Chinezen tillen het loodzware toestel met vijftig man tegelijk op”, zegt Janssen.

Van de Leur, die zich nog niet heeft gekwalificeerd voor de Spelen, eindigde als negende in de toestelfinale tijdens het testevenement. De omstandigheden afgelopen week in Peking hebben haar gemotiveerd om nog harder te trainen. „Alles is hier perfect geregeld. De mensen zijn soms zelfs te hulpvaardig.” Of ze het een goede zaak vindt dat er tijdens de Spelen op Jen F toestellen wordt geturnd? „Op paard geef ik de voorkeur aan het merk Speed, maar op de brug vind ik J en F fijner. Het is heel persoonlijk en geen merk is in alle opzichten perfect”, zegt Van de Leur. Over hoeveel J en F aan de olympische levering verdient wil Janssen niets kwijt. „In ons contract staat dat we daar geen uitspraken over mogen doen.”