Operatie Enduring Optimism

ruben_balkenende_1.pngEerst een woord van geruststelling. Natuurlijk steunen wij de Nederlandse troepen in Uruzgan. Zij wagen hun leven voor een gevaarlijke missie waartoe kabinet en parlement hebben besloten. Zij doen hun werk met moed, talent en een goed humeur. Zolang zij daar zijn gelegerd, staat Nederland pal.

Solidariteit met onze mannen en vrouwen in Afghanistan is niet de kwestie. Hoewel. Nu het kabinet heeft besloten dat Nederland bijtekent, kan het geen kwaad die solidariteit nog even tegen het licht te houden. Want hoeveel hebben die 1.649 militairen aan onze behaaglijke steun van achter de centrale verwarming als zij een karwei moeten opknappen dat redelijkerwijs niet kan slagen?

Een geluk bij een ongeluk is dat het doel van de missie zo vaag is dat niemand met zekerheid kan zeggen dat het doel is gehaald, of niet. Bewindsmensen die de afgelopen maanden de onvermijdelijkheid van verlenging uitdroegen, wezen graag op de al behaalde resultaten. Goed, van wederopbouw was nog niet veel terechtgekomen, er moest flink worden geknokt. Het is nu eenmaal een insurgency. Maar er zijn ook succesjes - een stelling die zelden werd uitgewerkt.

Toen de Tweede Kamer op 6 februari 2006 akkoord ging met de missie raakte minister-president Balkenende verwikkeld in venijnige schermutselingen met zijn toekomstige vice-premier Bos, destijds oppositieleider, over de vraag wie wanneer wat had beslist. Volgens Balkenende had het kabinet al 22 december 2005 de knoop doorgehakt, ook al lagen de D66-bewindslieden halfdwars. De parlementaire vuurwisseling ging nergens over, maar leidde alle aandacht af van het feit dat ook toen al grote vaagheid heerste over doel en middelen van de operatie.

De PvdA werd als belangrijkste oppositiepartij over de streep getrokken door het humanitaire karakter te onderstrepen. In het Kamerdebat werden de woorden ‘opbouw’ of ‘wederopbouw’ 38 keer uitgesproken. Ook CDA-fractievoorzitter Verhagen deed het vijf keer, premier Balkenende zes keer. Zodra het kabinet-Balkenende IV was aangetreden bleek dat tussen de twee Heren op Buitenlandse Zaken (Verhagen en Koenders, Ontwikkelingshulp) en de minister van Defensie Van Middelkoop humanitaire synergie bestond.

Het innovatieve concept ‘gewapende ontwikkelingshulp’ bleek een bindmiddel in de overigens zoekende coalitie te zijn. Defensie zat met sterk oplopende slijtagekosten. De transformatie van de koude oorlogsmachinerie naar een snel inzetbaar uitzendleger werd gezwind voortgezet om middelen vrij te maken. Met zijn voorbarige uitspraken over neigen naar verlenging verklapte Van Middelkoop amper een geheim. Iedere junior diplomaat in Den Haag had dat kunnen horen.

Nu ‘we’ blijven met enigszins verminderde troepensterkte zijn een paar conclusies te trekken. Diplomatiek heeft het nieuwe kabinet het amateuristisch aangepakt. Ook als je geneigd bent de afgesproken termijn van twee jaar te verlengen, op voorwaarde dat je steun krijgt van bondgenoten, hetzij in troepen en materieel, hetzij in geld, dan weet iedere bridger dat het zaak is de kaarten tegen de borst te houden. Het coalitieverlangen Het Goede te doen en internationaal bij de Grote Jongens te horen won het van het meest elementaire diplomatieke benul. Wie gelooft in de mogelijkheden van politieke regie in dit land, kan hierin ook een voorbeeld van het ontbreken daarvan zien.

Eén ding werd wel glashelder gezegd tijdens het beslissende Kamerdebat van februari 2006. „Over twee jaar zal de Nederlandse inzet worden overgenomen door andere NAVO-landen”, aldus de minister-president. Dat is dus niet alleen de stellige herinnering van toenmalig minister van Defensie Kamp. Het is in gewoon Nederlands gezegd. De beslissing tot uitzending ging trouwens ook over 1.200 man. Iedereen praat nu vrolijk over getallen tussen 1.600 en 1.800 man. Als er daar een paar honderd vanaf gaan, bij wijze van compromis, dan ligt het getal nog steeds boven wat de Kamer begin 2006 werd voorgespiegeld.

De in de loop van dit jaar genoemde voorwaarde voor verlenging van de Nederlandse aanwezigheid in Uruzgan, substantiële versterkingen van de kant van serieuze NAVO-bondgenoten, is domweg niet gerealiseerd. Anderhalve man en een paardenkop uit Georgië en Frankrijk werd op die genante NAVO-top met prikkeldraad rond hotel Huis ter Duin als succes opgevoerd. Maar de werkelijkheid is dat niemand er kennelijk over piekert in de kosten te delen. Ook landen die hun troepen thuishouden, zwijgen.

Het geheel tekent de malaise van dit soort operaties. VN en NAVO missen militaire en financiële middelen en onderlinge solidariteit. Het hebben van een landgenoot op de hoogste civiele NAVO-stoel fungeert eerder als een blok aan het been dan als een troef. Als hij andere landen om een serieuze bijdrage vraagt, lijkt het of hij namens zijn vriend in het Torentje komt. Zonder ooit serieus te dreigen met weggaan, nam het kabinet de verantwoordelijkheid op zich voor vervanging te zorgen. Verrassing, wie werd gevonden: Nederland zelf.

Wie binnen de NAVO gelooft nu het dreigement dat we eind 2010 de stekker eruit trekken? Uit enquêtes blijkt dat ook binnen Nederland slechts een kleine minderheid dat soort stellige verklaringen serieus neemt. De mensen zijn niet helemaal onnozel. Wie denken de ministers dan te verlakken? Defensie en de troepen hebben meer aan een eerlijke inzet voor langere termijn: wil het loffelijke doel van democratie en rechtstatelijkheid in Afghanistan in zicht komen, dan zegt iedereen die het kan weten dat je eerder in termen van twintig dan twee jaar moet denken.

Geef dat dan toe als je meent dat historische lessen in Afghanistan geen toekomstwaarde hebben. En trek daarvoor de middelen uit. Zorg dat de troepen, waar je zo solidair mee bent, voldoende talrijk en bewapend zijn. Als we dat echt willen, kunnen we het best betalen. Ontwikkelingshulp heeft genoeg geld. Maar nee, we rommelen er een paar honderd man af en doen weer alsof we een ferme deadline stellen want ‘Bert Koenders wil zo graag ook naar Darfur’.

In Australië is sinds de verkiezingen van vorig weekeinde de steun voor dit soort missies afgekalfd en ook in Canada keert het politieke tij. „Onder deze omstandigheden kunnen we Zuid-Afghanistan niet in de steek laten”, zegt het kabinet-Verhagen in 2010. Gelukkig, minister Van Bommel reist de wereld rond, op zoek naar harde toezeggingen voor 2012.