Onheil uit onverdachte hoek

De meeste ondernemers hebben zich goed beschermd tegen brand en inbraak. Veel minder rekening wordt er gehouden met echtscheiding of een ruzie tussen compagnons. Toch kan dat een flinke weerslag hebben op de financiën van de ondernemer.

Neem de ervaring van de klant van financieel adviseur Lex Visser van Sweelinck. Visser: „Zijn zakenpartner en medeaandeelhouder was onverwachts overleden.” Dit leverde naast verdriet ook een groot financieel probleem op.

Visser: „Aangezien de beide vennoten er altijd vanuit gingen dat er voldoende vermogen in de zaak aanwezig is om het nabestaandenpensioen aan de echtgenotes en kinderen uit te kunnen keren, was er verder niets geregeld. De weduwe bleek echter volgens de pensioenbrief te kunnen eisen dat het levenslange pensioen aan haar en het wezenpensioen voor de kinderen nu al bij een verzekeraar werd ondergebracht.” Hetgeen zij ook deed. Er moest daardoor in korte tijd ruim 1 miljoen euro liquide worden gemaakt uit het bedrijf, vertelt Visser.

Waar ondernemers het normaal vinden om zich te verzekeren tegen brand en diefstal, krijgen andere onheilsscenario’s weinig aandacht. Arbeidsongeschiktheid of het wegvallen van een compagnon kan de continuïteit van het bedrijf bedreigen. Niet zelden moet de ondernemer daardoor zijn privévermogen aanspreken.

Ook het effect van een echtscheiding (zie ‘Gebroken huwelijk kan eigen bedrijf bedreigen bij scheiding’) is vaak niet bekend. Zo moet de Britse chefkok John Burton Race zijn restaurant ‘The New Angel’ (1 Michelinster) verkopen om zijn ex-vrouw uit te kopen.

Het begint bij het in kaart brengen van de risico’s. Bij bovengenoemde ondernemer is dit dat alleen op papier (nabestaanden)pensioen in de zaak wordt opgebouwd. Dat kan bij een vroegtijdig overlijden voor grote problemen zorgen. Visser: „De vennootschap is uw eigen verzekeraar voor de dekking van het oudedags- en nabestaandenpensioen. Deze vormt aan de passiefzijde een verplichting jegens de ondernemer en daartegenover staan aan de actiefzijde vermogensbestanddelen die op een gegeven moment liquide moeten worden gemaakt om uitkeringen te kunnen doen.”

Aan die liquiditeit ontbreekt het nogal eens, weet Visser. „Mijn advies is om de pensioenreserve in eigen beheer daadwerkelijk liquide te beleggen bij een bank met het stempel ‘Pensioen’.” Dan weet de ondernemer volgens Visser dat hij of zij er in principe af moet blijven; het is immers een verplichting, geen bezit van de bv.

Voor wie nog geen pensioengeld opzij kan zetten is het sluiten van een overlijdensrisicoverzekering een oplossing.

Norbert Bakker van financieel advieskantoor Topicpartners geeft aan dat de ondernemer keuzen moet maken, afhankelijk van het type bedrijf en de ontwikkelingsfase ervan. Zo kan een zogenoemde compagnonverzekering interessant zijn. Die voorziet in een uitkering waarmee de nabestaanden kunnen worden uitgekocht.

Bakker: „Aandeelhoudersovereenkomsten bevatten meestal een bepaling waarin staat dat de nabestaanden de aandelen moeten aanbieden aan de andere vennoten. Maar die moeten dan wel over het benodigde vermogen beschikken.” Hij vindt zo’n verzekering vooral geschikt voor ondernemers die een bedrijf hebben dat uit de startfase is. „Dan zit er nog relatief weinig vermogen in de zaak en is de afkoop vaak makkelijk te realiseren.” Het is volgens hem wel verstandig daarover vooraf afspraken te maken. Bakker spreekt uit eigen ervaring. Binnen een jaar na de start van zijn adviesbureau met twee vennoten gaf een van hen aan te willen vertrekken. Het ondernemerschap beviel hem niet. Daardoor moesten de twee andere compagnons hem uitkopen. Bakker: „Het voordeel was dat het relatief snel na de start plaatsvond, waardoor de financiële effecten meevielen. Relatief gezien, want de afwikkeling – die in totaal zo’n vier maanden duurde – leverde een hoop extra werk op, ook moesten de notaris en adviseurs worden betaald.”

De vennoten hadden een dergelijk scenario al bij de oprichting van het bedrijf besproken en die lijn kon door de goede verstandhouding ook worden gevolgd. Bakker: „Achteraf gezien hadden we er toch beter aan gedaan meer zaken op papier vast te leggen. Nu ging alles in goed overleg, maar als sprake was geweest van ruzie dan hadden schriftelijke afspraken de afwikkeling wel geholpen.”

Hij benadrukt daarbij dat afspraken over het afdekken van bijvoorbeeld het arbeidsongeschiktheidsrisico niet alleen met de compagnons gemaakt moeten worden. „Ik hoor regelmatig van collega-ondernemers dat ze zo’n kostbare verzekering niet willen afsluiten: ‘Als ik niet meer kan werken gaat mijn vrouw maar werken.’ Ik vraag dan altijd of ze die beslissing ook aan hun vrouw hebben voorgelegd. Ondernemers zijn vaak gewend alleen beslissingen te nemen, maar dit is een proces waarbij je ook je partner betrekt.”