OM: straf Holleeder niet lichter om kwaal

Het Openbaar Ministerie vindt dat er bij het opleggen van een straf voor Willem Holleeder geen rekening moet worden gehouden met diens gebrekkige gezondheidstoestand. Daarvoor zijn de gevolgen van Holleeders hartkwaal te onzeker en is „de ernst van de feiten” te groot.

Dit verklaarden de officieren van justitie gisteren op de laatste dag van het proces tegen Holleeder. De zaak werd begin september hervat nadat hij in april een hartoperatie moest ondergaan. Het onderzoek ter terechtzitting wordt formeel op vrijdag 7 december afgesloten. De rechtbank verwacht op 21 december uitspraak te doen in de zaak van Holleeder en acht medeverdachten.

In zijn laatste woord dankte Holleeder de rechtbank voor „de ruimte en vrijheid” die hij heeft gekregen om vragen over zijn zaak te beantwoorden. Ook bedankte hij zijn advocaten, die na het vertrek van Bram Moszkowicz de verdediging overnamen.

Hoewel hij niet alle vragen van de rechtbank en het Openbaar Ministerie heeft willen beantwoorden, stelde hij nogmaals dat hij tijdens de zitting de waarheid heeft gesproken. Holleeder ontkent dat hij betrokken is geweest bij afpersing van vastgoedhandelaren. Hij sloot af met de woorden: „De allerbeste verdediging is de waarheid”. Eerder op de dag reageerden de officieren van justitie op het pleidooi van Holleeders advocaten. Volgens de aanklagers overdreef advocaat Jan-Hein Kuijpers „schromelijk” met zijn stelling dat Holleeder „allang is veroordeeld als de grootste boef van Nederland”.