Niet sippen

Een kwart eeuw na de Decembermoorden begon, gisteren, in Suriname eindelijk het strafproces tegen Desi Bouterse cs. Voor de meeste mensen, vooral jongeren, is de zaak een taboe. ,,Ik wil er schoon van blijven.”

1

Plaats delict

Zacht klotst het water van de Surinamerivier tegen de oevers naast Fort Zeelandia, gesticht door de Nederlanders aan het begin van de zeventiende eeuw. Arjen de Heer, exploitant van het kleine café in het museum van het fort, loopt door een kleine poort aan de achterkant van het gebouw. Hier moet het komen, wijst hij: een breed terras met uitzicht over het water, vatbaar voor de koele wind over het brede bruine water. Aan de overkant glinstert in de zon het groen van het district Commewijne, het monotone geluid van een buitenboordmotor op een korjaal in de verte mengt zich met de typische roep van de grikibi-vogeltjes: „U ziet, dit is een goddelijke plek”.

Arjen de Heer (61) woont al dertig jaar in Suriname en was uitbater van drie restaurants en een hotel. Een paar jaar geleden wilde hij weer in Nederland gaan wonen. Maar hij wist niet hoe snel hij terug moest komen: „Die kou, die onpersoonlijkheid van de mensen, dat geren en gevlieg, dat gebrek aan warmte: man, wat was ik daar ongelukkig”. In februari 2006 ging hij aan het werk in Fort Zeelandia. Sapjes verkopen, kopje koffie, broodjes, stukje chocoladetaart. Z’n lust en z’n leven. En straks dus dat goddelijke terras aan de rivier.

Natuurlijk kent Arjen de Heer de recente geschiedenis van Suriname.

Natuurlijk weet hij dat als zijn klanten straks op dat terras zitten en de blik enkele meters opzij richten, dat ze dan aankijken tegen ‘Bastion Veere’, een van de vijf citadels van Fort Zeelandia.

En natuurlijk weet hij dat in de muren van dat bastion nog steeds de kogelgaten zitten van de slachtpartij van 8 december 1982, toen vijftien prominente critici van het toenmalige Militair Gezag op die plek standrechtelijk werden geëxecuteerd.

Sterker: hij was heel goede vrienden met de familie van universitair docent Suchrin Oemrawsingh, een van de slachtoffers. En veel nabestaanden kent hij nog steeds erg goed. Trouwens: ook Desi Bouterse is geen onbekende. Die kwam eind jaren tachtig nog regelmatig langs in het destijds door hem beheerde restaurant. Hij riep altijd maar één woord, vertelt Arjen de Heer: ‘hetzelfde’. En dat was dan: een dubbele portie escargots en een peppersteak. „Krachtvoer wilde-ie hebben, om de potentie op te wekken”.

De Decembermoorden. Afschuwelijk natuurlijk. En ook de tijd daarna: een lange periode van angst, van intimidatie, van argwaan: „Daarom is het hier nooit een gespreksonderwerp, alleen héél zachtjes en onder vertrouwelingen. Een klassiek taboe. Met name jongeren, zestig procent van de bevolking, hebben geen idee wat er gebeurd is. Maar dat die rechtszaak er nu komt, is goed. Het land moet dit achter zich laten”.

En Fort Zeelandia? Arjen de Heer tikt een sigaret uit een pakje: „Het is een grandioos bouwwerk op een geweldige plek. Overal in Europa staan er toch kastelen en burchten waar gemoord is? Moeten we nou deze plek voor eeuwig belasten met 1982?”

Suriname kent een mooi gezegd over de psyche van het volk: iedere Surinamer wil naar de hemel, maar niemand wil sterven. Het lijkt een geknipt gezegde voor het verwerkingsproces van de Decembermoorden. Uiteraard vindt iedereen dat je niet zomaar vijftien mensen kan executeren. En ook dat dat in een rechtsstaat niet zonder gevolgen kan blijven. Maar de zaak onderzoeken, de waarheid onder ogen zien: dat is wat anders.

Gisteren, bijna een kwart eeuw na de moorden, begon dan eindelijk de rechtszaak tegen hoofdverdachte Desi Bouterse en 24 andere verdachten. Niet omdat er zo’n brede roep om was. En ook niet omdat de politiek concrete stappen zette. Maar alleen omdat een groep nabestaanden en maatschappelijke organisaties stug doorprocedeerden, de verjaring van de moorden nipt stuitte en bij de hoogste rechter afdwong dat het openbaar ministerie wel móest vervolgen.

Niemand ontkent dat de Decembermoorden traumatisch waren in een land dat nauwelijks een geweldscultuur kende. En dat ze enorme invloed hadden op de recente Surinaamse geschiedenis. De natie raakte, onder meer door de Nederlandse sanctie de ontwikkelingshulp te bevriezen, in een langdurig internationaal isolement. Er kwamen angst en geweld in de politiek, een binnenlandse oorlog, meer mensenrechtenschendingen en de drugscriminaliteit deed zijn intrede. Weliswaar werd de democratie in 1987 hersteld, maar Bouterse bleef een bepalende rol spelen op het politieke toneel. Inmiddels is zijn goed georganiseerde Nationaal Democratische Partij (NDP) de grootste, en een magneet voor jongeren.

Beneden, op het binnenterras van Arjen de Heers café, lurkt Kavita Jiawan (20) aan een flesje cola. Studente geschiedenis is ze en daarom had ze zich als bijbaantje onlangs opgegeven voor een cursus als gids in Fort Zeelandia. De cursusleiders, vertelt ze, hadden veel informatie gegeven over de geschiedenis van het Fort. En ze hadden „in zijn algemeenheid” gezegd dat er door de eeuwen heen allemaal gruwelijke dingen waren gebeurd, „waaronder de Decembermoorden”.

Dat was het.

Geen details, geen verhalen over de identiteit van de slachtoffers, over de cel links onder op de benedenverdieping, waar ze werden vastgehouden, niets over de werkkamer van Bouterse, waar de mannen op 8 december hun finale oordeel hoorden voordat ze op Bastion Veere door automatisch vuur overhoop werden geschoten.

Ook op de middelbare school was maar heel summier iets verteld over de Decembermoorden. En haar ouders begonnen er ook nooit over. Pas tijdens haar studie hoorde ze meer. En dat was eigenlijk alleen maar omdat de docent een kennis was van voormalig vakbondsleider Fred Derby, de enige overlevende van de moorden: „Die docent vertelde voor het eerst wat details. Ik vond het schokkend, ik wist niet dat Bouterse er zo bij betrokken was, dat hij de opdracht heeft gegeven, dat hij verantwoordelijk was. Ik zal dan ook nooit bij de NDP gaan, hoewel het de enige partij is die alle bevolkingsgroepen vertegenwoordigt en goed voor jongeren is. Maar zolang Bouterse er is, ga ik daar niet”.

We zijn inmiddels de trap opgelopen naar Bastion Middelburg, aan de overzijde van Bastion Veere. Kavita Jiawan vertelt dat veel jongeren vinden dat Bouterse goede dingen doet. Dat de NDP zegt dat er in de revolutietijd succesvolle bedrijven als Staatsolie zijn opgericht. Dat je T-shirts krijgt, dat er jongerenafdelingen zijn en dat veel van haar leeftijdsgenoten geloven dat het proces alleen maar gebruikt wordt door zijn politieke tegenstanders, zoals Bouterse zegt. Àls er trouwens al over gepraat wordt. Kavita Jiawan neemt nog een slokje cola en kijkt naar de overkant van de rivier: „Het interesseert de meesten niet. Maar ik ben erachter gekomen dat zijn handelingen verkeerd zijn geweest, al was het bij toeval.”

2

De hoofdverdachte

Afgelopen maandagavond slenteren honderden mensen, waaronder veel jongeren, langs de eettentjes aan de Benjaminweg in Paramaribo naar het NDP-partijcentrum. Ze komen „genieten van een avondje cabaret van de voorzitter”, zoals een van hen het typeert. Dat is geen woord te veel gezegd. Desi Bouterse onderhoudt zijn enthousiaste partijgenoten bijna twee uur lang op een knap en humorvol stukje politieke retoriek. De Decembermoorden zet hij zoals gebruikelijk weg als een stunt van de zittende regering om, met hulp van Nederland, zijn macht te breken. Het gaat erin als koek.

Maar hoe zit het met de feiten?

Wel of geen hulp van Nederland, wel of geen stunt van de regering: vast staat toch dat er vijftien mensen zonder enige vorm van proces en onder Bouterses verantwoordelijkheid zijn doodgeschoten?

Jongeren die je met deze vraag confronteert, kijken alsof ze water zien branden. „Ik weet niet hoe dat ding zat hoor”, zegt Cliff (24). „Het is politiek uit het verleden, we moeten de toekomst benutten en Voorzitter kan dat het beste”. Rina (20): „Overal in de politiek gaan er dingen fout, dus in 1982 ook. Maar wat de oorzaak was van die moorden weet ik niet en interesseert me ook niet zo. Ik vind het belachelijk dat we er de hele tijd zo stil bij blijven staan.”

Achter in de zaal vinden we Marc Refos (31), onderhoudschef bij de raffinaderij van Staatsolie en voormalig jongerenvoorzitter van de NDP. Hij lacht om Bouterses grappen, maar lijkt de speech toch wat afstandelijker dan de meesten gade te slaan. Eerder op de middag had hij al gezegd: „Ik ben NDP’er, geen Boutist”. Refos sloot zich in de jaren negentig bij de partij aan omdat het de enige multi-etnische politieke beweging is en omdat jongeren er goed werden opgevangen. Bovendien is het een partij met faciliteiten, met geld, met korte lijnen. Ook voor hem zijn de Decembermoorden ver weg, behalve dat „dat ding veel te lang duurt en dat we uitsluitsel willen hebben over wat er precies gebeurd is. Nu staan we de hele tijd met de rug naar de toekomst”.

Heeft Refos zijn voorzitter ooit aangsproken op 1982?

Hij aarzelt even: „Ik heb moeite met deze vraag, want waarom zou ik dat moeten doen? Ik wil me sterk maken voor de NDP en haar idealen, niet voor de persoon Bouterse.”

Maar het is toch Bouterse zelf die de Decembermoorden voortdurend als politiek onderwerp lanceert?

Refos knikt: „En daar maak ik me dan ook zorgen over. Als de rechtbank hem straks vonnist, dan zit de hele partij aan de grond.”

Zou Bouterse dan, voor de zuiverheid, niet tijdelijk moeten terugtreden tot dat oordeel er is?

Refos: „Dat zou goed zijn. Maar dat is hier niet gebruikelijk. In ons parlement zitten mensen die veroordeeld zijn, die met pistolen lopen, die een seksueel misdrijf op hun naam hebben staan. En Bouterse zou dan nu moeten terugtreden? Ik ben bang dat dat niet onze cultuur is”.

En dat is nou precies het probleem, vindt Maureen Silos, directeur van het Caribbean Institute for Human Rights, een kleine niet-gouvermentele organisatie die vooral kleinschalige landbouw- en milieuprojecten begeleidt. Volgens Silos, sociologe en geschoold in de Verenigde Staten, heeft Suriname twee grote problemen: een laag niveau van ethiek en een chronisch onvermogen tot zelfreflectie. „Neem nou de kwestie over de Decembermoorden. Maandagavond zei Bouterse weer dat er in 1982 een coup was gepland tegen hem. Alsof dat, mocht het al waar zijn, een valide argument is om mensen standrechtelijk te executeren. Maar niemand zegt dat! Dat zijn NDP zo groot is, zegt ook wat over het morele ontwikkelingsniveau van de bevolking”.

Silos wijt die situatie vooral aan wat zij noemt „een gebrek aan eigen denkvermogen”. In Suriname, zo vertelt ze, is het nog steeds heel gebruikelijk dat je achter het collectief van je politieke partij of je etnische groep aanloopt. „Een eigen opinie ontwikkelen en de moed hebben die ook te uiten is bijna onmogelijk in een samenleving die individualiteit meteen afstraft. Dat leert men niet thuis, dat leert men niet op school, daarover leest men zelden iets in de krant”. Niet voor niets, zegt Silos, is er nooit iemand in de politiek opgestaan die uit het taboe over de Decembermoorden is gesprongen en heeft gezegd: dit kan niet, dit gaan we nu onderzoeken en de gevolgen onder ogen zien. Vergeet niet dat de rechtszaak die er nu is, nooit de verdienste is geweest van een regering of van krachten in het parlement: Als het juridisch niet was afgedwongen, hadden ze het gewoon laten passeren.” Ze zucht: „Ja, ja, af en toe doet het pijn om hier te wonen”.

Terug naar het NDP-partijcentrum, waar Desi Bouterse afgelopen maandagavond met de ene grap na de andere het komende strafproces kraakt. Hij spot met de strenge veiligheidsmaatregelen rond de speciaal gebouwde rechtszaal aan de Surinamerivier bij de marinebasis Boxel, ten zuiden van Paramaribo: „Broeders en zusters, wat een geheimzinnigheid, met die snipers op de daken, spijkerstrips en camera’s op het dak. De waterwegen zijn totaal afgesloten, straks kunnen de vissen er ook niet meer doorheen”. De mensen lachen zich blauw, zwaaien met paars-witte partijsjaaltjes en joelen om ‘Des for pres’.

3

Plaats des oordeels

‘Marinebasis’ blijkt een wat groot woord. Verscholen achter het groen zijn één marineschip en twee speedboten zichtbaar. De Surinamerivier kabbelt door het landschap dat hier al duidelijk trekken van het tropisch regenwoud begint te krijgen. Desi Bouterse mag dan de draak steken met de veiligheidsmaatregelen, indrukwekkend zijn ze wel. Een hoge muur, strakke regels, veel bewaking. Enkele dagen voor het proces worden de ramen nog schoongespoten. Werklui tillen twee grote schermen met het logo van het ‘8 December strafproces’ uit een kleine truck. Voor deze schermen moeten straks de persbriefings worden gegeven. Een detectiepoortje staat nog wat verloren in de gang.

Vroeger had de oud-bevelhebber uitgerekend hier een van zijn huizen. Nu is er de rechtszaal gebouwd waar hij zich moet verantwoorden voor wat er precies gebeurde op 8 december 1982. Alleen zijn zwembad ligt er nog, vies en vol bladeren. „Dat gaan we nog moeten schoonmaken, hoor”, zegt een van de arbeiders bijna schuldbewust.

Deze plek aan de Surinamerivier, bij het plaatsje Domburg, kan historisch worden. En het is prima dat dat proces er komt, had Ferranto Dongor ons verteld, vlak voordat we naar de marinebasis afreisden. „Al was het alleen al voor de nabestaanden. Die hebben recht op de waarheid.” Maar voor hem zelf? Hij werd precies acht dagen na de gebeurtenissen in Fort Zeelandia geboren: „Dus je kan me nog zoveel vertellen over 8 december, ik voel het niet. En zo denken heel veel leeftijdsgenoten erover”.

Ferranto Dongor werkt op de marketing afdeling van telefoonbedrijf Telesur en is ook nog Surinaams jeugdambassadeur bij Caricom, het samenwerkingsverband van een aantal Caraïbische staten. Hij is een vlot pratende jongen, die vrolijk uit zijn ogen kijkt. Laag niveau van ethiek? Gebrek aan zelfreflectie? Dongor zegt er geen last van te hebben. Maar, zo geeft hij toe, zelf heeft hij ook nooit actief naar de achtergronden over de Decembermoorden gezocht. „We hoorden er gewoon weinig over, er was iets van vrees. Maar het is ook wel zo dat ik me bewust niet met die zaak bezighoud. Ik wil er schoon van blijven. Als je je ermee gaat bemoeien, ben je politiek dood in Suriname, maakt niet uit welke kant je kiest”. Fel: „Maar dat neemt niet weg dat ik vanuit mijn opvoeding echt wel heb meegekregen dat je niet zomaar vijftien mensen doodschiet als die het niet met je eens zijn”.

Onbewust onderstreept hij de theorie van Maureen Silos, over de samenleving die individualiteit afstraft: ,,Als jeugdambassadeur hoef ik me niet te binden en dat bevalt me. Voorlopig ga ik niet de politiek in, juist omdat je dan gedwongen wordt achter mensen aan te lopen. Ik wil juist vrij kunnen denken, maar daarvoor moet je niet in de politiek zijn. Ik wil eerst mijn schaapjes op het droge hebben, met een job, met een huis op een erf.. Pas als ik onafhankelijk ben, kan ik onafhankelijke keuzes maken. Zo werkt dat in Suriname”.

De brede, bruine Surinamerivier verbindt marinebasis Boxel, de plek waar het oordeel geveld moet worden, met de plek waar het allemaal begon, Fort Zeelandia. Een sabuku-vogel pikt met de snavel in de modder, terwijl Arjen de Heer, exploitant van het kleine café in het Fort, verder vertelt over zijn plannen voor het terras, onder de rook van Bastion Veere. Volgende week komen de stoelen. Gezellig moet het worden, maar ook decent: „Geen André Hazes-muziek en ordinaire dingen en zo. Het moet op deze plek wel waardig blijven. Maar ja, mensen, we kunnen toch niet de hele tijd hier gaan zitten sippen?” En hij tuurt nog maar eens de rivier af, die zacht tegen de oevers van Fort Zeelandia blijft klotsen, zoals dat al honderden jaren gebeurt, net als op die avond van 8 december 1982, toen op Bastion Veere de recente geschiedenis van Suriname met bloed werd besmeurd.