Nederlandse stem voor Portugese dichters

August Willemsen, die donderdag is overleden, was niet alleen een kraakheldere vertaler, hij was ook een veelzijdig essayist.

Zijn hele leven was vertaler en schrijver August Willemsen, die donderdag in Amsterdam overleed, in de literatuur op zoek naar „een mens die iets te zeggen heeft – die iets zeggen moet”. De resultaten van die zoektocht maakten hem tot een vertaler wiens invloed moeilijk te overschatten is, tot een uitermate scherpzinnig essayist en een opmerkelijk autobiograaf.

Voor een groot deel van de Portugeestalige literatuur was Willemsen de man die de schrijvers een Nederlandse stem gaf. Dat gold in de eerste plaats Fernando Pessoa, de dichter met wie Willemsen (geboren Amsterdammer) kennis maakte als 25-jarige student Portugees.

In 1978 publiceerde hij een grote bloemlezing uit het werk van Pessoa, die niet alleen de dichter, maar ook de vertaler beroemd maakte. Willemsens soms vrije, maar altijd kraakheldere vertaling gaf Pessoa een stem die hem tot een van de meest gelezen buitenlandse dichters in Nederland maakte. In 1999 is begonnen met de publicatie van het volledig werk van Pessoa in het Nederlands – een uitzonderlijk project met Willemsen als de voornaamste vertaler. Ook vertaalde hij werk van Hector Malot (Alleen op de wereld), Machado de Assis en Carlos Drummond de Andrade. De gedichten van die laatste leken in de jaren tachtig in Nederland zelfs te profiteren van een ‘Willemsen-effect’. Drummond de Andrades erotische gedichten (De liefde, natuurlijk) vormden de basis van een beroemde documentaire O Amor Natural van Heddy Honigmann.

In 1983 kreeg hij de Martinus Nijhoff-prijs. De laatste poëzievertaling van Willemsen verscheen dit najaar: de Lyrische gedichten van Luís de Camões.

Willemsen was een veelzijdig essayist. Hij publiceerde in 1995 Braziliaanse Brieven, een aanstekelijk verslag van zijn verschillende perioden in in Brazilië vanaf eind jaren zestig. Het boek zou bekroond worden met de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs en markeerde het begin van een periode waarin Willemsen zich steeds meer als schrijver zou manifesteren. Hij publiceerde erudiete en aanstekelijke essays over schrijvers en over vertalen, maar ook over stotteren en de door hem hartstochtelijk verdedigde Bijlmermeer in Amsterdam.

In die wijk struikelde hij op 10 december 1990, ‘met vier flessen wodka en anderhalve liter Fanta’ in zijn tas op weg naar huis. Hij brak zijn linkerheup. Over zijn alcoholverslaving en revalidatie schreef hij een jaar later De val. De drankzucht zou hem ook in later jaren parten blijven spelen. De veelzijdigheid van Willemsen wordt onderstreept door wat waarschijnlijk zijn meest gelezen boek is: De goddelijke Kanarie, een persoonlijke geschiedenis van het Braziliaanse voetbal, verschenen in 1994, enige jaren vóór de opkomst van de sportliteratuur in Nederland. Een hoofdrol in dat boek was weggelegd voor Garrincha, de later mede aan drankgebruik ten onder gegane rechtsbuitenspeler van het Braziliaanse elftal in de jaren vijftig. Willemsen werkte aan een biografie over Garrincha in wie hij het een en ander van zichzelf herkende.

Rectificatie / Gerectificeerd

August Willemsen

Het artikel Nederlandse stem voor Portugese dichters (pagina 7) meldt 1995 als het jaar waarin Willemsen Braziliaanse Brieven publiceerde. Dat moet 1985 zijn.