Mythe

Deskundigen die zich ten tijde van de invoering van de basisvorming nauwelijks lieten horen, karakteriseren de invoering ervan nu als spelen met een vierkante bal. Politici wijten het mislukken van het spel aan een gebrek aan vasthoudendheid. Vernieuwingen hebben, zo luidt hun verweer, nu eenmaal ten minste tien jaar nodig om ingevoerd te worden. Behalve zichzelf maken ze iedereen het verwijt van kortademigheid. Bij de eerste tegenwind bindt men in.

Dat politici dit zeggen om zichzelf te rechtvaardigen, valt te begrijpen. Waarom zou je verantwoordelijkheid nemen als je die ook kunt afschuiven? Maar in dat koor mengen zich ook onderwijskundigen. Ook die beroepen zich, in het spoor van de politici, op de mythe van tien jaar.

Inderdaad, een mythe, want die tien jaar, dat is natuurlijk onzin. De meest ingrijpende hervorming die het onderwijs na de oorlog heeft gekend, was de Mammoetwet. Met die wet werden de schooltypen mulo, mms en hbs omgesmeed tot mavo, havo en vwo en daarmee beter op elkaar afgestemd. De doorstroming die hierdoor mogelijk werd, heeft een enorme bijdrage geleverd aan de democratisering van het onderwijs.

De Mammoetwet werd vrijwel zonder slag of stoot ingevoerd. Wel was er meteen al bij de invoering ervan kritiek op het beperkte aantal examenvakken en de keuzevrijheid bij het samenstellen van de vakkenpakketten waardoor de aansluiting op een vervolgstudie soms erg gebrekkig was. Die problemen waren met enkele gerichte ingrepen te verhelpen geweest, maar daar heeft de politiek niet tien, maar drie maal tien jaar mee gewacht. Die had het te druk met het ontwerpen van de regels voor het spel met de vierkante bal en het vraagstuk hoe die regels aanvaard te krijgen; het spel waar Van Kemenade zich nu van distantieert, maar waar hij bij de invoering ervan publiekelijk verklaarde er voorstander van te zijn. Hij zag het toen niet als ideaal, maar wel als het hoogst haalbare.

Van Kemenade verklaarde voor de parlementaire onderzoekscommissie dat het onjuist zou zijn om hem te beschouwen als de geestelijke vader van de middenschool omdat ook politici van andere partijen ooit dat idee omarmden. Daarmee doet hij zichzelf tekort. Zijn geestelijk vaderschap bestaat daarin dat hij als geen ander in Nederland de ideologische voorvechter is geweest van dit concept en dat hij erin is geslaagd dit niet alleen op de politieke agenda te zetten, maar ook om het vervolgens nog eens decennia lang op de agenda van zijn partij te houden. Bepaald niet iets om je voor te schamen, maar geen reden natuurlijk om een slap en onmogelijk aftreksel ervan als wenselijke onderwijsvernieuwing toe te juichen. Vanuit zijn autoriteit van dat geestelijke vaderschap had hij Wallage, toch ook een beetje zijn geesteskind, erop moeten wijzen dat diens plannen volstrekt onrealistisch waren. Je kunt, had hij hem moeten duidelijk maken, niet toestaan dat leerlingen na de basisschool worden opgedeeld in vier niveaus: lbo (lager beroepsonderwijs, zo heette dat toen), mavo, havo en vwo en vervolgens de scholen verplichten die leerlingen gedurende de eerste drie leerjaren allemaal dezelfde stof op hetzelfde niveau te onderrichten. Eerst toestaan om verschillen te maken en vervolgens de leraren verplichten die verschillen te negeren. In die onmogelijkheid schuilt het vierkante karakter van de bal.

Van Kemenade had dus wijzer moeten zijn. En de onderwijskundigen? Die verkondigen al jaar en dag het verhaal dat hun opdrachtgevers op het ministerie willen horen. Zeggen die dat een vierkante bal na tien jaar vanzelf weer rond wordt, dan doen zij dat ook.

lgm.prick@worldonline.nl