Moeizame toegang tot Koninklijk Huisarchief 1

Het boek Voor de troon wordt niemand ongestraft geboren over de negentiende eeuwse koningen Willem I, II, en III, heeft nogal wat stof doen opwaaien.

Waarom al die opwinding en die verontwaardigde Oranjekramp? Als het Koninklijk Huisarchief ruimhartig wordt opengesteld voor historisch onderzoek kunnen meerdere historici beoordelen hoe de auteurs gebruik hebben gemaakt van hun bronnen.

Daarbij zij vooreerst opgemerkt dat elke historische onderzoeker een selectie maakt uit de aanwezige bronnen, en die selectie dan onderzoekt en daarop in een kritisch betoog zijn of haar visie geeft.

Het totaal aanwezige bronnenmateriaal over de negentiende-eeuwse koningen van Nederland is waarschijnlijk niet in zijn geheel door één historicus te onderzoeken, dus er is zelfs sprake van twee selecties: één uit het totale materiaal, en daarna één uit het gekozene, waaraan men een hypothese of een stellingname toetst resulterend in een publicatie. Een historicus kwalijk te nemen dat hij of zij selectief gebruik maakt van bronnen getuigt dus van enige onnozelheid.

Alleen onbelemmerde toegang tot het Koninklijk Huisarchief en zijn bronnen kan een meer evenwichtig beeld door meerdere onderzoekers mogelijk maken. Pas dan kan men oordelen of de auteurs van bovengenoemd boek te eenzijdig zijn geweest.

Maar zo lang het Koninklijk Huisarchief met zekere willekeur maar voor zeer weinige onderzoekers (welke selectie zou dáár aan voorafgaan?) opengaat, en dat dan nog met beperkingen, kan men geen helder overzicht krijgen over de geschiedenis van de Oranjes, en zullen de `debunkers` blijven twisten met de gelovigen in de Oranjemythe.