Magenta

Wat mooi van Rabobank dat ze Erik Breukink zijn onvoltooide zelf laten zijn. Wielrenner in hart en nieren, maar door de tijd gedoemd tot veldwachter van een vriendenclub. Breukink blijft ploegleider, terecht. Allicht wist hij van de duistere verdwijning van Rasmussen. De ultieme kunst van elk peloton is atoom zijn: verdwijnen en verschijnen.

Nog mooier is dat de ploegleider de handdoek niet heeft gegooid. Geld interesseert hem niet. En Rabobank is katholiek: gewetensrust mag iets kosten. Erik treedt vrolijk het peloton tegemoet, als onbeschreven blad. Het had anders gekund.

Zo hoort wielrennen te zijn: vergeven en vergeten.

In Duitsland komen ze daar niet aan toe. Deze week besliste T-Mobile de verbintenis tot 2010 te verbreken. Iedereen op straat: renners, soigneurs, ploegleiders. De mobiele gigant achtte zich door niet aflatende dopingverhalen aangetast in burgerlijk fatsoen. Nou, dat het laatste bestaat, hebben ze bij KPN, Vodafone, Proximus en andere instant-geldwolven tot vandaag niet geweten. Mobiele telefoon: jungle.

Al helemaal niet aangejaagd door epo, testosteron en corticoïden. Wel door hebzucht en woekerwinst, maar dat valt niet onder burgerlijk fatsoen. Toch niet in Duitsland, waar protestanten zich vanouds volgieten met bier en jenever. Om vervolgens te knielen voor worst en zuurkool.

T-Mobile was voor mij het nieuwe Duitsland: design, kleurgevoelig, kunstzinnig, verheven massapsychologie op blote benen en in klikpedaal. Onschuld als merk. Marketing als esthetiek. Bruto nationaal product van heroïek.

Maar dat was het dus niet. T-Mobile is altijd een afrekening gebleven, tussen Oost en West. Door de strepen van Adidas liep de Berlijnse muur. De kampioenen van dienst waren Oost-Duitsers. Uiteraard geprepareerd, maar wel functioneel voor de eenwording. Nu het laatste niet meer betwist wordt, kunnen de oudgedienden bij het grof vuil worden gezet. Per verdachtmaking. Publieke biecht.

Het zijn de mores van multinationals. Heel lang heb ik gehoopt dat zij niet het ethische charter in het wielrennen zouden worden. Tevergeefs. Ijsboerke, Frisol, Kwantum, al deze monumenten van goedmoedig amateurisme hebben het afgelegd tegen de wielervreemde imperialisten van de harde euro. Koers is marketing geworden. Of: masturbatie in de onderbuik van de Fortis-achtigen. Een uitstap voor maîtresses naar l’Alpe D’Huez, ook dat. Niet om drama in de benen te zien, ter vernatting van de geliefde dame. Feest à la Gerrie Knetemann.

In onnozelheid ook – altijd de tweede huid van managers en aandeelhouders. Voor de polonaise die ze thuis niet kennen, zorgen Hennie Kuiper en Michael Boogerd wel. En de duizend-en-een campers die na een paar slokken denken dat ook zij berg zijn geworden. Het dal is voor thuis, in Drenthe.

T-Mobile was van een andere orde, dacht ik. Zonder namen te noemen, toch de Navo in het peloton. In vuurkracht schoonheid tegemoet, zoiets. En luxe: douches en drankjes in de bus, op zijn minst. Mode op de fiets. Werkzekerheid en comfort: Servais Knaven wist een goed jaar geleden niet wat hem overkwam.

Maar dat genot gunnen Duitsers elkaar niet. De ontploffing van het mooiste wielerteam van de laatste vijftien jaar heeft meer te maken met territoriumdrift en grenzen dan met de epo-kasseien van Parijs-Roubaix. T-Mobile is teruggetreden uit de wereld, uit een gezamenlijke identiteit.

Ijsboerke, toch maar.

Het wielrennen is terug bij af. Over goed een jaar zal Karsten Kroon gesponsord worden door een hotelketen uit de Veluwe. Althans, zolang hij op een Gazelle fietst, en ook nog met een bidon van de lokale speculoosfabricant. Of hij een scheutje epo neemt, doet er niet toe. Als het maar epo van het eigenste struikgewas is. En dan natuurlijk graag met Erik Breukink als ploegleider.

Zoals kunst, zang en dans, verschrompelt de wielersport in regionalisme. In de immense treurigheid van Boxmeer. Dát is de betekenis van het forfait van T-Mobile: er is geen wereld meer, er is alleen nog het dorp. Ossies en Wessies: vreemdelingen van elkaar. ProTour? Niet meer voor ons.

De Magenta’s werden ze genoemd, Erik Zabel en de zijnen. Mooier kon een landschap niet zijn. Duizend keer heb ik gedroomd dat ik een Magenta was.

Helaas, ik was het niet.