Liever naar de voedselbank dan naar de sociale dienst

De Voedselbank in Katwijk doet meer dan alleen eten verstrekken. Klanten krijgen ook andere hulp. Staatssecretaris Aboutaleb nam er een kijkje.

Annie van Leeuwen Foto Maarten van Haaff Annie van Leeuwen (48) bij de voedselbank in Katwijk. 30 nov 2007. FOTO MAARTEN VAN HAAFF Haaff, Maarten van

Ali uit Algerije eet deze week spruitjes. Althans, dat zit in het pakket met etenswaren dat de 41-jarige uitgeprocedeerde asielzoeker van de Voedselbank in Katwijk heeft gekregen. „Ik val onder het generaal pardon”, zegt hij. „Maar ik wacht nog op mijn pasje. Tot die tijd heb ik geen inkomen.”

Staatssecretaris Aboutaleb (Sociale Zaken, PvdA) vindt voedselbanken eigenlijk een „schandvlek” op de Nederlandse samenleving. „Het kabinet waarvan ik deel uitmaakt, trekt 160 miljoen euro uit voor armoedebestrijding en 65 miljoen voor schuldhulpverlening. De gemeenten moeten ervoor zorgen dat dit geld bij deze mensen terechtkomt, dan zijn er geen voedselbanken meer nodig.”

Toch heeft de bewindsman grote belangstelling voor de Voedselbank in Katwijk. Hier wordt niet alleen eten verstrekt, maar ook andere hulp, via het project Broodnodig. Sinds juni is er een maatschappelijk werkster die de ‘klanten’ helpt bij het oplossen van hun geldproblemen. Ze pluist hun administratie door, gaat mee naar de schuldhulpverlening, vult samen met hen de belastingpapieren in. Op deze manier zijn al 21 mensen zo goed geholpen, dat ze geen voedselhulp meer nodig hebben.

De gemeente subsidieert deze dienstverlening. „Waarom zetten ze hier, in de Voedselbank, niet gewoon twee ambtenaren neer? Dan heb je de problemen zo opgelost”, zegt Aboutaleb. Dat werkt niet, zeggen de vrijwilligers. De klanten hebben een diepgeworteld wantrouwen tegen overheidsinstanties. Ze schamen zich om daar hun problemen op tafel te leggen. Bij de Voedselbank en project Broodnodig durven ze dat wel.

Jammer, vindt Aboutaleb. „Het baart me zorgen dat de gemeenten deze groep zelf niet bereiken.”