Klimaat snakt naar de nieuwe Gorbatsjov

Auteur van onder meer ‘Earth Odyssey’ en ‘The Eagle’s Shadow: Why America Fascinates and infuriates the World’.

Twintig jaar na zijn vertrek uit het Witte Huis is wijlen Ronald Reagan nog altijd de populairste Republikein van Amerika. Zijn naam wordt steeds genoemd door Rudy Giuliani en de andere Republikeinse presidentskandidaten, die kennelijk liever aansluiting zoeken bij Reagan dan bij de huidige president. Niet onlogisch. George W. Bush heeft de laagste populariteitscijfers van alle presidenten uit de Amerikaanse geschiedenis, behalve Richard Nixon vlak voor zijn aftreden tijdens het Watergateschandaal van 1974.

Eén ding hebben Bush en Reagan echter wel gemeen: beiden zijn in Washington aan de macht gekomen op een moment dat het voortbestaan van de mensheid op het spel stond. In het geval van Bush ligt het gevaar in de opwarming van de aarde; in het geval van Reagan kwam het van de nucleaire wapenwedloop. Zowel Bush als Reagan heeft daarop gereageerd met een agressieve Amerika-eerst-politiek die het gevaar meer onderstreepte dan verkleinde, waarbij zij talloze oproepen van politici en burgers in binnen- en buitenland om koers te wijzigen voordat het te laat was, negeerden.

Vanaf Bush’ ambtsaanvaarding in 2001 heeft Amerika onder zijn leiding onverbiddelijk de uitstoot van broeikasgassen die de opwarming van de aarde veroorzaken, opgevoerd. Bush pleegt zijn positie te verdedigen met de – gebrekkige – bewering dat de vijf procent reductie die het Kyoto-protocol vereist de Amerikaanse „economie zou ruïneren”. En trouwens, vindt Bush, waarom zou Amerika wél de uitstoot verminderen en China niet?

Met Reagan ging het net zo: vanaf zijn ambtsaanvaarding in 1981 vond onder zijn leiding, terwijl hij een stroom angstaanjagend ongefundeerde beweringen uitbraakte, een onverbiddelijke uitbreiding van het nucleaire arsenaal plaats. Reagan verdedigde zijn uitbreiding van het nucleaire arsenaal met het ondeugdelijke argument dat de Verenigde Staten waren achtergeraakt op de Sovjet-Unie. En terwijl de arsenalen van beide supermogendheden op scherp stonden, zei hij ook nog eens dat er geen reden tot ongerustheid was; als er al eens een onderzeeër per ongeluk een raket afschoot, kon die halverwege de vlucht nog wel worden teruggeroepen.

Maar toen stuitte Reagan op een tegenstrever die aan hem gewaagd was: de hervormer Michael Gorbatsjov, die in 1985 door een wonderbaarlijke gril van de geschiedenis leider van de Sovjet-Unie werd. Alhoewel Reagans wapenproductie Gorbatsjov het volste recht gaf om als tegenmaatregel zijn eigen arsenaal te vergroten, probeerde de Sovjetleider in plaats daarvan het patroon van wederzijds gegarandeerde vernietiging te doorbreken. Gorbatsjov keerde de vijand de andere wang toe: hij zag er unilateraal tot driemaal toe vanaf een sovjetatoomwapen te laten testen en hij breidde het moratorium van kernproeven uit tot een periode van anderhalf jaar. Aangezien ongeteste kernwapens niet kunnen worden ingezet, betekende dit dat de Sovjet-Unie van haar kant de wapenwedloop staakte.

Met die opstelling doorbrak Gorbatsjov de patstelling tussen de supermogendheden, waardoor de mensheid een beslissende stap terug deed, weg van de nucleaire afgrond. Het siert Reagan dat hij uiteindelijk gehoor gaf aan Gorbatsjovs oproep tot ontwapening, met als gevolg de historische wapenverminderingsovereenkomsten die later onder de eerste president Bush zouden worden getekend.

Wat de wereld nu nodig heeft is een tweede Gorbatsjov, die een soortgelijk mirakel teweegbrengt met betrekking tot de klimaatverandering. Deze maand komen diplomaten uit heel de wereld op Bali bijeen om te onderhandelen over de volgende fase van het Kyoto-protocol, die afloopt in 2012. Dit protocol is altijd gedwarsboomd door de afwezigheid van de Verenigde Staten en China, de twee grootste producenten van broeikasgassen.

China en de VS stoten elk zoveel broeikasgassen uit dat zij in feite de vooruitgang frustreren die de rest van de wereld boekt bij het tegengaan van de opwarming van de aarde. Zolang zij niet meedoen, kunnen de overige landen de opwarming van de aarde nauwelijks aanpakken, al reduceren zij hun uitstoot nog zo sterk. En de VS en China zitten nu al jaren gevangen in net zo’n soort dans van wederzijds gegarandeerde vernietiging als die welke de omgang van de VS en de Sovjet-Unie met kernwapens kenmerkte.

De laatste jaren lijken de Chinese leiders echter te hebben doorgekregen dat klimaatverandering niet meer alleen een rijkeluisprobleem is: China lijdt nu al onder stijgende temperaturen, zwaardere stormen en ernstiger droogtes, en dat zal naar verwachting in de komende jaren alleen maar erger worden. China hoeft trouwens geen economische groei in te leveren om de uitstoot van broeikasgassen te beperken. Volgens officiële Chinese studies zou China om vijftig procent minder energie te verbruiken, alleen maar de thans beschikbare efficiënte technologie in gebruik te hoeven nemen: meer isolatie, slimmere verlichting, betere motoren.

Helaas wijst tot dusverre weinig erop dat de Chinese leiders klaarstaan om Gorbatsjov naar de kroon te steken en unilateraal de broeikasgasuitstoot sterk te verminderen, mét de uitdaging aan de VS om zich daarbij aan te sluiten. President Hu heeft weliswaar in een toespraak tot het congres van de Communistische Partij in oktober hervormingen op milieugebied in het vooruitzicht gesteld, maar vroegere leiders hebben zo’n beetje hetzelfde gezegd, zonder dat het veel uithaalde. Toch zou Hu voor een verrassing kunnen zorgen door zijn beloften ook na te komen.

Maar de elegantste oplossing zou uit de Verenigde Staten zelf kunnen komen. Binnen een jaar kiezen de Amerikanen een nieuwe president. Als zij de juiste persoon kiezen, zal hij of zij Bush’ beleid omkeren en het voortouw nemen in de wereldwijde strijd tegen klimaatverandering. In dat geval zou de Gorbatsjov van de klimaatverandering weleens een Amerikaan kunnen zijn.