Jagers met vleugels

In Nederland is het verboden, maar in Tsjechië wordt nog onbekommerd met roofvogels op hazen gejaagd.

Eén van de meest tot de verbeelding sprekende taferelen in de natuur is die van een jagende steenarend, dé koning onder de vogels, die zich op zijn prooi stort. Maar helaas, in het wild, bijvoorbeeld in de Alpen of Schotland, is bijzonder veel geluk en tijd nodig om zo’n jachttafereel van dichtbij te zien. De doorsnee liefhebber heeft daardoor twee keuzes: een natuurfilm bekijken of een land bezoeken waar de jacht door arendvalkeniers in scène wordt gezet.

Die laatste mogelijkheid bestaat in het Boheemse land rond renaissancekasteel Opocno, honderd kilometer ten oosten van Praag. Hier vindt ieder najaar de jacht plaats met afgerichte steenarenden op hazen en zelfs reeën. Tsjechië kent al decennia het hoogste aantal arendvalkeniers van Europa, een erfenis uit de Oostbloktijd toen er goede contacten bestonden met de voormalige Sovjetrepubliek Kazachstan, de bakermat van de jacht met arenden.

De Tsjechen kopieerden de arendjacht van Kazachse steppevolken. Deze Kazachen jaagden al eeuwenlang met arenden op vossen voor de vacht, een tafereel dat Marco Polo beschreef tijdens zijn Aziëreizen. Nu olie in Kazachstan is gevonden dienen de arenden voornamelijk nog als cashcow voor toeristen. Die mogen op de foto met een verwaarloosde arend tegen betaling van veertig dollar. Jeugdige Kazachen hoeven niet van het land te leven en jagen nu op geld en glimmende mobieltjes. De Bohemen zijn daardoor één van de laatste grote centra van arendjacht, zonder toeristische commercie.

Opocno is wereldwijd bekend. Amerikanen, Britten, Duitsers, Belgen en Oostenrijkers reizen speciaal naar Tsjechië om de machtige steenarenden in actie te zien. Niet vergeefs. Op de binnenplaats van Kasteel Opocno klinkt voortdurend het bedelgeroep van liefst veertig arenden, die op stok wachten op de jacht. Dat geschreeuw is het gevolg van de opvoeding van de dieren. Om de gevaarlijke vogels handelbaar te maken, worden de dieren als klein kuiken door mensen gevoerd. De arenden zien de valkenier als hun moeder en schreeuwen in menselijk gezelschap om eten.

De eerste cultuurschok begint in de katholieke kerk. Hier laten de valkeniers hun vogel en de jacht inzegenen door een priester, die jachtpatroon Sint Hubertus aanroept. Bosbouwstudenten van de Universiteit van Brno verzorgen, zonder een spoor van ironie, de muziek, met hoornblazen en jagersliedjes.

Na de kerkdienst stappen valkeniers samen met hun arend in een oude tourbus, die roetkuchend klaarstaat om richting de jachtvelden te rijden. In de bus zit de arend rustig op schoot en kijkt om zich heen, terwijl de eerste Tsjechen hun zakflesjes al openen. Een voortzetting van het dagelijkse Boheemse dieet, waar het ontbijt met een glas bier begint. Ook bij de voetbalkantine, die aan het jachtveld grenst, beginnen de Tsjechen eerst aan een rondje bier. De arenden wachten ondertussen in de dug-out met zicht op de doelpalen, of gewoon op schoot tussen de bierglazen.

Dan begint de jacht. Een jaarclub van Bosbouwstudenten van de Universieit van Brno blaast de jachthoorn en zingt het openingslied. Het gezelschap van veertig drijvers met twaalf enorme arenden verspreidt zich in linie over de akker. De jacht richt zich vandaag op hazen, die in het Boheemse heuvelland nog in groten getale voorkomen. Qua grootte en snelheid is de soms vijf kilo zware haas een ideale partij voor de gemiddeld vier kilo wegende steenarend.

Studente en hoornblazer Stana deelt een zakflesje uit met door haar familie gestookte appelwodka: „Hier, word je lekker warm van”, lacht ze. Plotseling verspreidt zich een kreet door de drijverslinie: ‘Hase’. Vlakbij heeft een haas zich platgedrukt, vertrouwend op zijn camouflage. De valkenier haalt de huif (oogkleppen) van de kop van zijn nog jonge arend, en de roofvogel weet meteen wat hem te doen staat.

„Orle!”, arend in de lucht, roept de baas, en na een kleine schrikreactie zet de haas het op een lopen. Een bloedstollend schouwspel volgt. Met pompende vleugelslagen dicht de arend met grote snelheid de afstand tussen de vluchtende haas en zijn klauwen. De haas probeert met vlugge wendingen te ontkomen. Maar de arend maakt een snelle duik en grijpt zijn prooi die nog een haast menselijk klinkende laatste kreet slaakt. De succesvolle arend spreidt triomfantelijk zijn vleugels over de vangst, terwijl voor valkenier en vogel wordt geapplaudisseerd. De gevangen haas zal in een pan terechtkomen.

De volgende haas, die eruit ziet als een knuffelbeest, zit platgedrukt en verstijfd in een kolenveld, en een golf van medelijden welt op. Maar eenmaal op de loop drukt het beest zich plotseling plat, precies op het moment dat de arend wil toeslaan. De roofvogel schiet over zijn doel en schraapt met zijn klauwen door het stof. De winnende haas vlucht in een luchtig drafje dwars door de linie van drijvers richting veiligheid. Hij heeft weer een jaar geluk gehad, als voedselgebrek of vos hem niet tussentijds de das omdoen.

De ontsnappingskunst van de hazen wekt bewondering op, bijvoorbeeld wanneer het dier met een explosieve luchtsprong zijn belager ontglipt. Toch verschuift de sympathie steeds meer richting roofvogel. Het is ook zielig voor een jonge arend als hij steeds mist. Het zelfvertrouwen van deze intelligente vogels daalt dan en sommige arenden verliezen iedere zin om te jagen. In de natuur zouden deze vogels in zo’n geval een zekere dood tegemoet gaan, hetgeen bij 70 procent van de eerstejaars ook gebeurt.

Veel oudere arenden tonen zich geoefende killers en na de vangst van 15 hazen is het dagquotum bereikt. De studenten blazen de jacht af. Onder gezang neemt het jachtgezelschap de hoed af, uit rituele eerbied voor het gesneuvelde scharrelwild. De valkeniers kunnen eindelijk hun arm laten rusten na kilometers arendsjouwen. Eén Tsjech toont zijn spierballen.

In de bierkantine wacht een voor niet-Tsjechen bijna dodelijke drinksessie vol zang en cabaret, met de arend gezellig op de barkruk. De jeugd neemt als vanzelfsprekend deel aan deze jagersatmosfeer. Het is volkomen anders dan in Nederland waar de jacht met arenden verboden is, valkerij door actiegroepen als dierkwelling wordt beschouwd en jacht op zwijnen leidt tot Kamervragen.

Antropologiestudent Marek uit Praag, eigenaar van een havik moet glimlachen: „Over vijf jaar hebben wij ook een dierenpartij”, antwoordt hij, nippend aan zijn glas. „Tsjechië verstedelijkt snel sinds aansluiting bij de Europese Unie, en je ziet vooral bij stadsjeugd de manier van denken over natuur veranderen. Actiegroepen krijgen meer invloed en de traditionele manier van omgang met het platteland verdwijnt. Dus misschien worden wij Tsjechen straks net zo kritisch.”

Voorlopig is de liefhebber in Opocno nog in staat om jagende arenden in actie te zien. Het is spectaculair, maar toch krijgen toeschouwers die zelf geen valkenier zijn het gevoel dat er iets ontbreekt. Na meer dan tien arendvluchten op hazen is wel duidelijk welk kunstje zich zal voltrekken, alsof de favoriete episode uit de natuurfilm op herhaling staat.

Zo toont arendjacht in Tsjechië welk onverslaanbaar pluspunt wilde natuur heeft boven de geregisseerde variant: verrassing. Een toevallige waarneming in de Highlands kan dus veel meer indruk maken, al is het maar een stipje aan de horizon.

Voor de arendjacht, zie: www.sokolnictvi.net/opocno (engels) voor het kasteel, zie: www.czechtourism.com/dut/nl/docs/what-to-see/castles-chateaux/all/opocno (nederlands)