In Fictie

De actualiteit wordt weerspiegeld door de literatuur. Deze week in Fictie bij de Feiten het proces-Bouterse en de roman ‘Lijken op liefde’ (1997) van Astrid Roemer.

Een kwestie van helderziendheid was het niet – per slot van rekening lag het voor de hand dat het ooit tot een proces over de Decembermoorden zou komen. Maar toch is het bijzonder dat de Surinaams-Nederlandse schrijfster Astrid Roemer al tien jaar geleden een roman publiceerde over een proces naar aanleiding van de ‘gebeurtenissen’ in Fort Zeelandia in de nacht van 7 op 8 december 1982. De naam Bouterse wordt er niet in genoemd, en de context van de rechtzaak is anders dan die van het proces dat gisteren in Paramaribo begon, maar Lijken op liefde rechtvaardigt de komende maand zeker aandachtige (her)lezing.

Astrid Roemer staat niet bekend om haar zonnige kijk; en de rechtzaak die zij in Lijken op liefde – deel twee van haar ‘dekolonisatietrilogie’ – beschrijft, eindigt al snel in chaos en rumoer. Maar over de aanvangsdatum van het Decembermoordenproces was ze veel te optimistisch. In haar roman begint het tribunaal op 8 december 1999, omdat een nieuwe Surinaamse regering met een schone lei het nieuwe millennium in wil.

„De wond is nooit gedicht,” zei Roemer over de Decembermoorden bij het verschijnen van haar roman. „Daarom is het tijd dat iemand hem eens helemaal echt goed openlegt.” Maar zij zou geen romancier zijn geweest als ze het grote proces in Lijken op liefde niet parallel had laten lopen met een schoonwasoperatie op microniveau. Want ook haar hoofdpersonen, Cora en haar echtgenoot Herman, hebben lijken in de kast, leefden in het teken van horen-zien-zwijgen, en moeten in het reine komen met hun verleden. En uiteindelijk zijn het ironisch genoeg hun privézaken die een voortijdig einde betekenen van het openbare tribunaal.

Voor de personages in Roemers roman zijn ‘de decembermoorden, net als de politieke branden in het Paramaribo van slaven en meesters, feiten die in het verleden lagen en nooit hersteld konden worden.’ Geen wonder dus dat Lijken op liefde uitdraait op een sombere boodschap, namelijk dat er in Suriname niets kan worden opgelost omdat het land door eeuwen van slavernij, corruptie, vrouwenonderdrukking en sociale tegenstellingen onomkeerbaar ‘lijdt aan het verleden.’

Dit soort pessimisme werd Roemer al in 1999 niet in dank afgenomen. In interviews vertelde ze hoe ze door paniekerige familieleden werd opgebeld dat ze gelyncht zou worden: „Hoe kon je ons dit aandoen bij die Hollanders?” Maar zoals ze zelf al schreef in Lijken op liefde: ‘Wie het verleden tot leven brengt moet het onbevreesd kunnen toelaten.’ En dat is in elk geval wat Roemer deed. Het maakte de roman, met zijn analyse van epidemische schuld in Suriname en zijn voorspelling dat het onmogelijk is om recht te doen in een verziekte maatschappij, er niet minder indrukwekkend op.

Laten we voor Suriname hopen dat Astrid Roemer inderdaad geen helderziende is.

Astrid Roemer: Lijken op liefde. Alleen tweedehands. Reacties: steinz@nrc.nl