‘Ik wilde optreden, maar ik bleef ook architect’

De Vlaamse chansonnier Zjef Vanuytsel heeft voor het eerst in lange tijd een album uitgebracht. „Ik wil schrijven over dingen waar ik nu mee te maken heb.”

Na bijna vijfentwintig jaar stilte verscheen vorige week een nieuw album van de Nederlandstalige chansonnier Zjef Vanuytsel (1945): Oude makkers. „Het vuur is al die jaren op een laag pitje blijven branden”, vertelt de Vlaming, die in de jaren zeventig grote faam verwierf met nummers als De zotte morgen, Ik weet wel mijn lief en Van Antwerpen tot Rotterdam. Sinds begin jaren tachtig was hij actief als architect.

Momenteel toert de liedjesschrijver door Vlaanderen, om op 1 maart 2008 eenmalig Nederland aan te doen. Tijdens zijn optredens passeren alle nummers van zijn nieuwe plaat de revue, plus nog een dozijn uit de oude doos. „Omdat ik zo lang niet heb opgetreden, kan ik die nummers van vroeger nog met gevoel spelen, als een jonge snaak.”

Vanuytsel kan het best worden omschreven als de Vlaamse Boudewijn de Groot. „Maar ik ben niet door hem beïnvloed”, benadrukt de zanger. „Voor mij begon de liefde voor muziek met chansonniers als Jacques Brel en Jaap Fischer. Boudewijn had het geluk dat Lennaert Nijgh precies schreef wat hij voelde. Ik heb nooit zo iemand gevonden.”

Dus daarom schrijft u al uw liedjes zelf?

„Inderdaad. Ik wil ‘hoe ik ben’ zo goed mogelijk benaderen. Dat betekent: veel schrappen, de clichés eruit krijgen. Ik zoek de spreektaal op, maar wil die iets poëtischer maken. Aan Ik weet wel mijn lief heb ik bijvoorbeeld heel lang gewerkt. Ik vind ook dat het nog steeds staat.”

Hoe kwam u erbij om na zoveel jaar weer te gaan zingen?

„Mensen uit mijn geboortedorp Mol vroegen me dat, een jaar of zeven geleden al. Het werd een heel intens optreden. Ik voelde me licht verbouwereerd: het gaf een kick. Ik wilde wel vaker optreden, maar ik bleef architect, dus kon het alleen tijdens de bouwvakvakantie!”

En waarom nu een nieuwe plaat?

„Ik merkte tijdens die optredens dat er hiaten zaten in mijn oeuvre. Mijn leven was verder gegaan en ik wilde schrijven over de dingen waar ik nu mee te maken heb. Niet zoals sommige Angelsaksische zangers van zestig, die liedjes over de liefde gaan schrijven.”

Zoals Tom Jones met ‘Sex Bomb’?

(grinnikt) „Het leven is op alle ogenblikken interessant, ook nu. Ik zing bijvoorbeeld een nogal donker liedje over een verbroken relatie. Mijn huwelijk heeft, vooral dankzij mijn vrouw, altijd standgehouden, maar het onderwerp leeft nu meer dan ooit.”

In ‘Ik weet wel mijn lief’ beschrijft u een partner die vecht tegen haar illusies. U stelt daar u uw onmacht tegenover. U was vroeg in de twintig, waar haalde u het vandaan?

„Ik ben er achteraf verbaasd over dat ik dat toen kon schrijven. Toen ik in 1971 mijn eerste optredens kwam geven aan de West-Vlaamse kust, zei men: ‘We hadden u vijftien jaar ouder geschat’.”

Uw vroege werk bevat maatschappijkritiek, en u lag u toen goed in de linkse milieus. Bent u met de jaren liberaler geworden?

„Een beetje. Maar ik probeerde de dingen toen ook al te relativeren. Op het Sint-Lucas in Brussel, waar ik architectuur studeerde, zwaaiden ze met het rode boekje. Zo was ik niet, maar ik droeg ook geen aktetas en een das. Ze konden mij moeilijk inschatten. Ik bekeek beide kanten kritisch.”

Bent u tevreden over ‘Ouwe Makkers’?

„Jawel. Ik wilde het album zo breed mogelijk maken, het is meer dan mijn oude werk bluesy geworden. Dat zit ons Vlamingen wel in het bloed. Het doet mij zelf denken aan het werk van de Amerikaanse singer-songwriter J.J. Cale, en het heeft ook iets Dyliaans.”

De cd-box ‘Zjef Vanuytsel’ (€ 32,99, zijn eerste vijf platen plus een dvd) en ‘Ouwe makkers’ (€ 19,99), beiden bij Universal Music (2007). Op 1 maart 2008 treedt Vanuytsel op in Cultureel Centrum Jan van Besouw te Goirle (013 - 534 3400, www.janvanbesouw.nl).

Beluister twee fragmenten van Zjef Vanuytsel via nrc.nl/kunst