Hoorn – Avenhorn

Tussen de huizen van Hoorn is knus het sleutelwoord, met als kern het bronzen beeldje dat twee boodschappende vrouwen voorstelt, elk een grote tas en elk een zware jas.

Achter de Hoornse schouwburg, een in vele vormen uitstulpend gebouw in de stijl van de Jetsons (als iemand zich die toekomstvariant op de Flintstones nog herinnert), strekt zich het Markermeer uit. We zullen er kilometers lang langs wandelen, over een dijk van modderig gras, begeleid door een verkeersweg en aanvankelijk vermoeide laag- tot middelhoogbouw. (Later komen de rustieke stolpboerderijen. Ook zo wat).

Doet niet terzake.

Watervlaktes van enige proportie bieden altijd spektakel zat en de Hoornsche Hop, zoals deze hoek van het Markermeer heet, is geen uitzondering. Wat een toestand. Soms is het water vlak, soms rimpelig als een oud handje. Het verschietende licht maakt het asgrauw, of bleumarin met stille vlakken en vervolgens bruin en brokkelig als een oude rotsvlakte, maar dan wel een die constant in beweging is. Toppereenden dobberen onderaan de basaltkeien.

Nu raakt boven het water de winterzon slaags met de curieus gladgrijze winterhemel. Het regent, niet de hele tijd, maar in vlagen. Met oplichtende naaldjes of juist met druppels die putjes in het water slaan. Als ik omkijk zie ik een regenboog. Hij verdwijnt en verschijnt opnieuw, alsof er daarboven iemand naar me zit te knipogen.

Het water gaat door, dat doet niet aan eindigheid en het wordt nog eindelozer door het accent van een schip in de verte, haar twee kale masten slank als lucifers. Ver vooruit zijn, in de bocht van de Hop (Let’s go to the hop, oh baby), met zacht potlood kriebellijntjes getekend die boompjes moeten voorstellen, en huisjes en windmolens. Achter me lag Hoorn steeds scherp afgetekend, maar nu is het ineens gereduceerd tot vage contouren.

Het grijs wint, want de wind attaqueert. De bewolking drapeert verticale lappen spinrag boven de einder. Wandelen wordt luchtploegen. Een vrouw uit Scharwoude vertelt hoe ze als klein meisje bij storm op de dijk klom om met haar jas wijdopen gespreid tegen de wind in te springen: ,,Dan zweefde ik.’’

De route buigt af met een vaart mee het land in. De rietkragen maken manische capriolen, wat ik aardig genoeg vind, maar volgens man is deze lintbebouwde asfaltweg saai wandelmateriaal. En saai, zegt hij, maakt hem moe.

Gelukkig. Afleiding. In Oudendijk vaart Sinterklaas binnen, per stalen schuit. In het café hebben de kinderen hun schoentjes gezet. Op het biljart.

14 km. Kaart 1 uit: De Omringdijk Wandelroute. Uitg. Nederlandse Wandelsport Bond, Utrecht. Inl. tel. 030 2319458 of www.nwb-wandelen.nl. Connexxionbus verbindt elk uur Hoorn (halte NS) met Avenhorn (halte Het Hoog).