Het denken van de dromer in zijn droom is logisch

De inhoud van een droom mag vaak bizar of tenminste ongewoon zijn, de denkprocessen van de dromer blijken – voorzover te achterhalen – alle kenmerken van het normale rationele denken te bezitten. Twee onderzoekers uit Boston, van de Harvard Medical School en het Saybrook research center, concluderen dat uit analyse van een 200 willekeurig droomfragmenten, afkomstig uit droomjournaals van tien proefpersonen (Consciousness and Cognition, december).

In dromen gebeuren fysiek de meest onmogelijke dingen, en dat de dromer daarover in zijn droom nadenkt en praat is ook wel duidelijk. Maar over de aard van dat denken wordt in de wetenschappelijke literatuur nogal verschillend gedacht. De meeste onderzoekers spreken van de ‘cognitieve abnormaliteiten’ van het denken in de droom – los van de bizarre beeldinhoud. Want anders zou de dromer bijvoorbeeld wel zien dat ‘het allemaal niet echt is’. Dromen is hallucineren en daarom is er een groot verschil tussen droomdenken en wakend denken. Maar er zijn ook onderzoekers die de nadruk leggen op de continuïteit van het droom- en wakend denken. De ervaringen mogen bizar zijn, het denken erover in de droom is vrij normaal. Het is beide hetzelfde rationele denken dat gebaseerd is op de innerlijke logica en opvattingen van het individu en dat een tussenfase vormt tussen de zintuiglijke ervaring en het toekennen van betekenis en het ondernemen van actie.

Om meer duidelijkheid in die discussie te krijgen lieten de psychologen Rochard Wolman en Moloslava Kosmová tien proefpersonen twee weken lang een droomdagboek bijhouden. Uit de in totaal 103 dromen hieruit kozen ze willekeurig vier dromen per journaal en daaruit weer kozen ze willekeurig tien ‘gedachte-elementen’ per droom. Een gedachte-element is dan iedere passage in het droomverslag dat de droomervaring analyseert of uitwerkt. Bijvoorbeeld: ‘Ik werd bang bij de gedachte dat ik hem niet meer zou zien’. Die tweehonderd elementen werden beoordeeld op 8 verschillende typen van rationeel denken: van analytisch (vergelijking en evaluatie) tot operationeel (lezen, schrijven, tellen). Alle acht denktypen waren aanwezig, analytisch denken (zoals: ‘ik was aan het denken dat dit veel meer leek op een tekenexamen dan een aardrijkskunde-examen’) nog het meest: meer dan een kwart. ‘Aandacht geven’ stond tweede (‘toen ik dat hoorde keek ik nog eens’), met ruim een vijfde van het totaal. De operationele denkhandelingen van tellen, lezen en schrijven kwamen het minst voor.

Droomverslagen vormen natuurlijk maar een flauwe afspiegeling van de werkelijke droomervaring, maar het is de best mogelijke benadering. Uit hun bevinding dat alle vormen van normaal wakend denken ook in het droomverslag terug te vinden zijn concluderen Wolman en Kosmová dat los van de droominhoud rationeel droomdenken echt bestaat en ook heel gewoon is. Hendrik Spiering